MUMMIES

In de vijftiende en zestiende eeuw werden Egyptische mummies per ton naar Europa getransporteerd en verwerkt tot 'medicijn'. Gemalen mummie scheen een probaat middel te zijn tegen huiduitslag en maagpijn. Hoewel niet iedereen overtuigd was van de geneeskrachtige werking van gemalen mummie nam de vraag naar het poeder zo toe dat er zelfs een levendige handel in 'verse' mummies ontstond. Pas in het midden van de 19e eeuw wordt gepleit voor een zorgvuldiger behandeling van mummies. Op dat moment zijn er al honderdduizenden beroofd, verhandeld, tot poeder vermalen en zelfs als brandstof opgestookt in stoomlocomotieven.

Er zijn diverse manieren om althans grote delen van een overledene voor de eeuwigheid te bewaren. De meeste methoden doen denken aan de conserveringsmethoden voor voedsel. Zo gaat Lord Nelson na zijn dood in een vat brandy naar zijn vaderland terug en maakt Alexander de Grote zijn laatste reis ondergedompeld in honing. De vele veenlijken trotseren de eeuwen door het zure milieu waarin ze zijn terechtgekomen. Telkens is er sprake van denaturatie van enzymen of van inactivatie door het onttrekken van water aan het weefsel.

Door uitdrogen verliest een dode ca 60% van z'n gewicht. Wat overblijft is een enigszins stugge leerachtige huid. Door de doden in graven bij te zetten, in plaats van ze in woestijnzand te begraven, vindt uitdroging veel minder plaats en kunnen enzymen de afbraak van weefsels katalyseren. Het conserveringsproces wordt juist verhinderd. De ongewenste ontbinding van het lichaam van de overledene in een sarcofaag heeft de Egyptenaren wellicht gestimuleerd om op zoek te gaan naar de mummificatietechniek zoals die nu bekend is.

De Griekse wijsgeer Herodotus schrijft na een studiereis: ' De beste methode is met een ijzeren haak zoveel mogelijk van de hersenen te verwijderen en daar waar de haak niet kan komen te spoelen met een drug'.

Deze drug is vaak al dan niet verzuurde palmwijn. Het mengsel van alcohol en azijn zorgt voor de ontsmetting van de schedel.

Christine El Mahdy beschrijft in Mummies, myth and magic in ancient Egypt het wel, maar vooral het wee van gemummificeerde lichamen. De beschrijving van de mummificatietechnieken en van de begrafenisrituelen horen tot de beste onderdelen van het boek. Aan de moderne analysemethoden waarmee familierelaties, leefwijze en ziektegeschiedenis van de bijgezette overledene bepaald kunnen worden besteedt ze veel aandacht, maar de beschrijvingen zijn nogal fragmentarisch en niet altijd diepgaand. Alleen in de laatste hoofdstukken is iets terug te vinden van de mythes en de magie die ze in de titel van haar boek belooft.

Mummies, myth and magic in ancient Egypt is hier en daar anekdotisch van karakter en soms wat aan de oppervlakkige kant. Christine El Mahdy geeft echter een uitstekende beschrijving van de speurtocht naar het verleden van mummies, van conserveringstechnieken en van overwegingen die een rol speelden bij de Egyptenaren van voor onze jaartelling. Daarnaast maken de vele kleurrijke illustraties het tot een waardevol boek.