Overbodig trekpaard

HET NIEUWE INDUSTRIELE elan dat Nederland in de jaren tachtig overspoelde is niet te danken geweest aan de Maatschappij voor Industriele Projecten (MIP). DE MIP had het trekpaard van de industriele vernieuwing moeten worden een door de overheid gefinancierd maar verder zelfstandig bedrijf dat risicodragend vermogen aan het bedrijfsleven verstrekt voor kansrijke grote projecten. Maar zij heeft zich tot niet meer ontwikkeld dan een matig functionerende onderneming. Dat de MIP er sinds 1982 niet in is geslaagd winst te maken, in tegenstelling tot soortgelijke commerciele bedrijven, zegt voldoende.

Het besluit van het kabinet om het meerderheidsaandeel van de overheid in de MIP van de hand te doen had al jaren eerder kunnen worden genomen. Er gaapte immers al vrijwel vanaf het begin een kloof tussen het oorspronkelijke doel van de door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) voorgestelde en later door de commissie-Wagner uitgewerkte MIP en de praktijk. De belangrijkste oorzaken voor de teleurstellende gang van zaken waren op het moment dat minister Terlouw in 1982 de oprichting van de MIP door het parlement loodste niet te voorzien. De economische situatie verbeterde sneller dan werd verwacht, de bedrijven wisten vooral door de loonmatiging in de jaren tachtig hun financiele posities sterk te verbeteren. En er kwam een markt voor commerciele verstrekkers van risicodragend kapitaal.

HET PARLEMENT had daaruit eerder conclusies kunnen trekken. De directe invloed van de Tweede Kamer op de MIP was in 1982 door Terlouw bewust geweerd, maar er bleef een mogelijkheid van indirecte beinvloeding via de bespreking van het jaarverslag en het jaarlijkse beleidsplan van de MIP met de minister. Daarvan is niet veel gebruik gemaakt. Zoals bij zoveel zaken die door het parlement in gang worden gezet ontbrak jarenlang een doeltreffende toetsing van de realiteit aan de bedoeling. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zo'n toetsing ook wel erg werd bemoeilijkt door de geheimzinnigheid van de MIP over projecten en financien. Zelfs nu is volstrekt onduidelijk wat de precieze waarde van de MIP is.

Voorlopig stoot de overheid maar een beperkt deel van haar participaties af. Er blijft nog een groot minderheidsbelang over. Nu wordt erkend dat het oorspronkelijke doel is weggevallen is er echter geen reden om zo'n minderheidsparticipatie aan te houden. Draag de MIP dan maar geheel over aan particuliere financiers. Dan zal pas echt kunnen blijken of ze nog bestaansrecht heeft.