Tijd voor ballonnetjes

HET VOORJAARSOVERLEG van overheid en sociale partners dat morgen wordt gehouden staat onder druk van twee volstrekt tegengestelde bewegingen. De werkgeversorganisaties VNO en NCW achten het overleg overbodig. Zij zien geen reden om het in december afgesproken Gemeenschappelijk Beleidskader op ook maar enig punt aan te passen of de uitvoering ervan te versnellen. De werknemersorganisaties FNV en CNV willen juist belangrijke aanpassingen. De FNV-plannen komen zelfs neer op een vrijwel nieuw akkoord waarin loonmatiging de komende jaren wordt veilig gesteld via storting van loon in een werkgelegenheidsfonds. Het kabinet staat in het midden. Het ziet het meeste heil in nieuwe suggesties aan CAO-partners om decentraal afspraken te maken over het aan werk en scholing helpen van zwakke groepen.

HET Gemeenschappelijk Beleidskader is afgesloten voor een periode van vier jaar. In de sindsdien afgesloten CAO's sijpelen de intenties van het akkoord langzaam door. Mag men als na een half jaar de balans wordt opgemaakt verwachten dat het al honderd procent vruchten heeft afgeworpen? Het ongeduld van de vakbeweging is begrijpelijk maar niet terecht. Al op zo korte termijn weer een volstrekt nieuw plan lanceren werkt vooral verwarrend en schept nog hogere verwachtingen dan er al zijn. Dat maakt de kans op mislukking van het december-akkoord groter. Bovendien houdt het FNV-plan er te weinig rekening mee dat in sommige bedrijfstakken de problemen eerder op het organisatorische dan op het financiele vlak liggen. Een centraal werkgelegenheidsfonds biedt daarvoor geen oplossing. Goed uitzoeken waar de problemen precies liggen en de leiding van de vakbeweging moet het lef hebben dan ook naar de eigen rol tot nu toe te kijken kan meer soelaas bieden.

De passiviteit van de werkgeversorganisaties, het VNO voorop, kan overigens net zo verkeerd uitpakken als het grote ongeduld van de FNV. De werkgevers kunnen niet ontkennen dat ook zij de intenties van het beleidskader op het punt van loonmatiging, het scheppen van werkgelegenheid en scholing, het erbij betrekken van minderheidsgroepen en het beperken van het aantal arbeidsongeschikten, niet hebben waargemaakt. Ook van werkgeverskant mag daarom enige bezinning beter nog enig positief meedenken over oplossingen worden verwacht.

Dat in beide werkgeversorganisaties sprake is van een leiderschapsvacuum maakt het beraad er vrijdag niet gemakkelijker op. VNO-voorzitter Van Lede, die het einde van zijn laatste termijn ziet naderen, is al aan het weggaan. Het NCW stelt het al enige tijd met een waarnemend voorzitter. Geen ideaal klimaat voor overleg met anderen.

HET VOORJAARSOVERLEG is vooral van belang om een tussenstand op te maken, de oude afspraken opnieuw te bevestigen en nieuwe ballonnetjes op te laten. Belangrijke beslissingen passen meer in het najaar wanneer sociale partners de beslissingen van het kabinet over de nieuwe begroting onder ogen hebben. Toch kunnen overheid en sociale partners op een onderdeel van het beleidsplan morgen niet aan concrete afspraken ontkomen.

Nadat al jaren wordt gesproken over het verminderen van het aantal arbeidsongeschikten dreigt ook 1990 op dit punt een verloren jaar te worden. Niemand kan de cijfers over het sterker dan vroeger groeiende aantal arbeidsongeschikten negeren. De overheid kan zich niet meer veroorloven met de handen over elkaar te blijven zitten wanneer de sociale partners het laten afweten. Dat schept overigens wel de verplichting om ook in eigen huis orde op zaken te stellen. De overheid moet beginnen met het voorbeeld te geven.