De overwinning van Duitsland

Direkt na de val van de Muur snelde de Russische cellist Rostropovitsch naar Berlijn. Hij zette zich op een krukje voor het beton en speelde Bach. Hij voelde zich, zei hij, net als in 1945. ' Toen vierden wij de zege over de Duitsers, nu viert Duitsland de zege over de deling'.

Over een week treedt het staatsverdrag tussen de beide Duitslanden in werking; een dag later, maandag 2 juli is het D-Mark-Day. Dan kunnen de harde marken die de afgelopen weken in een semi-militaire operatie de DDR zijn ingereden, worden afgehaald, en hebben de Oostduitsers wat ze hebben wilden. En dan heeft bondskanselier Helmut Kohl praktisch bereikt wat hij bereiken wilde: de Duitse eenheid. Maar in plaats van nationale begeestering heerst er in Duitsland eerder een gevoel van nationale bedruktheid. Wat met moed, met humor en zelfs vrolijkheid begon, is omgeslagen in kommer en vreugdeloosheid.

Sommige Oostduitsers kon je tijdens de herfst-betogingen met het verchroomde motorkap-embleem van VW of Mercedes om de hals zien lopen. Het 'ban-de-bom'-teken was een 'ban-de-Blechmark'-teken geworden. Maar al maanden, sinds kerstmis eigenlijk al, staren ze als verlamde konijntjes naar de koplampen van de Mercedes-economie. Bij het besef dat ze voorlopig tweederangs Duitsers zullen blijven, qua centen en qua aanzien, en met het uitzicht op werkloosheid en onzekerheid over huis en erf, hebben sommigen al weer last van sentimentele momenten: die 'Trabi' voor de deur, dat volkstuintje aan de stadsrand, het gefineerde wandmeubel in de flat met cv: waarom had men eigenlijk nog meer gewild? Ook in de Bondsrepubliek verandert de stemming. Een paar dagen lang hing er over West-Berlijn en de rest van het land 'als een geheimzinnig pak watten' een oercommunistische vreugdestemming vol vredige verwardheid. De tranen rolden, en niemand die zich schaamde. Die tranen zijn verdwenen. De offerbereidheid van de Bondsburger, om 'de deling op te heffen door daadwerkelijk te delen' met de Oostduitse broeders, bleek even vluchtig als de Rotkappchen-sekt en de klanken van de Negende van Beethoven. Had men Oost-Duitsland eigenlijk ooit ergens voor nodig gehad? Niet voor de eigen welvaart of het internationale aanzien in elk geval, en ook niet om wereldkampioen voetbal te worden; ja, als vuilnisbelt, dat wel natuurlijk.

De Westduitse linkse intellectuelen hebben een verbluffende salto mortale gemaakt: zij zijn van critici plotseling verdedigers van de huidige Bondsrepubliek geworden. Zij maken zich zorgen dat het nieuwe Duitsland helemaal niet een vergrote Bondsrepubliek zal worden, maar een ander, nog onbekend, en misschien wel slechter Duitsland. De opstand in de DDR heeft, als een dief in de nacht, ook hun identiteit 'Westduitser', 'Bondsrepublikein' meegenomen. Zij beseffen dat de BRD als stadhouder van heel Duitsland alle zeilen zal moeten bijzetten om die 16 miljoen 'Neuburger' met hun verwoeste staatsgevoel en gebrek aan wat voor democratische traditie dan ook tot hetzelfde politieke niveau te brengen. Beide Duitslanden beleven nu, tijdens de geboorteweeen van 'Deutschland', in nationaal-politiek en psychologisch opzicht een tweede Stunde Null.

Voor de Oostduitsers betekent de zelfgewilde opheffing van hun staat een caesuur die te vergelijken is met die van 1945, met misschien dezelfde traumatische gevolgen. De verwerking van het verleden is voor hen even moeilijk als de beoordeling van hun houding door buitenstaanders. Wat hadden wij zelf gedaan in hun situatie? En in hoeverre hebben wij zelf niet er toe bijgedragen dat de DDR-dictatuur zo lang stand kon houden? Onze vrede ging immers boven hun zelfbeschikking en mensenrechten. En was het niet de schuld van de Duitsers zelf dat het zo was gelopen? De houding die de leden van het Honecker-regime nu innemen tegenover het eigen verleden varieert sterk. Sommigen putten zich uit in stalinistische zelfbeschuldigingen, anderen zoals Honecker en Mielke, houden hardnekkig vast aan de juistheid van de gevoerde politiek, inclusief de schijnheiligheid van hun bestaan in westerse luxe. ' We wisten wel dat de binnensteden vervielen, maar er was te weinig geld, en 'savonds keken wij naar de West-tv, naar zijn glans', bekende oud-partij-ideoloog Kurt Hager in zijn nieuwe flat aan de Otto Grotewohlstrasse, waar hij uitkijkt over de resten van de Hitlerbunker. Hij voelt zich terug bij af, zijn uitzicht is zijn verdediging. ' Misschien begint de barbarij nog een keer.'

Op de vraag waarom de DDR-bevolking niet van het socialistische idee overtuigd kon worden antwoordde hij slechts: ' We waren klein, arm en niet moedig genoeg'. Het is opvallend hoe veel oud-leiders toegeven dat ze laf waren. Psychiater Wilhelm Poppe zei na de onthullingen over de folterprakijken in zijn zenuwkliniek: ' Als ik geen lafaard was, zou ik me nu ophangen'.

Hetzelfde zei de voorzitter van de oppermachtige schrijversbond, Hermann Kant, na zijn gedwongen aftreden: ' Als ik een pistool had, en geen lafaard was, zou ik me nu doodschieten'.

Men moet bewondering hebben voor de manier waarop de 'Oostduitse Gorbatsjov' Hans Modrow de overgangsfase naar de democratie heeft geleid. De houding van de SED in het algemeen kan evenwel ook niet anders dan laf genoemd worden. Waar president De Gaulle na een verloren referendum zijn bureau leeg ruimde en vertrok, trachtte de SED zich op alle mogelijke manieren aan de macht vast te klampen. Men smeet de oude leiders er uit, men beschuldigde hen van het ridicule 'hoogverraad', men opende de Muur, men herdoopte zich in PDS en deed daarna alsof men nooit iets met de SED te maken had gehad. Bij de begrafenis van oud-parlementsvoorzitter Horst Sindermann twee maanden geleden was geen enkele PDS-vertegenwoordiger aanwezig. Sindermann? Nooit van gehoord.

In kringen van Oostduitse kunstenaars is het debat over de eigen aanpassing aan het systeem het venijnigst. Want als er uberhaupt een door de SED gepropageerde DDR-identiteit was, dan kwam die tot uitdrukking in de kunst. Voor de rest was er niets. De media richtten zich altijd op de berichten uit het Westen, en verkondigden dan het tegendeel. Alles wat de DDR verkondigde verwees in lege negativiteit naar deze tweede, verzwegen achtergrond. De DDR was dus een gekunstelde fiktie waarin de vrijheid en mensenrechten als puur materiele waarden waren bestempeld: de garantie op een woning, werk en voeding. Alleen de intellectuelen en kunstenaars konden een identiteit bevorderen die niet op louter materialisme en consumptie was gebaseerd.

Sommige DDR-schrijvers - Hein, Heym, Wolf - hebben met hun werken ongetwijfeld de bodem gelegd voor de burgerbewegingen. Maar ook hun literatuur bleef uitgaan van de consensus over de ' principiele superioriteit' van de DDR boven de BRD en bleef in veel opzichten gekenmerkt door het negentiende-eeuwse Idealismus, met zijn zucht naar volmaakte rust, eenheid en rechtschapenheid en met zijn ontkenning van de werkelijkheid. Sommigen, zoals Christa Wolf, verdedigen hun blijvende sympathie voor de DDR met het standpunt dat ze, gesteld voor de keus fascisme of socialisme, weer voor het laatste zouden kiezen. Dat bestrijding van het stalinisme bestrijding van het antifascisme betekende en dus onmogelijk was. Anderen geven ronduit toe dat ze de dictatuur nodig hadden, omdat, zoals Heiner Muller zegt ' theater maken in een dictatuur interessanter' is. ' Hamlet heeft in de DDR politieke betekenis. In het Westen is het alleen maar kunst. Wat heeft dat nu voor zin?' Terwijl schrijver Gunter de Bruyn nu zegt: ' Ik had de laatste jaren vaak het gevoel dat wij ons te veel lieten welgevallen', oordeelt Christoph Hein: ' De vrijheid sterft millimetergewijs, en tenminste voor een millimeter draagt ieder van ons de verantwoording'. Het Oostduitse volk doet aan dit debat over het moment in het verleden waarop men 'NEIN!' had moeten roepen niet mee. Het heeft besloten om, net als het Westduitse volk na '45, zich 'gezond te zwijgen', of roept simpelweg:' Wir Arbeiter werden immer beschissen'.

En de mensen die iets te verbergen hebben zijn al maanden driftig bezig hun sporen uit te wissen. Wetenschappers stelen hun proefschrift uit de bibliotheek, ambtenaren hebben van Modrow hun 'Personalakte' mee naar huis mogen nemen, en kunnen nu zeggen dat ze eigenlijk altijd al in het verzet hebben gezeten. Dat de doorsnee-Oostduitser zich 'gezond zwijgt' is niet onbegrijpelijk. Moet hij op het marktplein verantwoording afleggen als zelfs symbolische processen tegen de leiders zelf uitblijven, en het schrijvende 'Reisekader' altijd zijn droge witte wijn in het Kaufhaus des Westens kon halen? Zelfonderzoek is ook geen geringe opgave. De DDR-bevolking krijgt nietalleen 40 jaar socialisme te verwerken, maar ook nog eens de jarendie daar aan voorafgingen. Want ook het beeld van de nazitijd werd na '49 ineen mystiek donker verborgen, waarin de communistische antifascistenals fosforiserende cartoon-helden rondspookten.

De nazi-dictatuurwerd in de DDR tot een 12-jarige periode gemaakt van vreemdeheerschappij, die met de geschiedenis van de eigen maatschappij slechtsindirect iets van doen had. Het moet dus geen prettig gevoel zijn om op eendag wakker te worden en te beseffen dat men plotseling met bijna 60 jaar Duitse geschiedenis in het reine moet zien te komen. Ja, zich moet afvragen waarom hij, als in het Faust-verhaal, zijn ziel zonder discussie ter beschikking stelde van de staat, in ruil voor macht, eer, privileges of gewoon maar rust, en waarom hij er lange tijd zo van genoten heeft. Het besef van dit pakt met de duivel heeft de wens om dit land van de verbogen zielen te ontvluchten naar het andere, 'rechtgeaarde' Duitsland, alleen maar versterkt.

Het drama van de DDR is een Faustverhaal, nu losgezongen door de Lorelei-zang van de D-mark, en dus een Duits drama. Daarom is de vraag gewettigd hoe Duits de DDR, hoe vooroorlogs Duits de DDR-bevolking eigenlijk was. De Oostduitse psychiater Hans-Joachim Maaz diagnostiseerde zijn landgenoten onlangs als volgt: ' Bij de vreedzame revolutie hebben de mensen onder de bescherming van de massa slechts kortstondig de gang met de gestrekte rug geleerd, en zijn daarna als neurotici naar huis gegaan'.

En hij is niet de enige. Op een psychologencongres in Berlijn was de diagnose van de DDR-mens eensluidend: gespleten persoonlijkheid, geblokkeerde emotionaliteit, en karakterverlies dat werd gecompenseerd door het streven naar macht, carriere, aanpassing, oppositie of vlucht. Sinds 'die Wende', constateerde men, heerst er een existentiele angst, een angst voor de vrijheid en zelfstandigheid. De conclusie was somber. Zal de stalinistische terreur nu niet vervangen worden door wat RAF-lid Ulrike Meinhoff 'Konsumterrorismus' noemde, waarin men helemaal niets meer met wat voor staat ook te maken wil hebben? Dat zou het verenigde Duitsland aanzienlijk kunnen belasten.' Er is niets pijnlijkers dan een DDR-burger', schreef Hans-Magnus Enzensberger ooit. Waar kwam die pijnlijke aanblik uit voort? Op het psychologencongres vergeleek men de DDR-dwingelandij met de orale fase van de beginnende ik-ontwikkeling die men wel bij peuters in een creche kan waarnemen. ' Wij werden rijkelijk gevoed, men nam ons bij de hand, wij vielen zelden, en wij babbelden na wat ons werd voorgezegd. Wij hadden zekerheid en orientering, wij waren beschermd. Maar er heersten dwangmatige mechanismen als orde en discipline. Iedere autonomie was verdacht. Wij konden zeer weinig zelfvertrouwen ontwikkelen'.

Deze Kindergarten voor volwassenen, dat was voor buitenstaanders het pijnlijke om te zien.

Het was echter precies wat de Duitse communistenleiders na '45 in gedachten hadden, al koesterden ze in de eerste jaren nog de illusie dat uit deze Kindergarten daadwerkelijk de Nieuwe Socialistische Mens zou groeien die op een dag, zoals Honecker nog in 1981 verkondigde, op de deur van dat andere, kapitalistische Duitsland zou kloppen en de natie onder het socialisme zou herenigen. De meeste SED-leiders bleken na de stichting van de DDR in 1949 in feite al tevreden met het overeind houden van de 'eerste socialistische staat op Duitse bodem' zelf, en daarmee natuurlijk van hun eigen machtspositie. Toegegeven, de eigen speelruimte van het DDR-regime is altijd uiterst beperkt geweest. Die fluctueerde met de temperatuur van de Koude Oorlog. Maar het was het DDR-regime zelf dat het stalinisme handhaafde, en de 'Abgrenzung' naar de Bondrepubliek intensiveerde zodra bondskanselier Willy Brandt na 1969 met zijn Ostpolitik toenadering zocht tot Moskou. Want het besefte donders goed wie de winnaar zou zijn in een Duits-Duits normaliseringsproces. Vanaf deze tijd mocht het Oostduitse volkslied Lass uns dir zum Guten dienen, Deutschland, einig Vaterland alleen nog geneuried worden en werden RAF-leden gesteund en getraind om met hun terreur te bereiken wat het DDR-socialisme niet vermocht: het 'burgerlijke' deel van de Duitse natie ten val brengen.

De verdubbeling van het aantal Stasi-agenten na 1985 tot rond de 100.000 om de eigen bevolking 'oppervlaktedekkend' te kunnen bewaken, was een wanhopige actie om verspreiding van het Gorbatsjov-virus tegen te gaan. Vanaf dat moment werden de zeventig interneringskampen voor de systeemtegenstanders meermalen per jaar getest. Bij een zo'n oefening, in het Thuringse woud, met 110 Volkspolizisten was het kamp binnen acht uur operationeel, was er een appelplaats voor 1200 personen, en lagen de 'persoonlijke behoeften' naast de britsen gereed: 2 paar sokken, 2 handdoeken, 2 zakdoeken, 2 stel ondergoed, 1 set naaigereedschap, 1 tandenborstel, 1 schoenborstel, en voor de vrouwen nog wat 'hygienische gebruiksartikelen'. Niemand twijfelt er nog aan dat het SED-bewind na de vernedering van de exodus die tijdens het bezoek van Gorbatsjov aan het 40ste verjaardagsfeest op 7 oktober in doodsnood veranderde voorbereidingen trof om van Leipzig een Plein van de Hemelse Vrede te maken. Het was een poging, zo lijkt het, van kroonprins Egon Krenz en Stasi-chef Erich Mielke om met dit geplande bloedbad Honecker ten val te brengen, de rust in een klap te herstellen en de macht van de partij te behouden. Het was waarschijnlijk Honecker zelf, die argwaan rook, die de zaak afblies.

Waar kwamen deze Grundlichkeit en Rucksichtlosigkeit waarmee de DDR-heersers zich zelf in het zadel, en het volk eronder wilden houden, precies uit voort? Uit hun communististische idealen, of uit hun Duitse traditie en hun kennis van de eigen volksaard, om dit woord maar eens te noemen? Kurt Hager verdedigde zich vorige maand zo: ' Zonder verordeningen, registers, verkeersregels blijven de Duitsers hulpeloos'.

Mielke, sinds 1957 Stasi-chef, was zonder twijfel 'eine deutsche Seele'. In zijn Berlijnse huis toonde zijn zoon begin dit jaar een foto op het dressoir: vader op zwijnenjacht. Daarnaast lag een blaadje uit een scheurkalender. Datum: 22 maart 1969. Op de keerzijde stond een spreuk, waar hij zozeer van hield dat hij hem goed twintig jaar bewaarde. De spreuk is, natuurlijk, van Goethe en luidt: Wenn wir die Menschen nur nehmenwie sie sind, so machen wir sie slechter; wenn wir sie behandeln, als waren sie, was sie sein sollten, so bringen wir sie dahin, wohin sie zu bringen sind.

Dit Leitmotiv is Mielke trouw gebleven tot aan zijn laatste optreden in de Volkskammer in november vorig jaar toen hij in reactie op de opwinding over het Stasi-geknuppel op 7 en 8 oktober even verbaasd als verontwaardigd stamelde: ' Ich liebe euch doch alle!' Daarmee gaf hij op de valreep nog het bewijs dat de DDR inderdaad een Orwelliaanse staat in optima forma was. Heette in 1984 de geheime dienst niet ook 'Ministerie van Liefde'? Maar de liefde van Mielke was liefde op zijn Duits. Op zijn kantoor ordende hij even liefdevol als zorgvuldig scherp geslepen potloden op zijn schrijftafel. Thuis draaide hij met kerstmis platen van Heino, die officieel als sentimentele, revanchistische, nationalistische 'Deutsch-Sanger' werd versmaad.

Velen in de DDR, en daarbuiten, hebben communisten als Mielke, Sindermann, Hager en Honecker altijd getolereerd en zelfs bewonderd wegens hun verzet tegen de nazi's en hun jarenlange verblijf in het concentratiekamp. Honecker was daarbij trouwens door zijn 'Deutschtumlichkeit' ook niet onpopulair, integendeel. Als Honecker na zijn bezoek aan Bonn in '87, toen het even lente leek te worden, met pensioen was gegaan, had men hem een lauwerkrans gevlochten. Dat mensen als Mielke hun bevoogdende, maar in feite mensverachtende levensopvatting Mielke op 7 oktober '89: ' Haut sie doch zusammen, die Schweine' enkel en alleen ontwikkelden uit de ervaring dat het Duitse volk zich zo gemakkelijk liet meeslepen door Hitler, dat is echter niet waarschijnlijk. Hun communisme was gebaseerd op een Duits-materialistisch mensbeeld waarin net zo weinig plaats was voor individualiteit als in het nazisme.

De term 'roodgelakte fascisten' waarmee SPD-leider Kurt Schumacher na '49 de communisten in de 'Ostzone' betitelde, is overdreven. De structuur en de uiterlijkheden leken wel op elkaar de commando-economie, de eenheidsideologie, de blauwhemden van de jeugdbrigades en het gedrag van de bonzen en bonsjes al evenzeer. In sommige van de permanent operationele Stasi-bunkers heerste een soort SS-systeem waarin men tijdens het salueren 'Herr Fuhrer', of 'Herr Oberststurmbandfuhrer, ich melde Ihnen' riep. En Mielke werd uiteindelijk overmand door een soort Fuhrerbunkermentaliteit. ' Als jullie zin hebben de rest van jullie leven door te brengen als sociaal-democraten, mij best. Maar ik niet', riep hij begin november tegen de 'hervormers' in het politburo. Het handhaven van de DDR als een antifascistisch, beter Duitsland betekende voor hem dus niet zozeer het handhaven van de overwinning op de nazi's maar op de sociaal-democratie.

Waar is dat de de-nazificatie in de DDR na de oorlog efficienter verliep dan in de Bondsrepubliek. Het gaf het nieuwe staatsvolk de indruk dat het in 1945 toch had gezegevierd. De SED liet het autoriteitsgeloof evenwel bewust intakt, en gebruikte het voor haar eigen doeleinden. Antifascisme werd een magisch woord, een staatsreligie, het doel dat alle middelen heiligde. Toetreden tot en gehoorzamen aan de SED gold als beste bewijs van antifascistische gezindheid. Wat zei de Stasi-chef van Leipzig, Manfred Hummitzsch, ter verdediging van zijn bereidheid de demonstranten in een plas bloed te veranderen? ' Ik heb eerlijk, keurig en toegewijd mijn werk gedaan en de bevelen, aanwijzingen en orders van mijn partij en mijn superieuren altijd opgevolgd.'

Dat herinnert aan de beruchte 'Befehlsnotstand' en daarom lijkt de stemming nu op die na de ineenstorting van het nazi-regime.

Omdat de Oostduitsers zich niet durven te wagen aan een 'innerlijke bevrijding', mag men zich afvragen of er eind vorig jaar eigenlijk wel een revolutie heeft plaats gehad in de DDR. Hebben we niet slechts de ineenstorting van een verrot systeem gezien? Heeft de emigrantengolf niet, net als in de jaren voor 1848, zowel de ineenstorting van het ancien regime versneld als gefunctioneerd als 'Revolutionsersatz'? De democratische oppositie bestond uit linkse anti-kapitalisten uit vooral de vredesbeweging. Het waren onwillige revolutionairen wier behoefte aan continuiteit zeer groot was. Ze wilden alleen een betere grondwet, en dat de socialistische staat zich daar aan zou houden.

Voor het volk werd de revolutie al na enkele weken van geestelijke bevrijding tot een rekenoefening in de D-Mark, en werden de jonge 'Vordenker' al weer als risico-groep ingeschaald. Op zijn best kan men de 'Wende' dan ook een burgerlijke, ja, kleinburgerlijke revolutie noemen van mensen die niet langer arbeiders en boeren wilden heten. Men wilde de burger zijn waarvan Ferdinand Freiligrath in 1848 zijn 'Goede Burger' liet zingen: Du sollst verdammte Freiheit mir Die Ruhe furder nicht gefahrden! Lisette, noch ein Glaschen Bier!Ich will ein guter Burger werden.

Geen wonder dat men nu in linkse kring teleurgesteld uitroept ' dat de Duitsers nog nooit een revolutie tot een goed einde hebben gebracht, maar aan elke contrarevolutie hebben meegedaan'.

SPD-ideoloog Erhard Eppler vond het ' pijnlijk te zien hoe de Duitsers zich weer een keer als meesters in het platwalsen van revoluties hebben bewezen'.

Hij leek daarmee niet alleen op het Oostduitse volk te doelen, maar ook op de CDU-CSU-regeerders in Bonn. De vraag die Eppler niet beantwoordde was of die regeerders in Bonn veel keus hadden. Na het breken van de sluizen bleef hen niet veel anders over dan het kanaliseren, niet meer het terugdringen van het water. Dat water komt pas tot stilstand als het aan beide zijden van de sluis even hoog staat. Daarom was het idee van een statenbond niet haalbaar, al heeft bondskanselier Kohl een dergelijke oplossing waarschijnlijk ook nooit serieus voor ogen gehad. Hij, de historicus, is altijd uitgegaan van de wenselijkheid en de onafwendbaarheid van de eenwording van de Duitse natie. Bezoekers die daar aan twijfelen, neemt hij in zijn Bundeskanzleramt mee naar het raam en toont hen de Rijn. ' De Rijn stroomt', verklaart hij dan, ' hij stroomt naar de zee. En niets kan hem tegenhouden'.

En dat was precies de geschiedopvatting van zijn grote voorbeeld, Otto von Bismarck. Kohl wil na de 'witte revolutionair' Bismarck de geschiedenisboekjes in als de tweede kanselier die het Duitse volk verenigt. Daarom heeft hij haast, en zijn minister van buitenlandse zaken Hans-Dietrich Genscher niet veel minder. De Oostduitse economie en de Oostduitse bevolking eisen de eenwording. De twee 'voormalige' supermachten zijn bereid de eenwording toe te staan, de VS uit overtuiging, de Sovjet-Unie uit noodzaak. ' De Russen gaat het alleen om de duiten', schamperde Kohl over de eis van Moskou om alle nadelen van de eenwording in harde D-Marken gecompenseerd te zien. Van deze 'gunst van de geschiedenis' wil Bonn gebruik maken. Of zoals Genscher het zei: ' de geschiedenis doet niet twee maal hetzelfde aanbod'. Dat de ineenstorting van de DDR en de 'gunst van de geschiedenis' in de kringen van de CDU/CSU en andere delen van de Bondsrepubliek tot arrogantie en triomfalisme hebben geleid, is duidelijk. De Westduitsers kunnen alleen nog in de DDR een nieuw kolonisatiegebied vinden en zullen er alles veroveren wat niet nagelvast zit. De linkse filosoof Peter Sloterdijk (in Trouw) oordeelt: ' Het is een waar psychodrama dat zich nu voor onze ogen ontrolt. Het speelt zich allemaal af op het niveau van de allerlaagste reflexen. De Bondsrepubliek is net een sadistische moeder die haar poepekindje op het potje zet om het zijn grenzen te laten voelen'.

Ook dit is niet onwaar. Kohls adjudant Volker Ruhe vertelde de Oostduitse partijgenoot, Lothar de Maiziere na diens verkiezing tot premier van de DDR, kauwgumkauwend waar het met dat staatsverdrag 'in de toekomst heen zou gaan'. Toen het op 10 maart in paleis Schaumburg in Bonn werd ondertekend aan de schrijftafel van Adenauer, wapperde op het dak alleen de Westduitse vlag, en zei Kohl na de ceremonie ' So das war's'. Belangrijker dan het gedrag van de Duitsers onderling, dat nog op een hoop geruzie kan uitdraaien, is de vraag of de 'Gesamtdeutschen' zich na de eenwording in het Europese huis niet even arrogant zullen gedragen als de 'Wessies' tegenover de 'Ossies'. Er zijn genoeg pessimistische antwoorden te horen, de meeste wederom ter linker zijde. Schrijver Gunter Grass: ' We zullen weer een en sterk zijn en zelfs bij de poging zacht te spreken luid te horen zijn. Tenslotte - omdat genoeg nooit genoeg is zal het ons lukken, met onze harde D-Mark - en na erkenning van de Poolse westgrens een goed stuk van Silezie, een stukje Pommeren economisch onderdanig te maken en volgens het voorbeeld van het Duitse prentenboek zullen we weer een keer gevreesd worden en geisoleerd raken'.

Ook Frankfurter Schule-voorman Jurgen Habermass spreekt van een 'D-Mark Nationalisme' dat zal leiden tot een 'D-Mark Imperium'. Ook hij is, net als Adenauer voor hem en vele nog levende Duitse mede-intellectuelen, vooral bang voor het eigen volk. Wat wordt er in onrustiger tijden uit de nuchtere niet-nationalistische geld- en goederenmentaliteit? Wat Nobelprijswinnaar Elie Wiesel zegt is ongetwijfeld ook een beetje waar: dat het streven van Kohl gericht is op ' de normalisering van Duitsland, niet alleen politiek, maar ook filosofisch en historisch'.

De vraag is of dit in politiek opzicht zo erg is. Alleen met een verenigd Duitsland als partner laten de problemen van Europa zich oplossen, en de buurlanden zullen er in de portemonnee alleen maar beter van worden. De beoordeling van 'die deutsche Frage' is daarom ambivalent: die altijd al tot morele corruptie heeft geleid.

Kohl sprak tijdens zijn verkiezingsoptreden in Erfurt van zijn visioen: Duitsland als hart van de nieuwe wereldmacht Europa. Sommmigen zouden de Duitsers het liefst opnieuw een 'Platz an der Sonne' weigereen. Zij vrezen dat Kohl in zijn eigen hart geen Europees Duitsland als einddoel heeft, maar er naar streeft om met economisch-monetaire middelen het doel te bereiken dat de Duitsers al in de Eerste Wereldoorlog voor ogen stond een Duits Europa. Verkeren zij niet te veel in de ban van de geschiedenis? Gaat het idee van een Duits Europa niet uit van een verouderd concept, zoals dit concept ook in de Eerste Wereldoorlog al verouderd was? Het laatste decennium van deze eeuw, met zijn overwicht aan hooggekwalificeerde burger-consumenten, lijkt niet op het eerste. Nog minder lijkt de Bondsrepubliek op zijn voorganger uit Weimar, om maar te zwijgen van het twaalfjarige rijk. De Bondsrepubliek is een levendige democratie, en zal de DDR ook in dit opzicht waarschijnlijk, hopelijk, domineren. Met Kohl heeft Duitsland zijn tweede Bismarck. In de eerste decennia na 1871 waren de Duitsers tamelijk tevreden met de grootte van hun land omdat die hunnationale ideaal een beetje benaderde. Pas na Bismarck ging het mis. Nu misgunt niemand de Duitsers hun eenheid, al zouden velen de garantie willen hebben dat ideaal en werkelijkheid in Duitsland niet opnieuw uit elkaar zullen lopen. Maar zolang de 'Duitse normaliteit' als een synoniem blijft klinken voor toerisme, altijddurende overschotten op de betalingsbalans en efficient maar humorloos voetbal, lijkt er weinig reden voor al te veel zorg. Wie zich zorgen maakt over een Duits cultureel imperialisme mag niet vergeten dat het deze eeuw altijd al Duitsers zijn geweest die de westerse cultuur hebben gedomineerd: Marx, Nietzsche, Freud, Heidegger, Einstein, Marcuse, en dat Duitsland niet langer het land is van de klakkende militaire ganzepas, maar nog wel steeds het land van Beethoven en Bach.