Italie voor het eerst na acht jaar weer bedreigd met algemenestaking

ROME, 20 juni In Italie dreigt grote sociale onrust nu de drie vakcentrales, voor het eerst na acht jaar, een algemene staking hebben aangekondigd nadat de onderhandelingen met de werkgevers over de CAO in de industrie zijn vastgelopen. Na tweeeneenhalf uur praten braken de bonden gisteren het overleg met de werkgeversorganisatie Confindustria af. Zij zeggen dat er veel meer ruimte is voor loonsverhoging dan Confindustria wil toegeven. Bovendien zijn de drie vakcentrales fel tegen het voorstel om de onderhandelingen over de CAO te koppelen aan gesprekken over een verandering van de salarisstructuur en flexibelere werktijden. De eerste stakingsactie is aangekondigd voor 27 juni, wanneer de werknemers in de metaal het werk zullen neerleggen. De bonden hebben gezegd dat een algemene staking niet zal worden gehouden voor het einde van de wereldkampioenschappen voetbal. De werkgevers hebben gedreigd de (beperkte) automatische prijscompensatie te beeindigen als de bonden gaan staken. Sergio Pininfarina, president van Confindustria, heeft gezegd dat de arbeidskosten over een periode van vier jaar met veertig procent zouden stijgen als de werkgevers ingaan op de looneisen van de bonden. Omdat de lire het afgelopen jaar een redelijk sterke positie heeft ingenomen, zijn we eens te meer gedwongen de arbeidskosten strak in de hand te houden, aldus Pininfarina. Hij wees erop dat de arbeidskosten in Italie in 1989 met 7,6 procent zijn gestegen, vijf procent meer dan het EG-gemiddelde. De bonden van hun kant rekenen voor dat de werknemers in de Italiaanse industrie netto minder overhouden dan hun collega's in andere EG-landen. Een probleem dat niet bij de CAO-onderhandelingen kan worden opgelost, maar dat wel tot een hardere opstelling van de drie vakcentrales heeft geleid, is dat de loontrekkers door de gebrekkige belastinginning in Italie relatief veel meer belasting betalen dan mensen die niet automatisch loonbelasting afdragen.

Daarnaast zeggen de bonden dat Confindustria overdrijft. Franco Marini, secretaris van de christen-democratisch georienteerde vakbond Cisl, heeft erop gewezen dat de werkgevers in hun jaaroverzicht van 1989 hebben gesproken over 'een duidelijk positief jaar'.

Hij stelt ook dat de Italiaanse economie al sinds 1983 een constante groei vertoont. Bovendien is de arbeidsproduktiviteit tussen 1980 en 1989 gestegen met 44,4 procent tegenover een netto-loonstijging van twintig procent. De onderhandelingen over de CAO voor de industrie betreffen zo'n vijftig verschillende groepen met in totaal ongeveer drie miljoen werknemers. Slechts in een sector, de chemische industrie, zijn de onderhandelingen nog niet afgebroken.