Beatrix op bezoek bij gekwelde boeren

DEN BOSCH/ GEMERT, 27 juni Naast de ingang van het kolossale provinciehuis van Noord-Brabant in Den Bosch staat een zeug met een aantal biggen, in brons vereeuwigd. De diersoort die de Brabanders om het gewin in veel te grote aantallen hebben gefokt en die hen nu nachtmerries bezorgt.

Koningin Beatrix, die het gisteren tijdens haar streekbezoek aan Zuidoost-Brabant allemaal van nabij heeft gezien, kan er nu over meepraten. In de omgeving van Helmond, Deurne en Gemert stinkt het, ondanks het verbod voor de boeren om op deze feestelijke dag mest op het land uit te rijden. Er wonen veel meer varkens dan Brabanders. De vermesting en verzuring bedreigen het milieu. In het gewest Helmond is nog krap 21 procent van de bossen 'vitaal', tegen 51 procent in heel Nederland.

In deze gemeenten staan intensieve veehouderijbedrijven die elk zo'n vijfhonderd fokzeugen en duizenden mestvarkens in langgerekte stallen herbergen. 'Er hoeft hier maar een hele kleine besmetting met varkenspest of mond- en klauwzeer te ontstaan en er gebeurt een ramp', zegt een kenner van het gebied.

Volgens de gastheer van de koningin, haar Commissaris in deze provincie mr. F. J. M. Houben, zitten de boeren klem tussen de milieuproblemen en de wens hun inkomstenbron te behouden en staan ze daarbij onder 'zware psychische druk'.

Nagenoeg dagelijks worden ze geconfronteerd met nieuwe wetten, regels en verboden. De Commissaris en de Brabantse boerenbonden geven de schuld aan het beleid van de Europeaan Mansholt, die in de jaren zeventig op zijn hoge post als landbouwcommissaris in Brussel de landbouw aanzette tot schaalvergroting.

Op het zonovergoten vliegveld Welschap waar de koningin om half tien per legerhelikopter temidden van honderden juichende schoolkinderen arriveerde, had Houben al aangekondigd dat zij niet alleen de glans van de Brabantse welvaart te zien zou krijgen. Daar had ze ook zelf om gevraagd. Bij haar voorbereiding op dit streekbezoek was ze naar het ministerie van landbouw getogen om zich op de hoogte te laten stellen van de problemen in de agrarische sector.

In het lieflijke, groene dorpje Nuenen was de bevolking uitgelopen en brachten de mannen van het plaatselijke gilde een kleurrijke groet met hun vaandels. Het huis van schilder Vincent van Gogh en de openlucht-tentoonstelling Autour de Vincent kregen koninklijk bezoek. Daarna ging de blauwe hofauto naar het boerenbedrijf van de familie Donkers, een van de intensieve veehouderijbedrijven die door de nieuwe mestvoorschriften met hoge kosten worden geconfronteerd.

Bij een rondleiding door de mestverwerkende fabriek Promest in Helmond gebruikte Beatrix met directeur ir. B. Hilberts een slokje van het destillaatwater dat na het gisten en drogen van de mest overblijft. In de discussie over de bijdrage die dit soort fabrieken (Promest is de eerste) aan de vermindering van het mestoverschot kunnen leveren, bleek dat de koningin de knelpunten van deze politiek gevoelige materie goed kent. Zal de aanvoer van voldoende mest wel gegarandeerd zijn als deze verwerking op grote schaal wordt toegepast en er een prijs van negen gulden per varken per jaar voor betaald moet worden? Met andere woorden, moet er niet een verplichting voor boeren komen om de mest aan te bieden? Een collectieve regeling, desnoods in cooperatief verband, om de mest van boerderij naar fabriek of naar akkerbouwgebieden af te voeren, zou een goede oplossing zijn, meent directeur Hilberts. De adjunct-secretaris van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond, drs. A. Klaassen, verzekert dat er al veel mest naar andere provincies wordt getransporteerd. Maar als de scherpere voorschriften van het Nationaal Milieu Beleidsplan in werking treden, ontstaat een veel groter overschot, terwijl de vijf mestfabrieken die men wil bouwen dan zeker nog niet klaar zijn.

Van een vermindering van de aantallen varkens wil vrijwel niemand in het hoge gezelschap iets weten. 'Dat is een boze droom', roept de gedeputeerde voor landbouwzaken D. Zonneveld in zijn toespraak. Maar er is een uitzondering: P. van Poppel, directeur van de provinciale Milieufederatie, een goedlachse, corpulente Brabander die tijdens de lunch naast de Majesteit zit. Van Poppel noemt de mestverwerking in fabrieken 'Spielerei in de marge' die alleen maar meer energie betekent en 'het zoveelste beroep op de natuur voor grondstoffen'. In Gemert trekt de koningin opnieuw massale belangstelling. Precies volgens schema begeeft ze zich na de lunch naar de Zuid-Willemsvaart. Commissaris Houben heeft haar verleid tot een vaartochtje om extra aandacht te krijgen voor de verbetering van deze vaarweg, want transport per schip is aanmerkelijk goedkoper en milieuvriendelijker dan per vrachtauto. Schipper Joore uit Raamsdonk vertelt de majesteit over het leven op het binnenwater.

Bij het afscheid in het provinciehuis zegt de koningin de weerbarstigheid van de Brabantse milieuproblemen nu beter te kennen, maar ook de Brabantse sfeer van eensgezindheid om samen aan oplossingen te werken. Commissaris Houben is tevreden. Hij voorziet grote veranderingen in de landbouw, maar noemt die sector, met 85.000 arbeidsplaatsen in Brabant, 'onmisbaar'. Geen koude sanering, maar vertrouwen in een technische aanpak van het mestprobleem is Houbens boodschap.