Te modieus

STAATSBEDRIJVEN dienen rekening te houden met hun verlies- en winstrekening en met hun bijdrage aan het algemeen belang. Als het verzekeren van het algemeen belang te duur wordt, past de overheid het verschil bij. Particuliere ondernemers kijken alleen naar de verlies- en winstrekening.

Bij PTT Post, zelfstandig sinds 1 januari 1989, boekt de lokettenpoot van het bedrijf al jaren aanzienlijke verliezen. De situatie dreigt nog ernstiger te worden omdat de grootste klant, NMB/Postbank, steeds minder behoefte heeft aan een duur netwerk van kantoren. Tot verbazing van Postbank en PTT geeft het publiek de voorkeur aan de anonieme geldautomaat boven de medewerker achter het loket. Uit onderzoek blijkt dat de dienstverlening alleen kostendekkend kan worden als er 500 vestigingen verdwijnen. De markt stuurt de reorganisatie. Maar de overgang van ambtelijke dienst naar winstgevend bedrijf is niet zo eenvoudig. Ambtenaren op het ministerie van verkeer en waterstaat vrezen voor de erosie van de dienstverlening op het platteland en zetten de particuliere onderneming onder druk om dorpen en gehuchten te sparen. De PTT wijkt af van de optimale reorganisatie en sluit 165 vestigingen minder. De PTT ontvangt daarvoor geen vergoeding.

DE PTT DOET zijn werk bij de gratie van een concessie van de overheid, de minister controleert of het bedrijf zich in redelijkheid houdt aan de daarin opgenomen verplichtingen. De eisen die de staat in dit geval stelt, zijn zo hoog dat het niet erg waarschijnlijk is dat het lokkettennet ooit rendabel wordt. Voor de PTT is dat niet zo erg, zolang elders in het concern fikse winsten worden geboekt, bijvoorbeeld op telefoongesprekken. Zouden andere aandeelhouders dan de Staat daarmee ook genoegennemen? Privatisering is in de mode, maar de huidige problemen tonen aan dat de verzelfstandiging van PTT Post niet de gelukkigste keuze van de overheid was. De innerlijketegenstrijdigheid die nu aan het licht komt tussen de zorg voor het algemeen nut en de economische motieven van een particulier bedrijf was te voorzien. Er zijn geslaagdere voorbeelden van privatisering te bedenken. Waarom zou de overheid zeventig procent van de aandelen Volvo Car bezitten?