Draadloze telefonie vanuit auto of zak

Mensen communiceren van nature draadloos. Aan de oudste vormen van telecommunicatie schreeuwen, rooksignalen geven, met seinvlaggen zwaaien en dergelijke kwam dan ook geen snoer te pas. Met de introductie van de telefoon kon het signaal weliswaar over veel grotere afstand worden verstuurd, maar zag de gebruiker zijn fysieke actieradius beperkt tot een paar meter: lastig en onnatuurlijk. Des te merkwaardiger is dat de behoefte aan mobiele telefonie voortdurend is onderschat. Vijf jaar geleden schatte men bij de PTT nog dat er in 2000 vijftienduizend autotelefoons in gebruik zouden zijn. Inmiddels rijden er meer dan honderdduizend auto's rond met zo'n spriet op dak. In Zweden, een land met half zoveel inwoners als Nederland, worden er al meer dan honderdduizend per jaar verkocht.

Autotelefoons werken via een radioverbinding. Zenden en ontvangen gaat via gescheiden kanalen, zodat men niet elke keer 'over' hoeft te zeggen. Zo'n kanaal is af te luisteren. Een heel gesprek afluisteren is daarentegen erg moeilijk, omdat je niet weet op welk kanaal de andere gesprekspartner zendt.

Het bereik van een autotelefoon is beperkt tot enkele tientallen kilometers. De communicatie verloopt dan ook via basisstations, die gekoppeld zijn aan het telefoonnet. Wanneer men rijdend telefoneert wordt de communicatie telkens door een ander basisstation overgenomen zonder dat de gebruiker daar iets van merkt. Dat bemoeilijkt het afluisteren nog verder, omdat beide partners dan op een ander kanaal terechtkomen.

Het probleem met alle vormen van radioverkeer is de schaarste van frequenties. Het oudste Nederlandse autotelefoonnet, het sinds 1979 gebruikte ATF1-net, is met 2500 abonnees vol. Ook ATF2, in gebruik sinds 1984, is bijna vol. Hier kunnen 32.000 abonnees op. Het vorig jaar in gebruik genomen ATF3-net kan 300.000 abonnees hebben. Zoveel kanalen bevat de 900 megahertzband van het ATF3-net natuurlijk niet, maar omdat het bereik van de basisstations beperkt is kan men elke frequentie vaker gebruiken.

ATF1 is ook in Duitsland, Luxemburg en Oostenrijk te gebruiken, ATF2 in Belgie en Luxemburg, maar niet in Duitsland. ATF3 is identiek aan het autotelefoonsysteem in Scandinavie en Zwitserland, maar Nederlandse abonnees kunnen daar voorlopig alleen een noodnummer bellen. De PTT's hebben namelijk nog geen afspraken gemaakt over de verrekening van gesprekskosten.

Over enkele jaren zijn we van al deze ellende verlost. In 1991 wordt namelijk het Europese digitale autotelefoonnet in gebruik genomen. In eerste instantie staan er alleen basisstations rond grote vliegvelden en hoofdsteden. Vanaf 1994 moet het gebied waar zeventig procent van de bevolking woont gedekt zijn. Het analoge ATF3-net blijft wel bestaan. Door uitbreiding van het aantal basisstations is het in de Randstad en in grote steden ook geschikt voor zaktelefoons.

Zaktelefoons hebben de toekomst, dat is duidelijk. De vraag is alleen welk systeem de slag zal winnen. Behalve die voor het ATF3-net en die voor het digitale Europese net zijn er binnenkort namelijk nog minstens vier andere systemen in gebruik voor zaktelefoons. De kleinste en lichtste (een ons) werken op het Britse telepointnet: in veel winkelcentra, stations, vliegvelden, banken en dergelijke zijn zogeheten telepoints neergezet. Alleen binnen een straal van tweehonderd meter van een telepoint kan men met zo'n toestel bellen. Een misschien nog wel belangrijker beperking is dat men niet gebeld kan worden. Daar staat tegenover dat het systeem goedkoop is. Bellen gaat voor het normale tarief en telefoons kosten een paar honderd gulden. Ter vergelijking: bellen op ATF3 is zeven keer zo duur als vanuit huis en een zaktelefoon voor dit net kost bijna tienduizend gulden.

De Digital European Cordless Telephone (DECT) biedt wellicht het beste van twee werelden. Het is een digitaal systeem waarvoor binnen de EG normen zijn afgesproken. De eerste apparatuur is er al, zij het nog niet voor consumentengebruik. De PTT doet er dit jaar proeven mee in de eigen kantoren. PTT Telecom verwacht commerciele introductie over tweeeneenhalf jaar. De zaktoestellen die Ericsson hiervoor nu aanbiedt wegen nog geen twee ons. Je kunt ze dus permanent in je zak houden. Ze hebben bereik van enkele tientallen meters. Volgens de fabrikant kunnen de toestellen in een dichtheid van 5 op een oppervlak van 10 bij 10 meter worden gebruikt zonder elkaar te storen.

In de PTT-kantoren werken ze als draadloze toestellen op de bedrijfscentrale. In kantoren kan draadloos telefoneren veel gehannes met snoeren besparen als iemand een ander bureau krijgt, maar hetzelfde telefoonnummer wil houden. Hetzelfde toestel is ook aan te sluiten op een digitale autotelefoon, en kan thuis worden gebruikt zoals het draadloze huistoestel nu. Bij aanleg van een telepoint-achtige infrastructuur zou men ook op straat kunnen bellen en dat is het verschil met het Britse systeem gebeld worden. Net als bij het digitale autotelefoonnet kan het signaal worden versluierd, zodat het vrijwel niet meer is af te luisteren.

Het analoge ATF3-net heeft al talloze snufjes, zoals automatisch doorschakelen als een toestel zich buiten bereik van een basisstation bevindt, in gesprek is of uit staat. In een digitaal systeem is van alles in te bouwen: doorschakelen afhankelijk van wie er belt, automatisch terugbellen, gebruik van wachtwoorden. Over enkele jaren is het signaalbereik van de telefoon eindelijk in een apparaat verenigd met het fysieke bereik van de vrije schreeuwer.