Een levenslustige jongen in een verlaten strandpaviljoen

Een verlaten strandpaviljoen in de herfst welke melancholicus zou er niet van watertanden? Maar wat een uitgelezen lokatie lijkt voor allerhande weemoedige overpeinzingen is in de ogen van Springer, de levenslustige jongen die het paviljoen moet bewaken, niet meer dan een plek waar niets te beleven valt. Veel meer dan dat zijn darmen lelijk aan het spoken zijn heeft hij althans niet te melden.

Gelukkig stormt het hevig en dienen zich enige wonderlijke passanten aan die voor het nodige leven in de brouwerij zorgen: behalve Rif, de onverstoorbare eigenaar van het paviljoen, zijn dat Ruth, een manisch-depressief warhoofd met een tas vol boterhammen, Math, een ethicus in vrouwenkleren die zowel de eenzaamheid als de perfectie predikt, en Springers tweelingzusje, dat tot verbazing van haar broer plotseling op het Wadden-eiland opduikt terwijl zij eigenlijk op Curacao had moeten zitten. De jongelui verkondigen de meer uiteenlopende theorieen, er wordt links en rechts wat gefriemeld, ze vliegen elkaar in de haren en verdwijnen zodra de storm is geluwd en de vliegers van Rif zijn neergestort. Opnieuw is Springer alleen met Rif, die zich al die tijd als een zwijgzame rots in de branding heeft gemanifesteerd.

Springer Werktitel, een voorstelling voor jongeren in het Holland Festival, vertelt in feite niet meer dan het verhaal van een jongen die, in eenzaamheid op zichzelf teruggeworpen, zich overgeeft aan zijn fantasie, wat overigens pas in de loop van het stuk tot uiting komt. Het is een bekend procede dat vooral in films vaak is toegepast: iemand wordt zwetend wakker en alle voorafgaande gebeurtenissen blijken 'maar' gedroomd te zijn. Maar zo ontgoochelend en flauw als een dergelijke ontknoping kan zijn, zo onvoorspelbaar en bij nader inzien toch volstrekt logisch is zij in Springer Werktitel. Regisseur Paul Vermolen geeft bovendien blijk van een goed gevoel voor timing door net op het moment dat die rare, schreeuwerige malloten op het toneel met hun monomane praatjes irritatie beginnen te wekken, de rust te doen wederkeren. Gesuggereerd wordt dat Springer (beheerst gespeeld door Vincent van den Berg) gelouterd en gerijpt zijn leven kan vervolgen, maar welke nieuwe inzichten de drie zonderlinge personages hem hebben verschaft blijft onduidelijk. De rol van de tweelingzus (Carin Halsema), lesbisch en bovendien zwanger, lijkt ingegeven door willekeur, en met de overigens nauwelijks aan de orde gestelde travestiedrang van de ethicus (Rob Das) kun je ook alle kanten op. Moeten wij hier verder spitten in de verwarde geest van de hoofdpersoon? Zijn dit de extreme kanten van het leven, waar de naar een 'leefsysteem' zoekende Springer (volgens Van Dale onder meer 'iemand die nog jong en weinig ernstig is' en een 'strandvlo') nog uit moet kiezen? We zullen het maar niet proberen. Schrijver Nirav Christophe laat veel vragen onbeantwoord, maar dat neemt niet weg dat zijn stuk stevig in elkaar zit en de aandacht gevangen houdt. Gebrek aan fantasie kunnen we hem trouwens net zo min verwijten als zijn hoofdpersoon: het stuk speelt zich namelijk af op Rottumeroog, een eiland dat slechts de zogeheten strandvoogd en zijn gezin schijnt te huisvesten. Om een strandpaviljoen zullen ze daar wel niet zitten te springen, laat staan om een bewaker.

Voorstelling: Springer Werktitel. Holland Festival. Coproduktie Stichting Cervelaat, Vooropleiding Theater Groningen en Grand Theater. Regie: Paul Vermolen; tekst: Nirav Christophe; toneelbeeld: Loes Greiner. Met: Vincent van den Berg, Carin Halsema, Tatjana Beukeboom, Rob Das, Peter Henk Amesz. Voor jongeren vanaf twaalf jaar. Gezien: 14/6, De Krakeling, Amsterdam. Te zien: 15 en 16/6, De Krakeling, Amsterdam; 21, 22, 23/6: Grand Theater, Groningen. Daarna elders te zien.