'Kans op nieuwe golf frustraties'

DEN HAAG, 23 juni Morgenavond moet het Nederlands voetbalelftal het voor de vierde maal in twee jaar tegen de Duitse erfvijand opnemen. Bijna twee jaar geleden, bij het Europese kampioenschap, werd in Nederland de 2-1 overwinning van Oranje in Hamburg met een bizar mengsel van sportief chauvinisme en animositeit jegens de Duitsers gevolgd. 'O, wat zijn die moffen stil', zongen brave huisvaders en jeugdige bierdrinkers eensgezind in de Hollandse cafes. Aanvoerder Ruud Gullit drukte zich wat genuanceerder uit: 'Ik weet dat we veel mensen in Nederland met deze zege extra veel plezier hebben bezorgd.' Drs. Bob van den Bos is als politicoloog verbonden aan het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen 'Clingendael'. Hij is de auteur van het in 1988 verschenen 'Ole, we are the champions! Sport en internationale betrekkingen'. Zoals de titel al suggereert, is het boekje een beschrijving van het gebruik en misbruik dat de politiek van de sport maakt.

Twee jaar geleden maakten de Nederlandse feestvierders de indruk dat zij de nederlaag van de Duitsers belangrijker vonden dan de plaatsing van Oranje voor de EK-finale. Nu is dat enigszins anders, betoogt Van den Bos. Natuurlijk zal een Nederlandse overwinning uitbundig worden gevierd. Maar hij voorspelt dat zo'n volksfeest minder door anti-Duitse gevoelens zal worden gekenmerkt dan in 1988. De zege in Hamburg was de lang verbeide revanche op de nederlaag die Nederland in de WK-finale in 1974 tegen West-Duitsland leed. 'De scherpe kantjes zijn er nu vanaf, die revanchegevoelens spelen nu niet meer.' Anderzijds zal het morgen om ons prestige als Europees kampioen gaan, stelt de politicoloog. 'Als Duitsland wint, zijn ze ons toch weer de baas, zullen vele Nederlanders denken. Dat kan dan een nieuwe golf van frustaties veroorzaken.' Duitsland blijft in onze psyche het vijandbeeld van het grote buurland vertegenwoordigen. De Nederlanders zijn nog steeds bevreesd dat hun land tot een aanhangsel van het grote Duitsland zal worden gedegradeerd. De op handen zijnde Duitse vereniging zal die vrees verdiepen, meent Van den Bos.

De anti-Duitse gevoelens, die hier in 1988 na de overwinning op 'die Mannschaft' de vrije loop kregen, kunnen voor een belangrijk deel door de Tweede Wereldoorlog worden verklaard. Toch dateren deze gevoelens bij sportmanifestaties al van voor 1940, stelt Van den Bos. Bijvoorbeeld tijdens de Olympische Spelen van Amsterdam in 1928, toen bij knokpartijen in de wedstrijd Duitsland-Uruguay de Nederlandse toeschouwers de Duitsers massaal voor 'moffen' uitmaakten.

Oranje-gekte

De heersende Oranje-gekte ziet hij als een uiting van een complex maatschappelijk verschijnsel: 'Zo simplistisch als de uiting van die gekte is, zo ingewikkeld zijn de oorzaken.'

De politicoloog hecht nu wat minder waarde aan de gedeeltelijke verklaring die hij twee jaar geleden voor dat verschijnsel gaf, namelijk dat als reactie op de jaren van stagnerende welvaartsontwikkeling een groeiende behoefte aan afleiding en opwinding zou bestaan. Er zijn weliswaar nog altijd een half miljoen werklozen en het aantal WAO-ers groeit nog steeds. Maar beslissender is toch dat grote groepen van de Nederlandse bevolking al jaren profijt trekken van het gunstig economisch klimaat. Een andere verklaring is het proces van individualisering en fragmentarisering dat zich in de samenleving voltrekt. 'Er zijn zeer veel mensen die alleen wonen en die behoefte hebben met elkaar een wij-gevoel te creeren. Iedereen doet daaraan mee, dwars door alle sociale lagen en opleidingsniveaus heen. Dit neemt eerder toe dan af.' Daarnaast bestaat volgens hem een politieke verklaring voor dit nieuwe geval van nationale voetbalgekte. De mensen blijven behoefte hebben aan identificatie met hun eigen land. Er zijn geen nationale helden meer. Luns is geen secretaris-generaal van de Navo meer, Ruding kan geen internationale topbaan krijgen. 'Daar hebben we nu Van Gogh en Van Basten voor.'

Een Nederlander komt in de verleiding het gebrek aan politieke identificatie te compenseren met een verering voor nationale sporthelden.