Geen strafmaatregelen tegen leraren Barlaeus

AMSTERDAM, 16 juni B en W van Amsterdam zien af van disciplinaire maatregelen tegen de conrectoren van het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium. Wanneer daar in de toekomst aanleiding toe is, zal echter onmiddellijk en zo nodig ook disciplinair worden ingegrepen. Dat heeft de gemeente gisteren meegedeeld.

Alle personeelsleden zijn per brief van het besluit van B en W op de hoogte gesteld. Daarnaast hebben sommigen een brief ontvangen waarin B en W aangeven waar zij volgens het college de grens van het toelaatbare hebben overschreden.

De twee conrectoren, mr. R. de Ruijter en drs. G. Kapteijns, stonden centraal in het deze week afgeronde onderzoek dat klaarheid moest brengen omtrent hun gedragingen jegens de rector, drs. C. de Vries Lentsch. De gemeenteraad aanvaardde op 25 april een motie van Groen Links waarin om een onderzoek werd gevraagd naar het gedrag van personeelsleden van de school.

Ondanks het feit dat B en W vinden dat op het Barlaeus 'gedragingen hebben plaatsgevonden die de grenzen van het toelaatbare hebben overschreden', is afgezien van disciplinaire maatregelen omdat die een spoedige terugkeer naar normale verhoudingen op het gymnasium en tussen de school en de gemeente in de weg zouden staan.

Volgens raadslid en indiener van de motie K. Hulsman (Groen Links) mag het Barlaeus 'in zijn handen knijpen'.

Hij wees erop dat B en W een 'stevige reprimande' uitdelen aan het adres van de meest betrokkenen op de school. 'Disciplinaire maatregelen hadden zeker geleid tot jarenlang juridisch touwtrekken. Dat zou de gemeente zeker gewonnen hebben, maar het zou wel betekenen dat de sfeer binnen de school nog lang gefrustreerd zou blijven', aldus Hulsman.

Het onderzoek spitste zich toe op de gebeurtenissen half januari 1989. Toen besloot de docentenraad de feitelijke leiding van de school in handen te nemen en de rector zoveel mogelijk te isoleren. B en W noemen het 'zeer teleurstellend dat op uw school plannen voet aan de grond gekregen hebben, die tot stand zijn gekomen in voor de rector niet toegankelijke bijeenkomsten, die voor de rector verborgen gehouden werden en die gericht waren op het doelbewust uithollen van de positie van de rector'. Tegen De Vries Lentsch was in december 1988 al een motie van wantrouwen aangenomen. Zij werd eind 1987 tegen de zin van de school tot rector benoemd in het kader van het gemeentelijk voorkeursbeleid voor vrouwen.

In een eerste reactie zei De Vries Lentsch over het besluit van B en W: 'Ik had het wel verwacht. De gemeente moet nu eenmaal verder met deze school. Ik ben niet rancuneus. Het lijkt mij voor de betrokkenen al erg genoeg dat hun reputatie danig is aangetast. ' De Vries Lentsch treedt volgende week in dienst bij de secretarie van de gemeente Amsterdam.

De betrokken conrectoren waren niet bereikbaar voor commentaar. Namens de medezeggenschapsraad van het Barlaeus zei H. Born verheugd te zijn over de beslissing van B en W. 'Wij achten die ook volstrekt terecht, ' aldus Born.