Fabrikanten boos om nieuwe milieu-eisen verpakkingen

BUSSUM, 21 juni Fabrikanten van merkartikelen, waaronder heel grote als Heineken, Unilever en Van den Berg en Jurgens, zijn kwaad op het kabinet. Dat heeft hen in het Nationaal Milieubeleidsplan-Plus voor het blok gezet: ze moeten de verpakking van bepaalde produkten wijzigen of anders heffingen betalen.

Drs. R. Mulder, die de belangen van fabrikanten behartigt in de Stichting Verpakking en Milieu, klaagde gisteren zijn nood op een bijeenkomst in Bussum van de Stichting het Merkartikel. Het werd een stevige stoeipartij tussen ondernemers die de continuiteit van hun bedrijf vooropstellen en 'milieu-professionals' die een schoner milieu als prioriteit zien.

Mulder: 'Je bent in gesprek, over de uitvoering van het NMP, en dat was al een hele klus. Je hebt een afspraak en plotseling komt de overheid zonder enig overleg even de spelregels veranderen. Dat is een duidelijke grief van het bedrijfsleven. Dit verhaal in het NMP-Plus over heffingen en statiegelden belast de discussie enorm. Zo kun je niet het vertrouwen van het bedrijfsleven wekken', aldus de vertegenwoordiger van Verpakking en Milieu.

Hij schetste de concurrentieproblemen die ontstaan bij een plotselinge verplichting om verpakkingen te veranderen, bij voorbeeld omdat ze niet meer in het afval terecht mogen komen en de consument geacht wordt ze terug te geven.

Statiegeld en hergebruik; op het eerste gezicht een ideale oplossing om de onmetelijke afvalberg te verkleinen. Prof. Lucas Reijnders en drs. Theo Wams van de milieu-organisaties en ir. P. Nouwen van het ministerie van milieuhygiene zagen het als een onontkoombare ontwikkeling. Maar Mulder waarschuwde voor al te grote haast, omdat de fabrikanten voor het overgrote deel een flinke Europese markt bestrijken. 'Wij kunnen niet meer dan een halve of driekwart stap vooruitlopen op de Europese ontwikkeling. Bij de keuze van andere materialen moet het produkt een prijs krijgen die het buitenland wil betalen, anders krijg je ongelukken. Je prijst jezelf uit de markt.' De ministers Alders en Andriessen moeten, aldus Mulder, de morele moed opbrengen terug te gaan naar het bedrijfsleven om de hypotheek die zij nu op het overleg hebben gelegd weg te nemen. Hij is het eens met de stelling van de milieu-organisaties dat de industrie een lange termijn-actieplan moet maken. 'Dat hebben wij ook voor ogen: kwantitatieve afvalpreventie, materialen die het milieu zo min mogelijk belasten en recycling.' Ambtenaar Nouwen van het ministerie van VROM probeerde de ondernemers ervan te overtuigen dat ze op langere termijn een concurrentievoordeel kunnen behalen door het verbruik van grondstoffen voor verpakkingen en het energieverbruik te verminderen. 'Veel bedrijven zullen versteld staan van wat er allemaal in die sectoren omgaat.' Lucas Reijnders gooide olie op het vuur: 'Als het bedrijfsleven zegt dat het NMP-Plus een overval is, dan noem ik dat een defensieve reactie, gewoon stom. Bedrijven moeten actief de milieumarkt op. Het is absoluut vitaal dat het management er iets in ziet en mensen met een activistische, doelgerichte houding inschakelt. Er moeten concrete programma's komen. Het melkpak, de fosfaten en de PVC's moeten worden aangepakt.' Op de concrete vraag van de ondernemers hoe het verder moet met de drankenverpakkingen, was de boodschap van ambtenaar Nouwen: 'Een groot deel zal hervulbaar moeten worden, gekoppeld aan een statiegeld om de kringloop zo lang mogelijk te sluiten.'

Nouwen deed ook een beroep op de bedrijven om hun kennis en ervaring bij de distributie van goederen in te zetten voor de inname van lege verpakkingen.

Voor adjunct-directeur D. Onrust van Albert Heijn was dat net een stap te ver, omdat wat hem betreft vast moet staan of de consument de statiegeldfles wel wil. Daar zou eerst degelijk onderzoek naar gedaan moeten worden. 'Wij stemmen ons beleid af op wat de consument wil en wat ook kan.'

Bij de afschaffing van cadmium in bierkratten, PVC in verpakkingen en CFK's in spuitbussen is het ook zo gegaan bij Albert Heijn, aldus Onrust. Hij waarschuwde dat uitbreiding van een systeem van retourflessen heel ingrijpend is: het kost veel ruimte en selectie, transport en distributie en de reiniging ten slotte is en vergt veel organisatie.

Dat een actief milieubeleid ook flink financieel voordeel kan opleveren, zoals VROM-ambtenaar Nouwen al had betoogd, bleek uit het verhaal van ing. R. Bootsma, manager bij Johnson Wax Europlant, een bedrijf dat de mentaliteit van de Amerikaanse eigenaars lijkt te hebben overgenomen. De produktie van Johnson komt voor 95 procent in Frankrijk en de Bondsrepubliek terecht. In vier jaar tijd heeft de onderneming in Mijdrecht zowel de milieuproblemen weggewerkt als de produktiekosten met 17 procent verlaagd, door grondig onderzoek, een bedrijfsplan en een systeem van prestatiebeloning. Negen miljoen gulden werd geinvesteerd in zuivering, verwerking van afval en nieuwe apparatuur voor een schonere produktie, waarvan twee miljoen per jaar wordt terugverdiend. 'Ik denk dat veel bedrijven in principe te terughoudend, te voorzichtig zijn. Een lange termijnvisie bij de aanpak van milieuproblemen is cruciaal. Ik denk dat de continuiteit van veel bedrijven op het spel staat. Het grootste dilemma is wat je hier verandert en investeert, en wat je in buiten de grenzen doet. Onze kosten voor het afval en weggooiverliezen waren enorm. Na moeizaam overleg hebben we het hele personeel achter onze doelstellingen gekregen, die velen aanvankelijk belachelijk vonden: een vijfde van de kosten eraf en een nul-optie voor het milieu. Maar daarmee motiveer je wel alle aanwezige krachten en creativiteit', aldus Bootsma.

De Stichting het Merkartikel heeft zichzelf met de discussie van gisteren een opkikkertje bezorgd. Het bestuur gaat naarstig aan het werk met meer stuurgroepen om de overheid met haar milieudoelstellingen bij te blijven en er komt een intensiever contact met de betrokken ministeries. Een bestuurslid: 'Van groot belang is het beleid zoveel mogelijk een Europese standaard te geven. Want als straks een liter melk hier 20 procent duurder wordt, door afwijkende Nederlandse normen voor de verpakking en retourflessen, dan is de handel er als de kippen bij om goedkopere produkten uit het buitenland te importeren. En een Nederlandse wetgeving om dat tegen te gaan is met de vrije markt van Europa '92 moeilijk verdedigbaar.'