Korwin-Mikke, ongekroonde koning van Pools rechts

WARSCHAU, 16 juni Janusz Korwin-Mikke is de ongekroonde koning van rechts in Polen. Een nieuwe ster aan het politieke firmament. Hoe groot zijn politieke aanhang is, weet niemand precies, maar populair is Janusz Kowin-Mikke zeker: om zijn flitsende geest, zijn gegepeperde uitspraken, uitspraken als 'Beter tien dieven dan een communist', om zijn kleine provocaties. Janusz Korwin-Mikke leidt de UPR, de Unie voor Werkelijke Politiek. Hij is een boomlange, magere midden-veertiger met weinig grijs haar en een baard, hij doet in de verte denken aan professor Sickbock, minder humorloos misschien, maar bij tijd en wijle even rigoureus, even radicaal. We treffen hem in het hoofdkwartier van zijn partij, waar aan de muren de koppen van Marx, Lenin, Engels en Stalin hangen, het klassieke portret van vier naar links kijkende heren. De vier koppen zijn voorzien van horentjes. Aan de muur van zijn werkkamer hangt een grote kaart van Polen, een geheime kaart, zegt hij, een stafkaart: alle vliegbases staan erop. 'Als u wilt mag u hem fotograferen.' Korwin-Mikke is eigenlijk filosoof en wiskundige. Het laatst werkte hij op het gebied van de sociale cybernetica. Maar de laatste tien jaar van het socialisme heeft hij ondergrondse literatuur uitgegeven, van Friedman tot Orwell. De UPR, zegt hij, baseert zich want het is goed tradities en wortels te hebben op een partij van dezelfde naam die nog voor de Eerste Wereldoorlog opereerde, onder de slagwoorden conservatief, liberaal en nationalistisch, 'in die volgorde alstublieft'.

'We hebben zelfs monarchisten in onze gelederen, een pittoreske minderheid, maar goede mensen. Maar waar het om gaat is werkelijke politiek, reele politiek.' Er zijn, zegt Korwin-Mikke, heel wat voorbeelden van onwerkelijke politiek op te noemen, van de Verklaring aan de Onderdrukte Volkeren van Solidariteit uit 1981, een voorbeeld van onwerkelijke politiek omdat de verklaring niets betekende, niets uithaalde, tot de Litouwse onafhankelijkheidsverklaring: 'Je roept de onafhankelijkheid uit als je een leger hebt om haar af te dwingen. Als je geen leger hebt moet je zoiets niet doen.' De UPR rekent zich tot de oppositie. De regering van premier Mazowiecki en vice-premier Balcerowicz, de man van het radicale hervormingsprogramma, regeert niet, vindt Korwin-Mikke. 'Piece de resistance van de regering is de privatisering van de bedrijven. Er is nog geen stap gezet.

Er is nog geen staatsbedrijf in privehanden overgegaan en er is nog geen staatsbedrijf failliet gegaan, integendeel: er zijn veel privebedrijven failliet gegaan.' Balcerowicz, zegt Korwin-Mikke, is niet radicaal genoeg. Hij heeft een privatiseringswet opgesteld maar zich onderweg van zijn kantoor naar het parlement zo vaak door vakbonden en pressiegroepen laten tegenhouden dat zijn wetsvoorstel inmiddels aan de twaalfde versie toe is nog voordat het parlement het onder ogen heeft gekregen. 'Hij had moeten zeggen: vanaf morgen zijn alle bedrijven NV's waarvan de aandelen voorlopig in handen van de staat zijn, en wie er belangstelling voor heeft moet zich melden. Hij heeft dat niet gedaan. Maar Balcerowicz is ook geen liberaal. Hij blokkeert de lonen, verhoogt de belastingen, verhoogt de invoerrechten. Onze benzine is duurder dan die in New York. Dat is het bankroet van onze economie. Balcerowicz is het grootste probleem van Polen. Polen is een land dat radicale oplossingen nodig heeft. We moeten alles privatiseren. Alles, behalve misschien het Belweder (de residentie van de Poolse president).' Korwin-Mikke's UPR is een agressief-liberale partij, een partij die het harde, compromisloze liberalisme van de negentiende eeuw in het vaandel heeft staan. Ze is tegen de verzorgingsstaat, tegen arbeiderszelfbestuur, ze is als 'pro-militaristische partij' voor een krachtig beroepsleger, aangevuld met algemene dienstplicht met een absoluut minimum aan uitzonderingen. Ze is voor een volledige terugtrekking van de staat uit de economie, voor de privatisering van onderwijs en de gezondheidszorg. Ze is tegen abortus en euthanasie, omdat 'degene die willoze mensen doodt uitkomt bij Auschwitz'. De UPR is, zegt hij, rechts voor zover rechts gelijk staat met de rede. 'In de politiek is de rede belangrijker dan het gevoel. Gevoelens horen niet bij de politiek. Hitler was voor ons links, omdat zijn nationaal-socialisme vol emoties zat.'

Op grond van linkse principes, zegt Korwin-Mikke, kan geen enkele partij lang regeren: men schuift vanzelf op naar het centrum, want wat links wil is te duur. 'Kijk naar Mitterrand: hij begon links en eindigt in het midden. Kijk naar de communisten vroeger: zij schoven steeds meer op. Mensen als Michnik en Kuron zijn niet uit de partij geschopt omdat ze dissidenten waren maar omdat ze te links waren. Er bestaan geen betere conservatieven dan revolutionairen die aan de macht zijn gekomen. Je zult dat met de regering Mazowiecki ook zien gebeuren. Die regering bestaat ook uit linksen, aangevuld met een paar slechte liberalen die eruit vliegen zodra ze als zondebok te gebruiken zijn.'

De UPR is ook tegen gelijke rechten voor man en vrouw. 'Vrouwen horen niet achter het stuur, want ze kunnen niet rijden. Kunnen vrouwen schaken? Nee. De zusjes Pulgar zijn de besten maar verder dan de zestigste plaats op de wereldranglijst komen ze niet. Vrouwen horen ook niet in de politiek. Goed, ze mogen worden gekozen, maar de UPR is tegen het actieve vrouwenkiesrecht, want vrouwen stellen geen prijs op dat kiesrecht en kiezen toch maar knappe mannen. En met dat standpunt, geloof me of niet, ben ik populairder bij vrouwen dan bij mannen.'

Vrouwen, en dat geldt ook voor veel mannen, zegt Korwin, willen helemaal geen democratie, ze willen een liberaal bewind, ze willen vrijheid van handelen, meer willen ze niet. Stel je voor, zegt hij, wat er zou gebeuren als de politiek zou feminiseren. 'Vrouwen zijn niet agressief genoeg voor de politiek, en dit land heeft een agressieve leiding nodig.' Of Korwin-Mikke bij verkiezingen ver komt met zulke opvattingen is de vraag. Hij heeft zelf goede hoop en schat zijn aanhang op 25 tot 28 procent. 'Kolonel Kwiatkowski van het bureau voor opiniepeilingen schat onze aanhang op 16 tot 18 procent. Maar Kwiatkowski is niet alleen een socialist maar ook een socialist die altijd liegt. Onze aanhang is eerder het dubbele.'

In werkelijkheid is de aanhang waarschijnlijk veel minder: als Korwin-Mikke de tien procent haalt is het veel.

Hij werkt ook niet altijd even handig aan zijn imago. Tijdens een congres van rechtse partijen liet Korwin-Mikke zich wat al te innig in met de agressieve nationalistische partijtjes die de bijeenkomst gebruikten om luid, lang en driftig te schelden op de Duitsers en de joden. Bovendien werden de congresgangers bewaakt door ingehuurde skinheads, die met hakenkruisen en runenvlaggen paradeerden en menige Pool daarmee danig de schik op het lijf hebben gejaagd. Hij ontkent daar iets mee te maken te hebben gehad. Die skins waren door anderen ingehuurd, en 'ik heb geen swastika's gezien'.

Trouwens, wat klaagt men, zegt hij: de skins werden in elkaar geslagen door anarchisten het waren natuurlijk geen echte anarchisten, het waren socialisten, want geen fatsoenlijke anarchist zou ons haten, echte anarchisten zijn niet tegen ons. Maar hij geeft toe: het congres werd gedomineerd door de nationalisten, het was saai en vervelend, de nationalisten 'hadden het alleen maar over joden, Duitsers en abortus, en ik ben ook tegen abortus, maar daar besteed ik geen congres aan'. Toch wil hij dat bondgenootschap met de nationalisten niet opgeven. 'Met hen moet je oppassen, ze zijn heel sterk, niet hier in Warschau, maar wel op het platteland. Heel sterk. En als je ze de politieke woestijn instuurt, lopen ze naar de socialisten, en dan krijg je nationaal-socialisten, een heel gevaarlijke mix. Als je ze de woestijn instuurt heb je binnen vijf jaar een Hitler in Warschau.' Maar ach, zegt Korwin-Mikke, de ongekroonde koning van rechts in Polen, het maakt allemaal niet zoveel uit. Met het heersende districtenstelsel zal de Unie voor Werkelijke Politiek nooit een heel belangrijke partij worden, misschien komen we niet eens in het parlement. 'Maar wat geeft dat? Ik vecht niet voor mijn partij. Ik vecht voor Polen. En het grootste probleem van Polen is ook niet de economie, en de vraag of Balcerowicz het goed doet. Het grootste probleem is dat van de principes. Dat maakt het verschil uit tussen links en rechts, gevoel en rede. Ik ben tegen de verzorgingsstaat. Waarom? Als je armen helpt, schep je een leger van armen dat niet wil werken. Als je huren subsidieert schep je een leger huurders met eisen. Dat bedoel ik met principes. De staat moet worden belet aan goede werken te doen. Wie goed wil doen, doet dat maar in zijn vrije tijd, daar hebben we de staat niet voor. Het is moeilijk de weldoeners tegen te houden. Maar het moet. Ze horen niet thuis in de politiek.' 'We moeten alles privatiseren. Alles, behalve misschien het Belweder' 'In depolitiek is rede belangrijker dan gevoel. Gevoelens horen niet bijpolitiek.'