Vlagverbranding nieuwe strijdvraag bij verkiezing VS

WASHINGTON, 15 juni Campagnevoerende Congresleden en verkiezingskandidaten hebben er een nieuwe strijdvraag bij: de heiligheid van de Amerikaanse vlag. Het Congres debatteert nu over een amendement op de grondwet om vlagverbranding te verbieden, omdat het Hooggerechtshof maandag een gewoon wettelijk verbod ongeldig heeft verklaard. Volgens tegenstanders van het verbod is de verontwaardiging kunstmatig. De politieke twist over de vlag 'leidt af van echte belangrijke problemen zoals het spaarbankschandaal en het begrotingstekort', schamperde de Democratische afgevaardigde Pat Schroeder.

Een debat over de vlag kost geen belastinggeld, dwingt niet tot bezuinigen en vergt geen andere pijnlijke maatregelen. Nu dit najaar het hele Huis van Afgevaardigden en eenderde van de Senaat moeten worden gekozen hebben de Republikeinen er een verkiezingsstrijdvraag uit gesmeed. 'Het is een mooie dertig-seconden-spot voor de televisie', zei de Republikeinse leider in de Senaat, Robert Dole. Democraten maken zich zorgen dat ze in dergelijke negatieve televisiereclames door hun concurrenten worden afgeschilderd als onpatriottisch.

De kwestie zou geen verkiezingsvraagstuk kunnen zijn als zij niet bij de bevolking leefde. In een recente opiniepeiling van de New York Times wil meer dan de helft van de ondervraagden een amendement op de grondwet. Een Senaatscommissie van de staat Louisiana keurde zelfs een wetsontwerp goed dat de straf op mishandeling van iemand die de vlag verbrandt verlaagde tot 25 dollar.

Zelfreiniging

De Amerikaanse behoefte aan morele zelfreiniging, die op de meest onverwachte momenten opduikt, speelt in deze zaak een rol. Dergelijke opvlammende emoties verlopen vaak volgens eenzelfde patroon. Een lokale politicus ontdekt iets dat in zijn ogen vies is en de tv, de nationale elektronische dorpsomroeper, doet de rest om alle kijkers ervan te laten gruwelen zodat het een nationaal onderwerp wordt. Zo had de sheriff van Cincinnati, een bekende zedenmeester, zich eerder dit jaar gestoord aan foto's van Robert Mapplethorpe van naakte mannen en jongens. Dat trok de aandacht van conservatieve Congresleden die subsidie voor kunst willen beperken. In Florida werden de leden van een rapband gearresteerd omdat ze obscene teksten zongen. Elders in het land wordt er nu ook actie gevoerd om de grammofoonplaten van deze groep in beslag te nemen. Maar de Stars and Stripes heeft voor Amerikanen een waarde die boven die van voorgaande gevallen uitstijgt. De vlag heeft bijna een hogere status dan de Nederlandse koningin, die wel kan worden bespot. 'Het gaat om de eeuwige vraag wat ons land bij elkaar houdt', zegt professor dr Dorothy Brown, cultuurhistorica bij de Georgetown Universiteit. Voor haar hangt de zorg voor de vlag samen met de zorg over de Amerikaanse identiteit, die met elke nieuwe golf immigranten anders of misschien onduidelijker wordt. Is de wapenspreuk e pluribus unum (uit velen een) haalbaar? Brown: 'Het Amerikaan-zijn verandert met elke persoon die hierheen komt. Het is zo moeilijk om deze natie aaneen te smeden dat symbolen heel belangrijk worden.'

Ook hechten veel veteranen van de Tweede Wereldoorlog, van de oorlogen in Korea en Vietnam aan de vlag. Gisteren was het Nationale Vlagdag. In etnisch homogene wijken gaat dat gepaard met parades en uit elk huis hangt een Amerikaanse vlag. Schoolkinderen beginnen elke schooldag in de klas met de pledge of allegiance to the flag. Tevens moeten ze zeggen dat ze geloven in 'een natie onder God'. Volgens een uitspraak van het Hooggerechtshof hoeven kinderen niet mee te doen met deze dagelijkse oefening, maar stil blijven tijdens de pledge maakt beslist geen goede indruk. Het volkslied rept van de star spangled banner. Het verbranden van de Amerikaanse vlag kwam in zwang bij Vietnam-demonstraties in de jaren zestig. Daarna raakte deze protestmethode in onbruik. In 1984 echter verbrandden radicale demonstranten een buitgemaakte vlag voor de poorten van de conventiehal van de Republikeinen in Texas. Omdat toen bleek dat zo'n actie nog steeds shockeerde, werd het weer een aantrekkelijk wapen voor sommige demonstranten. En ook een aantrekkelijk object voor kunstenaars: in een Washingtonse tentoonstellingsruimte moest het publiek over een in een kunstwerk verwerkte vlag lopen. Veteranen protesteerden en de politie arresteerde een toevallige toerist.

Verbod

Vorig jaar nam het Congres een wet aan die het verbranden en ontheiligen van vlaggen verbood. In een recente opiniepeiling van de New York Times ondersteunde ruim viervijfde deel van de ondervraagden deze wet. Het Hooggerechtshof verklaarde maandag echter het nationaal verbod op vlagverbranding in strijd met het in de grondwet verankerde recht op vrije meningsuiting. President Bush, die tijdens zijn campagne in 1988 gebruik maakte van de opwinding over de vlagverbranding, heeft een voorstel tot amendering van de grondwet gedaan. Het amendement zou de eerste inbreuk worden op de vrijheid van meningsuiting en grondwetsgeleerden vinden dat op deze wijze voor tijdelijk politiek gewin de maagdelijkheid van het eerste amendement op de grondwet wordt aangetast. De uitzondering op de vrijheid van meningsuiting zou een ongewenst precedent kunnen vormen voor andere puriteinse stokpaardjes, denken zij.

Het voorgestelde amendement zal niet gemakkelijk passeren. Een ondercommissie voor grondwettelijke zaken van het Huis van Afgevaardigden heeft het al afgewezen. De voorzitter van de commissie, Don Edwards, heeft aan de Democraten die bang zijn als on-patriottisch te worden gebrandmerkt de uitweg geboden van een niet-bindende resolutie tegen vlagverbranding. De voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Tom Foley, wil wel een wet maar geen grondwetsamendement tegen vlagverbranding. Niet alle Democraten zullen hem volgen. Maar ook de Republikeinen zijn verdeeld. 'Het is een buitengewoon ernstige zaak om de Bill of Rights (de eerste tien amendementen op de grondwet) te amenderen. Het is uniek in de annalen van de Amerikaanse geschiedenis en we moeten er nu niet mee beginnen', zei de Republikeinse senator John Danforth gisteren. Zijn conservatieve partijgenoot senator Gordon Humphrey: 'De Bill of Rights is een lijst van dingen die de regering niet mag doen en een daarvan is het beperken van de vrijheid van meningsuiting. Ik wil die voor geen enkel doel verdund zien.' Van de meer dan 5.000 amendementsvoorstellen zijn er in het verleden slechts 26 gepasseerd, waarbij de eerste tien tegelijkertijd kwamen. Tweederde deel van de leden van beide huizen van het Congres moet voor wijziging zijn. Daarna moet driekwart van alle staten het ratificeren. Tegen die tijd zijn, in dit geval, de verkiezingen alweer voorbij.