CD-Interactive bergt tekst, beeld en geluid

LONDEN, 19 juni Verbeeld je dat je meespeelt in het Palm Springs Open golftoernooi. Met een druk op de afstandsbediening bepaal je eerst de hole van je keuze. Neem bij voorbeeld drie en op het tv-scherm verschijnt de beruchte waterpartij die je met een ferme slag moet overbruggen. Kies vervolgens een van de golfclubs, geef aan hoe hoog hij moet worden geheven, zet de golfspeler in de juiste richting en sla dan meedogenloos toe.

Het beeld laat onmiddellijk zien hoe de slag wordt uitgevoerd en ook wat daarvan het resultaat is: een discrete plons of luid applaus van een enthousiast publiek.

Of wees weer even kind en bepaal met de afstandsbediening de kleuren in de tekenfilm, verander de woorden in de liedjes, en laat ze klinken als klassiek of als popmuziek.

Dit is CD-I, de interactieve compact disc, die moet uitgroeien tot het consumentenprodukt van de jaren negentig, tot grote winstmaker van Philips, tot medium dat de uitgeverswereld net zo'n injectie geeft als eerder CD-audio deed bij de muziekmaatschappijen. 'Absoluut', zegt Gaston Bastiaens, leider Interactive Media Systems van Philips. En zijn optimisme wordt gedeeld door tien van de grootste elektronicabedrijven en honderd van de grootste uitgeverijen. Aan de vooravond van de CD-I-lancering, voorzien voor volgend jaar, waren ze gisteren en vandaag in Londen bijeen om de 'grote doorbraak' aan te kondigen.

Maar is dat niet wat al te resoluut voor een systeem met een afschrikwekkende naam, dat zich onmogelijk in een behoorlijke volzin laat omschrijven? Onzin, vindt Bastiaens. Hij noemt de naam niet minder dan 'perfect'. CD-I, dat is geen hersenspinsel van een bezeten techneut; CD-I, daar hebben heel wat marktonderzoekbureaus hun creatieve koppen over gebogen. Want 'CD, dat spreekt toch iedereen aan', zegt Bastiaens. En 'interactief' zal volgens hem 'een van de modewoorden worden van de jaren negentig. 'Net als 'multimedia'.' Ook aan een omschrijving durft Bastiaens zich best te wagen, hoewel hij waarschuwt voor de lengte. 'CD-I', zegt hij, 'is het medium waar ge alle gewenste vormen van informatie op kwijt kunt gesproken, woord, muziek, stilstaand en bewegend beeld, graphics, cartoons en die ge op een gebruiksvriendelijke manier interactief kunt weergeven, dus zo dat de consument steeds zelf de voortgang van het programma kan bepalen, waardoor het medium bij uitstek geschikt is voor entertainment, informatie en educatie, gericht op een massamarkt.'

Maar nadat hij even adem heeft gehapt, wil Bastiaens best toegeven dat je CD-I eigenlijk moet 'zien en horen en beleven'. Het aan de man brengen van CD-I 'is uiteindelijk het verkopen van emoties'. Dat CD-I er ooit zou komen, stond eigenlijk al sinds 1972 vast, zegt Bastiaens, sinds Philips met de video-beeldplaat bewees dat informatie kon worden vastgelegd in minuscule putjes, informatie die vervolgens met behulp van een laserstraal kon worden uitgelezen. Dat was het begin van de optische media, het startsein voor het CD-tijdperk, dat eerst CD-Audio voortbracht, later ook CD-ROM (als opslagmedium voor computers) en CD-Video. En bij elke introductie werd duidelijker, zegt Bastiaens, dat al die mogelijkheden, al die media, ooit op een enkel plaatje gecombineerd zouden worden.

Eerst moest nog een aantal technische drempels worden genomen. Een CD-plaatje van 12 centimeter doorsnee heeft een opslagcapaciteit van 650 megabyte, 16 keer zoveel als de gemiddelde harde schijf van een pc, genoeg om een slordige 170.000 getikte velletjes A4 op te slaan of 70 minuten Brahms. Maar aanvankelijk volmaakt ontoereikend voor bewegende beelden. Een seconde film vergde een opslagcapaciteit van circa 22 megabyte; er kon dus net een halve minuut bewegend beeld op een schijf.

Intussen zijn elektronicafabrikanten als Philips, Sony en Matsushita er met uitgekiende compressietechnieken in geslaagd de hoeveelheid informatie per beeld drastisch te verminderen. Daardoor zal het CD-I-plaatje volgend jaar bij introductie 70 minuten 'full screen full motion' kunnen bevatten, een ontwikkeling die pas onlangs mogelijk is geworden door de ontwikkeling van de chiptechnologie.

Maar voordat CD-I met succes op de consumentenmarkt kon worden gebracht, moest eerst aan een groot aantal andere voorwaarden worden voldaan, zegt Bastiaens. Eerst moest er natuurlijk een wereldstandaard komen, afspraken over specificaties, om een systeem-oorlog zoals bij de introductie van de videorecorder te voorkomen. Daar zorgden Philips en Sony twee jaar geleden voor.

Verder was het de kunst om de massale steun van de uitgevers te krijgen. Want CD-I staat of valt, zegt Bastiaens, met de beschikbaarheid van voldoende aantrekkelijke titels 'voor een brede waaier van gebruikers': cursussen en andere informatieve series maar ook geavanceerde videospelen, muziekprodukties maar ook kinderprogramma's. Bij de introductie zullen er volgend jaar 'voldoende', titels beschikbaar zijn , 'zo'n honderd' verwacht Bastiaens. Dat aantal moet binnen enkele jaren groeien tot 'meerdere duizenden'. Om dat ambitieuze doel te halen was het ook nodig, zegt Bastiaens, 'om infrastructuur beschikbaar te stellen', om voldoende studio's en betaalbare produktie-apparatuur voor CD-I-programma's te hebben. Inmiddels zijn er zo'n 60 CD-I-studio's, verspreid over de hele wereld. En Philips kondigde gisteren een software-pakket aan, waarmee ook niet-specialisten volledig geautomatiseerd CD-I-programma's kunnen maken.

Maar minstens zo belangrijk voor het welslagen van CD-I zal uiteindelijk de prijs van de spelers zijn, weet ook Bastiaens. Daarom mikt Philips erop de prijs van de spelers, die bij introductie nog zo'n 2.000 gulden zal bedragen, al halverwege de jaren negentig naar beneden te brengen tot het niveau van de huidige CD-audio-apparaten. Dat moet gebeuren door massafabricage en nieuwe generaties chips.

Vijf jaar lang hebben Bastiaens en zijn voorgangers als speelse generaals gezwoegd om al hun tinnen soldaatjes voor de finale aanval op de juiste plaats te posteren. Vijf jaar lang zijn ze een groot aantal samenwerkingsverbanden aangegaan om aan alle eisen voor succes te voldoen. Samen met dochteronderneming Polygram richtte Philips uitgeverijen voor optische media op in de Verenigde Staten, Japan en Europa. Samen met bedrijven als Sun Microsystems en Microware ontwikkelde Philips in de joint venture OptImage de CD-I-studio-apparatuur. Samen ook met Matsushita en Motorola ontwierp Philips de chip-set, die het hart vormt van de interactieve speler. En daarnaast ging Philips nog eens reeksen samenwerkingsverbanden aan: voor distributie, voor software-ontikkeling, voor promotie en markt-introductie.

Bastiaens wil niet zeggen hoeveel geld Philips al in CD-I heeft geinvesteerd. Hij spreekt over 'een belangrijk bedrag, een heel groot bedrag'.

Maar de tijd van oogsten is eindelijk in zicht. Vorig jaar heeft de elektronicaindustrie CD-I al op de institutionele en professionele markt gelanceerd, volgend jaar volgt introductie op de consumentenmarkt en in 1993 is de onderwijsmarkt aan de beurt. Bastiaens verwacht dat Philips de investeringen voor het midden van de jaren negentig zal hebben terugverdiend.

Dat betekent niet eens dat CD-I direct massaal zal aanslaan. 'Het medium zal tijd nodig hebben om tot bloei te komen', verwacht Bastiaens. 'We moeten niet nerveus worden van bescheiden verkopen in de eerste paar jaren. Maar in 1995 moet er toch wel een massamarkt ontstaan.' Dat wil zeggen dat er tegen die tijd in vijf procent van de huishoudens een CD-I-apparaat zal staan, de kritische drempel waarna de massa-verkoop en ook de winstgevendheid pas echt op gang komen. Dat houdt ook in dat CD-I vijf jaar zou doen over een opmars waarvoor CD-audio eerder drie jaar nodig had. Bastiaens kan bijna niet meer wachten tot 'het feest gaat beginnen'.