HET GEWELD VAN BELGIE

In het land waar de Europese Gemeenschap haar bestuurszetel heeft en de Navo haar hoofdkwartier, wordt de orde bewaard door een veiligheidsapparaat dat fundamenteel niet deugt. Wat de afgelopen jaren stukje bij beetje naar buiten sijpelde aan onwaarschijnlijke verhalen over de 'Italiaanse toestanden' in Belgie, is nu te lezen in het verslag van de parlementscommissie. De commissie onderzocht de manier waarop in Belgie de strijd tegen banditisme en terrorisme is gevoerd in de Zwarte Jaren tachtig. Een korte versie van dat rapport ligt sinds kort onder de titel Les Tueries du Brabant in Belgie in de winkel.

Sinds het rapport van de commissie begin mei is gepubliceerd, heeft de regering een drastische reorganisatie aangekondigd van politie en justitie. Het hoofd van de geheime dienst heeft zich genoodzaakt gezien zijn ontslag in te dienen, een commissaris van diezelfde dienst is geschorst en er is een gerechtelijke onderzoek geopend naar de Nijvelse procureur des Konings.' Het rapport heeft in Belgie een psychologische schok veroorzaakt, zowel bij het grote publiek als bij de regering', zegt Jean Mottard, de socialistische voorzitter van de Kamercommissie voor justitie en lid van de onderzoekscommissie. ' Ik denk dat het deels een schok van opluchting is, opluchting dat het parlement de ernst van de problemen nu eindelijk onder ogen ziet', zegt de journalist Rene Haquin van de ochtendkrant Le Soir, die samen met Mottard de verkorte versie van het rapport heeft samengesteld.

Het boek leest als het eerste deel van een complexe misdaadroman: de ene na de andere spannende zaak wordt behandeld, in een droge, feitelijke stijl die de gruwelijke gebeurtenissen uit 'de Zwarte Jaren' scherp doet uitkomen. Maar de ontknoping blijft vrijwel steeds uit, want de meeste zaken zijn onopgelost gebleven. De Zwarte Jaren danken hun naam aan de golf van geweld die Belgie in de jaren tachtig overspoelde. Behalve de reeks bomaanslagen van de links-extremistische organisatie Cellules Communistes Combattantes (CCC) en de ramp in het Heizel-stadion, was er een aantal gewelddadigheden waartussen bij nadere beschouwing op grond van de erbij betrokken personen, de gebruikte wapens of auto's dan wel door de manier waarop de misdadigers te werk gingen - verbanden blijken te bestaan.

Enige voorbeelden. 1) Een brandstichting trof het linkse weekblad Pour, dat over rechtse infiltratie in linkse kring schreef en bovendien onderzoek deed naar een tip over zogenoemde orgien of 'roze balletten' (partouzes), waaraan prominente politici zouden deelnemen. 2) Rijkswacht-commandant Vernaillen, die een onderzoek leidde naar de drugshandel van de rijkswachter die aan het hoofd stond van de sectie drugsbestrijding, raakte zwaar gewond bij een moordaanslag. 3) Daarvoor al was een wachtmeester die zich in dat onderzoek had vastgebeten vlakbij zijn woning met een kogel in zijn borst aangetroffen zelfmoord volgens de generale staf van de rijkswacht, moord volgens zijn collega's. 4) En natuurlijk zijn daar de achtenentwintig mensen die tussen 1982 en 1985 om het leven kwamen bij de reeks bloedige overvallen op supermarkten, gepleegd door wat men de Bende van Nijvel is gaan noemen, of La Bande des tueurs fous du Brabant Wallon. De buit van deze overvallen was steeds zeer klein en stond in geen verhouding tot de gewelddadige werkwijze van de overvallers. 5) Een wapenhandelaar die vermoedde dat de bende zich bediende van bij hem gestolen wapens, werd vermoord. 6) Bij deze Juan Mendez werd een van de zeer geavanceerde mitrailleurs gevonden, die kort voor de aanslagen van de bende begonnen waren gestolen uit de goedbewaakte kazerne van de anti-terreurbrigade Diane. Volgens de onderzoekscommissie heeft deze diefstal slechts kunnen plaatsvinden met hulp van politiemensen in de kazerne.

MOTIEFBehalve het nog altijd onopgeloste mysterie wie de leden waren van de Bende van Nijvel, is de grote vraag vooral het motief van de bende. De politie hield van het begin af aan stug vol dat de overvallers ordinaire bandieten waren. De parlementaire onderzoekscommissie was niet opgericht om het onderzoek van de politie over te nemen, maar om het onderzoek van de politie te onderzoeken. Toch kon de commissie niet voorbijgaan aan de vraag of er sprake was van 'gewoon' banditisme danwel politiek terrorisme.

Hoewel ze geen enkel materieel bewijs heeft kunnen vinden voor de stelling dat de bende politiek geinspireerd was, zegt de commissie wel aanwijzingen voor die stelling te hebben. Die aanwijzingen zijn: A) Een geldelijk motief ontbrak. B) De daders bedienden zich van militaire aanvalstechnieken. C) Ze provoceerden confrontaties met de politie. D) Veel (oud)leden van politiediensten zijn betrokken bij gelieerde affaires (zoals de diefstal van wapens van de Diane-brigade). E) Bovendien moeten mensen uit het onderzoeksteam informatie hebben doorgespeeld aan verdachten, die vlak voor hun arrestatie de wijk konden nemen naar het buitenland. ' Een verontrustend aantal getuigen', aldus het rapport, ' heeft melding gemaakt van zowel banden tussen extreem-rechtse groepen en leden van de politie- en inlichtingendiensten, als plannen voor een staatsgreep. De commissie vindt dat dergelijke geruchten serieus genomen moeten worden.' DESTABILISERINGDe journalist Hugo Gijsels draagt in zijn boek De Bende en Co; 20 jaar destabilisering in Belgie veel materiaal aan ter ondersteuning van de theorie dat de Bende van Nijvel angst wilde zaaien en zo de maatschappij wilde ontwrichten, opdat rechtse krachten de macht zouden kunnen grijpen. Ook al is het de journalist enigszins eenzijdig te doen om het staven van die vooralsnog onbewijsbare stelling, als introductie in het ingewikkelde web van affaires is zijn boek leesbaarder dan het commissie-verslag.

Gijsels beschrijft de voorgeschiedenis van de elkaar fel beconcurrerende politiediensten en de groei van de rijkswacht onder Vanden Boeynants, die van 1972 tot 1978 als minister van defensie de belangrijkste verantwoordelijke minister was. En hij besluit met een chronologisch overzicht, een bibliografie en een index, wat een uitkomst is voor wie af en toe de draad kwijtraakt in de wirwar van namen en affaires.

Rijkswacht-officier Vernaillen, dezelfde die in 1981 ternauwernood aan een moordaanslag ontsnapte, getuigde voor de parlementaire onderzoekscommissie hoe een Brusselse bankier hem in 1980 op de hoogte had gebracht van een extreem-rechts complot voor een staatsgreep. Bij het plan zouden hoge rijkswacht-officieren en een ex-minister betrokken zijn naar hij in een vertrouwelijk nota toelichtte: Vanden Boeynants.

De bankier, die lid was van Vanden Boeynants' rechtse organisatie Centre Politique des Independants et Cadres Chretiens (CEPIC), was het eerste slachtoffer van de overval die de Bende van Nijvel in oktober 1985 pleegde op een warenhuis in Overijse. Bij andere overvallen van de Bende kwamen zeker nog twee en mogelijk zelfs drie andere leden van de CEPIC om het leven.

Gijsels schetst ter verklaring van de coup-plannen de nasleep van de woelige jaren zestig, de stakingsgolf van de jaren zeventig ('deze spontane heropleving van de klasenstrijd'), de bloei van federalistische partijen aan beide zijden van de taalgrens en de toestand van onbestuurlijkheid waarin Belgie terecht dreigde te komen.

Uitvoerders van de coup zouden gezocht moeten worden in de kring van extreem-rechtse organisaties als het Front de la Jeunesse, dat in 1981 verboden werd op grond van de wet op de prive-milities, en bij de geheime, militair georganiseerde organisatie Westland New Post (WNP), of Westland National Sozialistsiche Ordnung. Van beide organisaties waren rijskwachters en ex-rijkswachters lid.

Begin deze maand zijn documenten ontdekt die het vermoeden bevestigden dat binnen het Front de la Jeunesse een speciale cel van rijkswachters bestond, de zogenoemde Groep G (Gendarme). Sommige politieteams houden er rekening mee dat de Bende van Nijvel voortkwam uit de Groep G en de WNP. Nu blijkt dat een ex-lid van de Groep G deel uitmaakt van een ander politieteam dat de aanslagen van de Bende onderzocht.

De 'demilitarisering' van de rijkswacht, die het kabinet Martens nu heeft voorgesteld, zou de voedingsbodem kunnen wegnemen voor extreem-rechtse uitwassen. Voor Bourgeois heeft een grondige reorganisatie van de politie, die samenwerking tussen de verschillende diensten mogelijk maakt, nu grote prioriteit. ' Als een moordenaar iemand in Oost-tende neerschiet, de trein neemt naar Luik en daar met hetzelfde pistool weer een moord begaat, kunnen we in dit land niet ontdekken dat hetzelfde wapen bij die twee zaken is gebruikt. We hebben geen centrale wapenregistratie.' Ter illustratie van de organisatie van het apparaat van politie en justitie beschrijft Gijsel dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel zich op een bepaald moment uitstrekte over zes verschillende arrondissementen en viel onder de bevoegdheid van vier procureurs-generaal, zes onderzoeksrechters, zes procureurs des Konings, zes gerechtelijke polities en zes districten van de opsporingsbrigade van de rijkswacht.

En daarbij komt dan nog de immer complicerende factor van de taalgrens. Als de rijkswacht alarm wil slaan vanuit een Frans-talig gebied naar een Nederlands-talig gebied of andersom, kan dat niet rechtstreeks. Het bericht moet eerst naar de generale staf van de rijkswacht in Brussel, waar het vertaald wordt en vervolgens doorgespeeld naar het andere taalgebied. De misdaad heeft in Belgie voorlopig nog een voorsprong.