'Geen schoon milieu door heffing op vuil produkt'

AMERSFOORT, 27 juni Milieuheffingen die leiden tot fors hogere prijzen voor vervuilende produkten leiden niet tot een noemenswaardig schoner milieu.

Plaatsvervangend secretaris-generaal J. Weck van het ministerie van economische zaken hekelde vandaag het prijsmechanisme met deze stelling op een studiedag over de financiering van het milieubeleid. Dit tot ongenoegen van topambtenaar J. Pieters van het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer (VROM), die op dezelfde bijeenkomst milieuheffingen prees omdat ze zo effectief zouden zijn.

Minister Alders van VROM en minister Andriessen van economische zaken verschillen al langer van mening over de invoering van (meer) milieuheffingen. In het onlangs uitgebracht NMP-Plus, de aanscherping van het Nationaal Milieubeleidsplan, staat daarom dat er een onderzoek komt naar de mogelijkheid van regulerende heffingen. EZ-ambtenaar Weck stelde dat het niveau van de heffing vaak hoog moet zijn om een regulerend gedragsbeinvloedend effect te krijgen. Als voorbeeld noemde hij een regulerende heffing op energie, een van de zaken waar minister Alders zich sterk voor wenst te maken. Een heffing van 25 procent levert slechts een besparing op van 'enkele procenten', aldus Weck. 'Je praat dan echter wel over een heffing van vele miljarden guldens.' Een andere moeilijkheid is volgens hem het 'doseren' van de heffing. Dat is ingewikkeld bij zaken als de uitstoot van zwaveldioxyde en stikstofoxyde. In het verlengde hiervan liggen problemen bij de controle, de handhaving en de inning van de regulerende heffing. Bovendien, stelde Weck, mag Nederland van de EG en de GATT (de wereldhandelsorganisatie) niet zomaar heffingen invoeren en prijzen verhogen.

Volgens VROM-ambtenaar J. Pieters, hoofd afdeling economische zaken en beleidsontwikkeling, zijn milieuheffingen juist effectief omdat ze lagere kosten met zich meebrengen dan fysieke regulering waarbij de vervuiler de kosten betaalt voor maatregelen die de overheid hem oplegt. Het zwaveldioxyde-beleid bij elektriciteitscentrales zou bijvoorbeeld, als gebruik was gemaakt van het instrument heffing, twaalf procent goedkoper zijn geweest dan met de huidige regelgeving het geval is. 'Ik vind dan ook dat men van goede huize moet komen om een groter gebruik van regulerende heffingen af te wijzen', aldus de VROM-ambtenaar. 'Gelukkig gebeurt dit ook steeds minder.' In de toekomst zal volgens hem zelfs besloten moeten worden tot 'minder ideale' regulerende heffingen. Overigens ging zowel Weck als Pieters er van uit dat een verantwoord milieubeleid en economische groei kunnen samengaan.