Achterban PvdA valt over opstelling leiding

DEN HAAG, 14 juni De voorzitter van de PvdA M. Sint wordt mogelijk op de partijraad morgen in Amsterdam scherp op de vingers getikt. Ook de fractie in de Tweede Kamer en de bewindslieden in het kabinet worden door de achterban bekritiseerd.

De afdeling Overijssel verwijt de partijvoorzitter zich op een ongelukkige manier en op een verkeerd tijdstip te hebben bemoeid met zaken die het landelijke PvdA-bestuur bovendien niet aangaan. Sint had in de media de nederlaag bij de gemeenteraadsverkiezingen geweten aan plaatselijke omstandigheden en er meteen op aangedrongen de colleges van burgemeester en wethouders voortaan zo breed mogelijk samen te stellen. Volgens de plaatselijke afdelingen is de nederlaag echter 'in zeer hoge mate een landelijke trend'.

Het is aan de gewesten en afdelingen voorbehouden om politieke conclusies te trekken uit gemeenteraadsverkiezingen, meent dit gewest. De voorzitter van de Overijsselse delegatie G. C. Krouwel noemt zijn motie geen blijk van wantrouwen, maar een signaal naar het partijbestuur 'om het voortaan voorzichtiger aan te pakken en zoiets niet meer te doen'.

Als het partijbestuur in die zin antwoordt dan zal zijn gewest de motie intrekken.

De afdeling Noord-Holland-Noord constateert in een motie dat de 'desinteresse bij de burger voor de politiek gestaag toeneemt' en het parlement als geheel 'niet voldoende herkenbaar is'.

De PvdA-fractie in de Kamer moet zich 'krachtiger, inspirerender en herkenbaarder opstellen', meent deze afdeling. De PvdA-bewindslieden in het kabinet moeten voor de volgende partijraad in september een lijst programmapunten presenteren die zijn gerealiseerd. Immers, na 'negen maanden regering moet de PvdA-inbreng in het regeringsbeleid zichtbaar gaan worden'.

De bewindslieden zouden ieder half jaar de achterban moeten inlichten over de behaalde resultaten, vindt deze afdeling. Partijraadslid S. Hol zegt ter toelichting dat in zijn gewest irritatie is ontstaan over het milieubeleid van de partij waar wel over wordt gepraat, maar waarvan niets blijkt 'behalve als er hier in de omgeving afvalverbrandingsinstallaties worden dichtgegooid'.

Dit gewest zal ook de motie Overijssel steunen over het gedrag van de partijvoorzitter. De opmerkingen van Sint werden ervaren als bemoeienis met andermans zaken.

Op Onderwijsminister Ritzen wordt nog apart kritiek uitgeoefend. De afdeling Groningen verwijt hem per motie gesprekken met studentenvertegenwoordigers uit de weg te gaan. Ook zouden zijn plannen om de studieleningen te privatiseren de toegankelijkheid van het onderwijs bedreigen, waarvoor de PvdA zich juist altijd sterk heeft gemaakt.