Gesprek met componiste Huba de Graaff; Ik kan mijn jurk latenzingen

De componiste Huba de Graaff laat speelgoedauto's zoemen en bootst met computers het geluid van geigertellers en krekels na. Binnenkort gaat van haar de elektronische compositie Corenicken in premiere. 'De mensen hoeven het niet mooi te vinden, als ze maar onder de indruk zijn.'

Bij binnenkomst valt het oog meteen op een aantal 'blimpies', een soort uitvergrote, kleurrijke taartjes op wielen. Componiste Huba de Graaff laat zien hoe ze werken. Een taartje begint te rijden en wanneer het tegen mijn voet stoot kiest het een andere richting, zoals een botsauto op de kermis. Binnenin flikkert een lampje en er klinkt een zoemend geluid.

Achter de blimpies, een woord dat volgens Huba de Graaff tijdens het werk toevallig ontstond, blijken speelgoed-brandweerauto's op batterijen schuil te gaan. De plastic 'carrosserie' is eraf gehaald zodat alleen het onderstel met lampje en whee-whoo sound (aldus de verpakking) overblijft. Een bevriend kunstenaar ontwierp de taartjes van papier-mache.

Veertig blimpies treden op in Corenicken, een avondvullende 'compositie' van Huba de Graaff die op 29 en 30 juni in het Shaffytheater te horen zal zijn in het Off Holland Festival. De blimpies zijn met behulp van een centrale antenne vanaf het podium regelbaar en zullen gedurende het concert op gezette tijden in een gracht om het publiek heenrijden en gezamenlijk een krachtig akkoord laten horen. Het publiek zelf zit op houten verhogingen rondom het podium. De blimpies behoren tot de simpelste delen van de installatie, die verder zal bestaan uit onder meer roterende speakers, ritmeboxen, 32 mini-televisies tussen het publiek, een podium waaronder basspeakers verstopt zitten en drie immense paraplu's met in totaal 768 afzonderlijk bestuurbare geluidsbronnen. Dat alles wordt vanaf het podium gecontroleerd door twee musicerende vrouwen, van wie er een een blikken jurk draagt die ook dienst doet als muziekinstrument.

Huba de Graaff (1959) studeerde enkele jaren geleden met onderscheiding af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en heeft inmiddels diverse composities op haar naam staan, de meeste met elektronica. Ze studeerde eerst enkele jaren viool aan het Sweelinck Conservatorium, maar een avontuur met diverse popbandjes slokte haar zozeer op dat er van studeren weinig kwam. Bovendien leerde ze in die bands veel meer over gehoortraining en harmonieleer dan op school. Ze werd van het conservatorium gestuurd en besloot om na een jaar sonologie in Utrecht (componeren met computers) compositie te gaan studeren in Den Haag. 'Een hele stap, ' zegt Huba de Graaff. 'Types die compositie studeren zien er altijd wat bleekjes uit.'

'Ik heb kritiek op het wereldje van de moderne muziek. Concerten met hedendaagse muziek zijn bijna altijd vervelend. Na twee minuten heb ik het wel gehoord. Je doorziet de structuur van een stuk, begrijpt waar het over gaat en daarna duurt het nog uren. Ik denk wel eens dat die componisten dat alleen voor het geld doen. Voor een elektronisch werk van Jan Boerman ga je onderuit zitten en laat als het ware de Gulden Snede over je komen. Dat mag lang duren. Voor veel klassieke muziek geldt hetzelfde. Maar in moderne muziek lukt dat nooit. 'Ik was heel verbaasd dat ik na mijn afstuderen meteen allerlei opdrachten kreeg. Dat bleek bijna vanzelf te gaan. Ik heb in die tijd een paar werken geschreven voor Nederlandse ensembles. Verschrikkelijk! Zo'n stuk is ongeveer klaar en dan veranderen ze plotseling van bezetting. Of je het nog eens over wilt doen? Dat doe je en vervolgens leggen die jongens het stuk in de kast. Ze hebben helaas geen tijd om te repeteren en ze zitten met een verhuizing. Het is allemaal zo sloom en gemakzuchtig. Een van die stukken duurt ongeveer zes minuten en is na meer dan anderhalf jaar nog steeds niet gespeeld. Voor die manier van werken heb ik geen geduld.'

Mythe

Hoe het wel moet, weet Huba de Graaff precies te vertellen. Samen met Arthur Sauer organiseerde ze in 1987 tijdens haar studie de KoKo-dagen in Den Haag (KoKo staat voor kort komponeren). Ze vroeg 34 Haagse componisten in een weekeinde een kort stuk te schrijven. Na zo'n achthonderd telefoontjes met conservatoriumstudenten had ze tachtig musici bij elkaar om die composities twee weken later in een concert uit te voeren. Concerten op het conservatorium waren volgens De Graaf uitzonderlijk saai, en dat moest maar eens afgelopen zijn. Bovendien wilde ze met de KoKo-dagen de mythe die er nog steeds om het componeren bestaat doorbreken. De Graaff: 'Het ging ons om de actie van het componeren. Wij wilden laten zien dat componisten niet altijd twee jaar over een stuk hoeven te doen. Louis Andriessen schreef zijn stuk voor KoKo bij voorbeeld in twintig minuten en het klonk heel erg als Andriessen.'

Aan Corenicken werkt Huba de Graaff inmiddels veel langer dan een weekeinde. Anderhalf jaar geleden ontstonden de eerste ideeen. Veel tijd werd opgeslokt door solderen, timmeren en bellen met groothandels in computeronderdelen. Het moet een groots spektakel worden. De Graaff: 'Een concert mag nooit saai zijn. We leven in 1990, kun je nagaan! De wereld heeft niet stilgestaan. Er is zoveel mogelijk. In Corenicken schieten geluiden over de hoofden van het publiek weg. In het midden worden allerlei tonen uit draaiende speakers geslingerd. Ondertussen staan op het podium twee dames te musiceren. Je hoort melodieflarden, zware ritmes, stukjes popmuziek, orgelachtige akkoordblokken en van onder het podium komt een lage dreun. 'Ik gebruik voor mijn composities alle technieken door elkaar, ik ben alleen geinteresseerd in de werking van het geheel. Ik heb nauwkeurig in het hoofd hoe ik het wil hebben. Daarna volgt de uitwerking, die is iedere keer verschillend. Sommige delen kan ik perfect schrijven tijdens een voetbalwedstrijd. Af en toe zit ik te trutten achter de piano, maar ik stel het moment waarop ik een toets aansla zo lang mogelijk uit, want dan is er ineens volume in de lucht en daar word ik door afgeleid. Componeren gaat bij mij dus heel warrig en hevig.' Het componeren zelf mag dan wat warrig verlopen, De Graaff weet precies wat ze wil.

Mede daarom koos ze in Corenicken voor elektronica, omdat ze dan niet te maken had met 'gemakzuchtige' musici. Bovendien wil ze graag haar eigen klanken creeren. De Graaff: 'Ik wilde een keer werken met piezo's, dat zijn keramische elementjes die in digitale horloges voor die piepjes zorgen. Ik heb er een paar gekocht en al gauw bleek dat je er allerlei soorten geluid mee kon maken door de elektrische spanning te varieren. Als je er een heleboel van op een vlak monteert, kun je bij voorbeeld een geluid maken dat als een straal van de ene kant naar de andere schiet. 'Ik ben naar de afdeling schakeltechniek van de TU Delft gegaan, om me te laten uitleggen hoe ik die geluiden met een computer kon sturen. Een ingenieur rekende mij voor dat dat alleen kon met een onbetaalbaar computersysteem. Wat een onzin! Toen ben ik zelf aan het prutsen gegaan en heb wat kleine computers gebouwd. En nu lukt het. Ik ben bezig mijn eigen geluidsbibliotheek voor de piezo's aan te leggen. De prachtigste dingen zijn mogelijk. Bij voorbeeld 'pfreu... pfreu' als van krekels, of iets dat heel laag klinkt of dat lijkt op de tikjes van een geigerteller. Ik hoop dat ik het voor de komende concerten allemaal nog op tijd in de software geprogrammeerd krijg. 'Computers bouwen is stomvervelend werk. Maar als ik het niet zelf had gedaan, had ik een apparaat moeten lenen. Dan was ik weer de zielige componist, die een beetje de knoppen aan en uit mag zetten. Het is prettig om het systeem te beheersen. Het kost een hoop energie, maar ik krijg er veel voor terug. Ik ben niet meer afhankelijk van een techneut die de werkmethode voor mij vooraf heeft bepaald. Daarom heb ik ook een hekel aan gewone luidsprekers. Vroeger toen er nog oostbloklanden waren, stonden ze daar op pleinen. Luidsprekers zijn een medium, ze interpreteren een signaal en zijn dus niet volledig controleerbaar. Ik begrijp componisten niet die jaren aan een elektronische compositie werken om die vervolgens door twee willekeurige boxen te laten interpreteren.

Rondtollen 'Soms kan het leuk zijn om juist voor bepaalde luidsprekers iets te schrijven. Zoals de roterende speakers in Corenicken. Die laat ik via de computer rondtollen of met een ruk stilzetten. Als ik ze flink laat janken en krijsen zijn ze ineens geen medium meer, maar wilde beesten. Ook de basspeakers onder het podium zorgen voor gecontroleerde effecten. Aanvankelijk was ik van plan luidsprekers te gebruiken die ooit in bioscopen stonden voor het geluid van Earth Quake. Vrienden van mij hebben er indertijd een stel gekocht. Toen ik nog op het conservatorium zat, heb ik er een stuk voor geschreven. Mooi dat Jan van Vlijmen tijdens het concert de zaal verliet, dat heb ik wel gezien.' Huba de Graaff is niet echt geinteresseerd in wat het publiek van haar muziek vindt. Denkt ze dat mensen anders naar haar concerten gaan dan naar die van collega's? De Graaff: 'Ik hoop het voor ze, want anders schrikken ze zo. Het wordt beslist hevig en het gaat soms gepaard met flink wat herrie. Ik kan mijn blikken japon lekker laten rondzingen zoals een elektrische gitaar in de popmuziek, maar dan rijker van klank en met meer mogelijkheden. 'Stofzuigergeluiden', zeggen mensen na een concert wel eens. Misschien is dat zo. Het enige wat ik wil is dat ze komen en met open monden van verbazing achterblijven. Ze hoeven het niet mooi te vinden, als ze maar onder de indruk zijn.' Corenicken, wat betekent dat eigenlijk? 'Niets, maar het is wel een mooi woord, dus zo moest het heten.'