Schrijven in de aantonende wijs

Dichters, dichters, dichters. Een week lang, van 16 tot en met 23 juni, lezen ze elke avond hun gedichten in het Pools, Tsjechisch, Chinees, Hongaars, Duits, Russisch, Engels. Meestal verstaan de mensen die naar ze luisteren hun taal niet, ze luisteren alleen naar de klank van hun stem, ze kijken naar het fronsen van hun wenkbrauwen, naar hoe hun haar zit en naar de kleur van hun overhemden. Dat is Hongaars, denken ze, 'omgevallen vuilnisvaten stinken en afval dwarrelt her en der, / niemand veegt natuurlijk straten, wordt er/ gelezen in zulke tijden? leest iemand nog gedichten?' vraagt de Hongaar Peter Kantor (1949). Jawel, avond aan avond zitten er driehonderd van zulke iemanden in de Rotterdamse Doelen, te luisteren en mee te lezen met de vertalingen.

Dit jaar is Poetry International voor haar doen tamelijk Europees en dan vooral Oosteuropees. Van de meeste dichters die komen bestaan geen vertalingen in boekvorm in het Nederlands; wie ze kent, kent ze voornamelijk uit vertalingen in weer een andere vreemde taal. Nog een geluk dat die er zijn. En een geluk dat Poetry onze onbekende buren heeft uitgenodigd, al kunnen ze op een avond niet meer dan zes gedichten voorlezen en al verstaan we daar niets van. Misschien is het onzin om te denken dat je op die manier gedichten moet leren kennen, maar dan is het mooie onzin.

Zijn Oosteuropese dichters anders dan Westeuropese of Amerikaanse? De Ierse dichter Seamus Heaney vindt van wel. 'Deze dichters schrijven in de aantonende wijs, ' schrijft hij in zijn essaybundel The government of the tongue. Hij noemt de toon van de de poezie die 'uit die verre wereld' komt 'intens van stijl en zo geloofwaardig, zo troosteloos en zo stimulerend'. Op dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag gaan dichters uit Oost en West discussieren over de vraag of ze echt zo van elkaar verschillen. Wie wil kan naar ze komen luisteren.

Neem Ewa Lipska. Een Poolse dichteres, geboren in 1945. Het is niet makkelijk zich voor te stellen wat dat betekent: Polen 1945 tot 1989. Ze woont in Krakow, de mooiste en de vieste stad van het land. Oude gebouwen in een kom van vervuilde lucht. Ewa Lipska lacht veel en schrijft treurige gedichten van weinig woorden. 'Zuinig' heet dat als het over poezie gaat, of 'spaarzaam'. Goede woorden voor iemand die nooit in de gelegenheid is geweest spilziek te zijn.

Lipska's gedichten zijn heel anders dan die van haar landgenoot Tadeusz Rozewicz (1921), de leermeester van alle levende Poolse dichters. Hij is de meester van de nuchterheid, van de galgehumor, van de poezie zonder beeldspraak. 'de mens moet men liefhebben/ ik heb dagen en nachten geleerd/ hoe het is de liefde/ ik kan het zeggen'.

Vrijdagavond kan men het hem echt horen zeggen. Sommige van de dichters die komen hebben hun stem zelf jarenlang niet gehoord, althans, niet in hun eigen land. Van de Rus Gennadi Ajgi (1934) bijvoorbeeld, wordt wel gezegd dat hij 'de minst gepubliceerde dichter van de Sovjet-Unie' is. Men kon al jaren een indruk van zijn stem krijgen door Franse, Duitse of Nederlandse vertalingen van zijn werk te lezen, maar zijn Russisch was lange tijd zoek: 'zwijgen als leven/ en dat voor heel mijn leven, ' schreef hij. Voor de Tsjech Miroslav Holub (1923) geldt min of meer hetzelfde, al waren de Tsjechische bewindslieden iets soepeler: in 1982 is een dag lang een bundel van hem te koop geweest. Daarna was hij uitverkocht en 'u begrijpt, papierschaarste... ' nooit meer herdrukt.

Roemenie heeft zich ontpopt tot het luidruchtigste land van Oost-Europa. Het lijkt wel of Marin Sorescu (1936) de enige Roemeense dichter is die geen lid is (geweest) van het Front voor Nationale Redding. Hij is gewoon dichter. Of niet gewoon. Een bijzondere dichter, al vaak te gast geweest op Poetry en nu gelukkig weer.'s Ochtends buigen al deze dichters zich over het werk van hun Nederlandse collega Hans Faverey, dat zij willen vertalen. Dat zal niet meevallen, maar ze mogen er een week over doen. Aan het eind van die week zullen we weten hoe deze vraag in zoveel buitenlandse hoofden is gaan klinken: En is het goed om lief te hebben, en zich te hechten aan het sterfelijke.

Behalve de Oosteuropese dichters zijn er bij Poetry ook Engelse, Duitse, Nederlandse, Vlaamse en Chinese dichters. En een Amerikaan, een Indiase, een Israelische en een Ier. Op deze pagina zeven gedichten van Oosteuropese dichters van wie nog maar weinig in het Nederlands vertaald werd.