Speculaties over positie minister Braks

DEN HAAG, 15 juni Het is nog maar vier maanden geleden dat minister Braks van landbouw en visserij door akkerbouwers werd uitgescholden voor zijn falend beleid. Sinds woensdagavond staat Braks weer onder druk. Een oud-inspecteur beschuldigde zijn eigen Algemene Inspectie Dienst ervan te rommelen met cijfers over de visvangst. De minister noemde de beschuldiging infaam, maar nog diezelfde avond werd hem door de regeringsfracties duidelijk gemaakt dat oud-inspecteur A. Besuijen niet de eerste de beste is.

Als Braks niet zelf de recherche had ingeschakeld, dan hadden de Kamerleden hem daartoe gedwongen. Hen bereiken al maandenlang geruchten dat het fout zit met de controle door de AID, maar blijkbaar hadden ook zij de openlijke beschuldiging nodig om in actie te komen. Maar sinds woensdagavond de deksel van de put is gelicht, verspreidt de stank zich langzaam maar zeker door de Kamer. Er wordt al druk gespeculeerd over mogelijk gedwongen aftreden.

Braks erkende gisteren dat er vele geruchten zijn. Een hardnekkige die in de Kamer de ronde doet, is dat AID'ers uit angst voor represailles van de vissers de cijfers bijkleuren. 'Meestal zit er achter geruchten ook wel een verschijnsel van wat zich in de praktijk voordoet', aldus de minister.

Het is precies drie jaar geleden dat Braks in de Kamer verantwoording moest afleggen voor 'passieve betrokkenheid van de overheid en in enkele opzichten van een actieve betrokkenheid' bij het ontduiken van de visquoteringsregeling. De minister van visserij trok het boetekleed aan en mocht blijven. De Kamer erkende dat jarenlange onduidelijkheid over de Brussels regelgeving de controle ernstig had belemmerd. Minister-president Lubbers sprak van machteloosheid, maar voegde daar aan toe dat dit excuus voortaan niet meer zou gelden. 'Er is nu een helder beleid vanuit Brussel. De bal ligt nu echt bij ons.'

Sindsdien is de controle op illegale visvangst geintensiveerd. Braks zei gisteren dat 'we dicht bij de situatie komen dat elke visser zijn eigen controleboot heeft'. Toch moest Braks vorige week meedelen dat vissers vijftig procent meer vis aan land brengen dan de officiele registratiecijfers aangeven.

Vissers die de controle weten te omzeilen maken de Kamer moedeloos, maar een mogelijk frauderend controle-apparaat verergert de zaak. Als Besuijen de waarheid sprak, is de vraag of de minister geweten heeft dat bewust met cijfers wordt geknoeid. Het Kamerlid Van Zijl (PvdA) kan het zich nauwelijks voorstellen. 'Braks weet hoe gevoelig deze materie ligt.'

Maar ook als de minister onwetend was van wat zijn ambtenaren deden, kan zijn positie in het geding komen. 'In dat geval weet ik nog niet hoe mijn fractie zal oordelen', aldus Van Zijl.

De minister-president zei drie jaar geleden: 'Mijn stelling was en is dat politiek niet alleen beoordeeld wordt op ambities, maar ook op wat ervan terechtkomt.'

In het opzetten van een afdoende controle is Braks niet geslaagd. Zelf vindt hij het ook 'zeer teleurstellend'.

Nijland vroeg zich af 'hoelang we zo nog door kunnen gaan'.

Van Zijl merkte op dat het tijd wordt 'te oordelen over de lering die de overheid heeft getrokken uit het verleden'. Dat oordeel komt na de zomer als de recherche haar onderzoek heeft afgerond. Dan is het aan de Kamer om te zeggen of de situatie is bereikt die premier Lubbers in 1987 in de Kamer omschreef als: '... de politieke verantwoordelijkheid in de uiterste zin van het heenzenden van de minister kan ook plaatsvinden indien in dezen het vertrouwen in zijn beleid ontbreekt, terwijl de laatste geconstateerde handeling of nalatigheid op zichzelf niet zo belangrijk is, maar als het ware de druppel vormt die de emmer van het parlementaire misnoegen doet overlopen'.