Dit is een artikel uit het NRC-archief

DE KOELE DISCIPLINE VAN EEN MULTINATIONAL; Interview metpresident-directeur ir. L. C. van Wachem van Koninklijke/Shell

‘Vanuit Singapore ziet de wereld er heel anders uit dan vanuit Rotterdam.’ Als topman van de Koninklijke/Shell heeft Lodewijk C. van Wachem uitzicht over de hele wereld. Een gesprek over de kansen in de Sovjet-Unie, de ramp met de Exxon Valdez in Alaska, volle autowegen in Nederland en over onbewezen stellingen in Zuid-Afrika. ‘Het Shell-embleem houdt ons als groep bij elkaar.’

Ingenieur Lodewijk Christiaan van Wachem (58) is de ver persoonlijking van het ‘low profile’ van de Koninklijke/Shell Groep. In de acht jaar dat hij nu al aan het hoofd staat van de Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij en de vijf jaar dat hij de absolute topman is van de Nederlands/Britse oliemultinational heeft hij zelden interviews gegeven. Van Wachem, onlangs door financiele analisten van Wall Street tot ‘the best chief executive officer’ van de internationale olie-industrie verkozen, formuleert voorzichtig; niet de stijl van de keiharde, zelfverzekerde ‘captain of industry’. Nadrukkelijk daarnaar gevraagd, wil hij wel cijfers tonen waaruit de onbetwistbare leiderspositie van Koninklijke/Shell in de olie- en gaswereld zonneklaar blijkt. Maar de gedachte om zich over de indrukwekkende prestaties van het concern - voor een belangrijk deel onder zijn leiderschap tot stand gekomen - op de borst te slaan, werpt hij verre van zich.

‘U kunt uit de cijfers zelf conclusies trekken. Omvang op zich is nooit ons doel geweest. Ik geloof dat het onverstandig zou zijn te leven in termen van uitsluitend de grootste te willen zijn. U kent toch de uitdrukking: number two tries harder.’

Schoorvoetend moet hij uiteindelijk toegeven dat Shell van de particuliere ondernemingen in de olie- en gassector de afgelopen jaren de grootste is geweest of althans in een nek-aan-nek race gewikkeld was met Exxon. Op een punt laat hij geen misverstand bestaan: ‘Wat betreft geografische spreiding is er, dacht ik, geen enkel bedrijf dat groter is dan de Koninklijke/Shell.’ Die grote spreiding acht u een voordeel ten opzichte van bij voorbeeld uw Amerikaanse collega’s? Van Wachem: ‘Ik dacht van wel. Ik vind het mondiale van de groep een heel wezenlijk bestanddeel.’

Shell is Exxon de afgelopen jaren voorbijgestreefd. Wat is het geheim van Shell?

‘Het gaat er om wat je doel is. Exxon heeft de afgelopen jaren een kleine dertig procent van haar eigen aandelenkapitaal zelf ingekocht. Dat is een andere filosofie, een andere strategie. Voor die periode hebben zij in ieder geval niet gekozen voor maximale groei. Blijkbaar zagen zij onvoldoende investeringsmogelijkheden. Wij hebben duidelijk gekozen voor een strategie van voortgaande groei. Dat is de onderliggende reden waarom wij langszij gekomen zijn bij Exxon.’

Shell bleef gas geven, terwijl Exxon op de rem trapte?

‘Ja, of althans aarzelde. En omdat nu eenmaal dat soort investeringsstrategieen in onze sectoren altijd een lange, lange periode bestrijken, van wel dertig, veertig jaar, is het misschien nog wat te vroeg om te zeggen wie aan het eind van de rit… Ik heb daar natuurlijk wel m’n ideeen over, maar bewijzen kan ik dat niet.’

Wat zijn die ideeen?

‘Ik hoop natuurlijk dat de investeringen die wij hebben gedaan en die wij van plan zijn te doen, bijdragen aan de verdere gezonde groei van het bedrijf. Ik geloof dat wij door onze geografische spreiding en met onze decentralisatie een formule hebben die goed past in de huidige wereld en die ons kan helpen ons doel van gezonde groei te bereiken. We hebben gezien dat een dergelijke organisatie inspireert en flexibel maakt, zorgt dat je wat sneller kunt reageren en maakt dat je je voortdurend blijft realiseren dat de wereld er anders uitziet vanuit Singapore dan vanuit Rotterdam.’

U sprak in de aandeelhoudersvergadering over de noodzaak van een grotere cohesie?

‘De cohesie binnen de groep is al bijzonder groot. Het Shell-embleem, de Shell-cultuur, houdt zo’n groep bij elkaar. Maar als wij geografisch nog verder groeien en tegelijk de decentralisatie hoog in het vaandel voeren, moet je natuurlijk de cohesie in de gaten houden. Anders vliegen de delen uit elkaar. ‘Een groot aantal aspecten, gedragsregels en rapportageregels helpt in ons bedrijf mondiaal begrip voor elkaar te hebben. Die regels gelden dus voor alle bedrijven en geven Shell-employes waar ze ook ter wereld zijn, vertrouwen. ‘Dat allemaal gezegd hebbende is, naar mijn gevoel, het allerbelangrijkste dat de mensen elkaar hebben leren kennen. Voor ons zijn de ‘cross-postings’ - mensen van het ene naar het andere land uitwisselen - een heel belangrijke zaak. Het is geen geheim dat het bij ons vrijwel uitgesloten is om directeur van een lokale werkmaatschappij te worden zonder dat je eerst een groot aantal jaren in andere delen van de wereld hebt gewerkt. Vandaar ook dat u zoveel nationaliteiten vindt bij Shell.

‘Een regeringsleider zei me eens na een presentatie waar een groot aantal nationaliteiten aanwezig was van Shell: ‘Het lijkt wel de Verenigde Naties’. Toen kon ik niet nalaten te zeggen: dan hoop ik maar dat het iets efficienter is.’

Uw concurrent Exxon heeft het afgelopen jaar een enorme dreun gehad door het ongeluk met de tanker Exxon Valdez. Dat had een gigantische invloed op het bedrijf, niet alleen op de reputatie, maar ook op de cijfers.

‘Ja, dat heeft ook bij ons tot grote bezorgdheid geleid. Want als wij ooit enige twijfel hebben gehad over de schade die een enkel ongeluk kan aanrichten, dan is die in ieder geval weggenomen. Het is zo wrang wat zich daar heeft afgespeeld, het heeft Exxon een gigantische hoeveelheid geld gekost, het heeft hun reputatie schade gedaan. Het is maar helemaal de vraag of al het geld dat is uitgegeven voor het schoonmaken van de stranden enig nut heeft gehad. Er zijn vele wetenschappers die stellen dat het misschien beter zou zijn geweest om het maar aan de natuur over te laten.

‘Veel groter is de vraag die bij mij achterblijft, of de samenleving die zo’n enorme strafmaat aanlegt, niet het omgekeerde bereikt van wat ze in feite voor ogen had, namelijk een veiliger operatie. Je krijgt straks, als je niet oppast, een tendens dat grote, verantwoordelijke maatschappijen zeggen: dit soort activiteiten kunnen wij niet meer ondernemen. Want menselijk falen is een van de dingen die bijna alle ongelukken veroorzaken en ook een van die aspecten die je nooit helemaal kunt uitschakelen. ‘

Dit is niet bedoeld als pleidooi dat bedrijven niet de plicht zouden hebben alles te doen om dat soort ongelukken te voorkomen. Maar om de eis te stellen van een zero risk-operatie… die is onhaalbaar. Ik vraag me af of de samenleving daarmee bedrijven niet als het ware dwingt tot het afstoten van dat soort activiteiten aan derden. En hoeverre daar nou de veiligheid mee is gediend?

‘(Gisteren maakte Koninklijke/Shell bekend het vervoer van ruwe olie en zware stookolie met eigen schepen naar de VS te beperken, red.) ‘De veiligheid van Exxon Marine werd de industrie voor dit ongeluk ten voorbeeld gehouden. Nou dat was een goede reputatie - begrijp me goed, het komt maar zelden voor dat ik zolang over Exxon praat - en niet een activiteit waarvoor Exxon bekend stond, op welke wijze dan ook, als onverantwoordelijk. En toch gebeurt dit ongeluk… ‘

Die flexibiliteit van Shell waarover u sprak, maakt het u nu misschien ook mogelijk sneller in te springen op actuele politieke ontwikkelingen. Welke kansen ziet u in Oost-Europa?

‘Ik heb het gevoel dat het voor onze sectoren - ik kan niet oordelen over andere bedrijfstakken - misschien wat langer zal duren voordat Oost-Europa werkelijk reele commerciele kansen zal bieden. Maar we zijn heel alert en ik geloof dat we in een betere positie verkeren dan de meeste van onze concurrenten om, als die mogelijkheden zich voordoen, er gebruik van te maken.’

Shell is in alle Oosteuropese landen, met uitzondering van Albanie, al tientallen jaren actief. Voornamelijk op handelsgebied. Meer recent heeft het concern ook in de Sovjet-Unie contacten met de olie- en gasindustrie. Zijn er reele kansen dat Shell in de Sovjet-Unie gaat helpen zoeken naar olie en gas?

‘Jaja, de bereidheid is er. En de belangstelling, ook van onze kant, maar het moet natuurlijk gegoten worden in een vorm die voor beide partijen acceptabel is. Waarbij voor ons geldt dat er een reele mogelijkheid moet zijn om tot een commercieel aanvaardbare overeenkomst te komen. Dat wil niet zeggen dat wij niet bereid zijn om risico’s te lopen; dat doen we met exploratie in alle delen van de wereld. Datzelfde type risico zijn we bereid om in Siberie te lopen. Maar het is uitermate ingewikkeld. De infrastructuur ontbreekt te enen male, ook de juridische.’

De Sovjet-Unie wordt wel ‘the last frontier’ in de olie- en gasindustrie genoemd die Shell zeker niet zal willen missen.

‘Ja, de Sovjet-Unie is het grootste olie- en gasproducerende land ter wereld. Dat is om te beginnen van belang. Bovendien is het een land met zeer veel inwoners, een grote eigen markt dus. We hebben al eerder met Russische leiders gesproken. Toen was men vooral geinteresseerd in het kopen van kennis, maar dat zijn wij niet. Wij willen ons kennen en kunnen inzetten om tot een overeenkomst te komen die voor beide partijen aantrekkelijk moet zijn.’

Van Wachem heeft de indruk dat die gedachten thans veranderd zijn, dat de Russen in principe wel met westerse maatschappijen in zee willen. Shell heeft, samen met een Canadese firma, al een kleine onderneming die zich bezighoudt met het stimuleren van putten van de Russische staatsoliemaatschappij. De betaling voor deze diensten is gerelateerd aan hun succes.

Kunt u niet beter dit soort deals maken dan te wachten op de voltooiing van de perestrojka?

‘Zeker, we wachten dan ook niet, wij proberen. Er zijn gesprekken aan de gang.’

Bieden die gesprekken uitzicht op succes?

‘Dit soort zaken vergt meer tijd dan veel mensen denken. Ik kan me voorstellen dat niet alle mensen van zo’n staatsoliebedrijf staan te trappelen om vreemde pottekijkers binnen te halen. En tegelijkertijd moeten wij van onze kant voorzichtig zijn dat we ons in zo’n nieuwe omgeving niet laten verleiden tot het doen van zaken waar we spijt van zouden krijgen. Het is ook heel belangrijk, denk ik, voor de gezonde relatie op langere termijn, dat de eerste stappen succesvol zijn want die geven de burger moed.’

Heeft Shell, als Europese maatschappij, voordelen ten opzichte van de concurrentie?

‘Ja, hoewel BP en Statoil zich daar ook op kunnen beroepen. Maar wij hebben een paar streepjes voor. Wij hebben een goede reputatie in dit vak, zowel in technische als in commerciele zin. Plus het feit dat wij niet een specifieke vertegenwoordiging zijn van een bepaald land. En als we dat dan al vagelijk zouden zijn, dan niet van een land dat een geweldige economische of militaire macht vertegenwoordigt. We zijn in die zin werkelijk onafhankelijk. Ik weet niet of dat de Russen trekt.’

Van Wachem wijst op een voorbeeld dichter bij huis: Oost-Duitsland.

‘Prive-bezit van de grond is ook daar niet in de wet geregeld. U ziet ook daar: de bereidheid is er zonder twijfel aanwezig maar de infrastructuur is er vandaag nog niet klaar voor. Nu zal dat wel veel sneller gaan, denk ik. Vergeet ook niet dat men daar ooit al een cultuur had van prive-ondernemerschap. Datzelfde geldt voor Hongarije en Tsjechoslowakije.’ In het algemeen denkt Van Wachem dat er nog een aanzienlijke ruimte is voor meer Shell-activiteiten in de wereld.

‘Wij zijn niet alleen bezig met de winning van olie, maar ook met raffinage, verkoop, met chemie, metalen, kolen. Dan zijn er nog een heleboel landen, het hele Oostblok maar ook andere gebieden: Indonesie, China, het Midden-Oosten. Ook Latijns Amerika.’

Is het voor Shell niet bedreigend dat regeringen met het oog op het milieu en congestie het autoverbruik willen beperken? Hoe denkt u over een toekomst met aanzienlijk minder auto’s?

‘Wij zijn hier in Nederland druk bezig met de vraag of we twee of vier tunnels zullen graven. Maar als ik probeer het vraagstuk in een wat wijder verband te stellen en probeer in te schatten hoe de vraag naar energie zich in de wereld zal ontwikkelen, kom ik tot de volgende redenering: we hebben op dit moment ongeveer vijf miljard mensen. Ik denk dat de meesten het met me eens zullen zijn dat we in dertig tot veertig jaar zullen groeien tot pakweg 7,5 miljard mensen. Wij bij Shell hebben aangenomen dat de ontwikkelde wereld er hooguit in zal slagen het energieverbruik niet te doen toenemen. Anderzijds geven we de enorme groep mensen in de ontwikkelingslanden graag de kans om tot verbetering van de levensstandaard te komen. Dat vereist extra energie; er is geen enkele andere oplossing.

‘Wij komen tot de conclusie dat je mondiaal dan geen groei van het energieverbruik van vijftig procent hebt - hetzelfde percentage als waarmee het aantal mensen stijgt - maar toch wel van vijfentwintig procent. Op dat moment zul je alle energievormen die we vandaag kennen, nog steeds nodig hebben en die zullen waarschijnlijk allemaal een beetje moeten groeien. Iedereen zit met energievormen te stoeien alsof er een vrije keuze is, maar de ruimte voor een verschuiving in de consumptie van de ene vorm van energie naar de andere is betrekkelijk beperkt.

‘Ik moet u eerlijk zeggen dat ik enige moeite heb om te zien hoe het energieverbruik mondiaal kan worden teruggedrongen. Tenzij je ervan uit gaat dat niet alleen de westerse wereld zuiniger aan moet doen, maar dat ook de ontwikkelingslanden niet meer mogen verbruiken. Bij de bevolkingsexplosie die daar plaatsvindt, betekent dat evenwel een nog miserabeler levensstandaard voor pakweg zestig a zeventig procent van de mensheid. Dat is een oplossing die ik niet voorsta.

‘Ik zie de noodzaak in van hard werken aan technische verbeteringen om de milieubelasting van energieconsumptie - of het nu is in de vorm van kolen of gas, nucleair of olie - zo goed mogelijk in de hand te houden. Ik behoor tot de optimisten die geloven dat dit met wat tijd, overleg en verstand een heel eind voor elkaar kan komen. Ik geloof dat het ideaal van een nul-uitstoot van schadelijke stoffen mogelijk is, met uitzondering van CO. Die uitstoot is onvermijdelijk verbonden aan de verbranding van koolwaterstoffen.’

Van Wachem vraagt zich af of westerse regeringen er wel zo verstandig aan doen de milieuvervuiling en de verkeerscongestie alleen aan te pakken door het autoverkeer terug te dringen.

‘Waar je ook komt ter wereld, het eerste dat men zich probeert aan te schaffen, is iets op vier wielen. Mobiliteit en transportmogelijkheden hebben een klein beetje een remmende werking op de trek naar de grote steden. Ik begrijp heel best dat u denkt dat ik eng voor eigen parochie sta te preken, maar ik heb gezien hoe mensen met een vrije keuze hechten aan de comfortabele mobiliteit die een auto je verschaft. Ze dat ontnemen, daar moet een politicus toch nog wel even over nadenken.

‘Sommige Amerikanen zeggen: de bevolkingsdichtheid van Nederland is vergelijkbaar met die van groot-Los Angeles. Je kunt spreken over de stad Holland. In zo’n geval ligt een grotere rol van het openbaar vervoer voor de hand. Trouwens de prognoses zijn overtrokken, want de autopopulatie bereikt een verzadigingspunt. Het fileprobleem hier wil ik niet onderschatten, maar voor diegenen die wel eens in Londen en New York zijn geweest. ..ja, dat moet je toch een beetje in perspectief kunnen zien. Ik hoop dat we in Nederland tot een verstandige oplossing kunnen komen. Ik wou daar niet te veel over zeggen want daar moet de samenleving gezamenlijk over beslissen.’

Shell wil de komende vijf jaar vijfenvijftig miljard dollar investeren. Welke strategie heeft u bij zo’n enorme uitbreiding voor ogen?

‘Ongeveer de helft zal gaan naar exploratie- en produktie activiteiten, en ik schat ruim dertig procent naar de ‘downstream’: de raffinage-, transport-, en verkoop-activiteiten. Dan blijft er ongeveer twintig procent over voor chemie en andere zaken. Olie en gas zijn onze kernactiviteiten en ik voorzie dat ze dat ook zullen blijven. Dit zijn plannen zonder grote acquisities. Een aantal kleine overnames neem je altijd aan; je weet uit ervaring dat er waarschijnlijk een aantal opkomt.’

Het overnemen van bestaande olie- en gasbedrijven is relatief duur geworden?

‘Ja, de afgelopen jaren zijn vaak prijzen betaald voor dat soort bedrijven, die naar onze inschatting te hoog lagen, niet een marge gaven die voor ons en onze aandeelhouders attractief is. U moet niet vergeten: het is en blijft een koele discipline. Wij vinden dat je het geld niet moet investeren tenzij je een redelijke kans hebt er voor de aandeelhouder een rendement uit te halen dat beter is dan ‘ie zelf kan verdienen.’

In de aandeelhoudersvergadering van de ‘Koninklijke’ vorige maand lieten ook dit jaar weer de tegenstanders van Shells aanwezigheid in Zuid-Afrika hun stem luid horen. Vergeleken met andere jaren verliep het protest ditmaal echter betrekkelijk rustig. Ongetwijfeld speelden daarbij de recente gebeurtenissen in Zuid-Afrika op de achtergrond een rol. Van Wachem vindt het logisch dat de discussie over Zuid-Afrika zo’n kalm verloop heeft gehad.

U zegt in het voorwoord van het jaarverslag 1989 dat het bedrijfsleven de Zuidafrikaanse regering had aangespoord tot veranderingen. Bedoelt u het bedrijfsleven dat in Zuid-Afrika is gebleven, zoals Shell of degenen die hebben gedesinvesteerd? Sommigen zeggen dat het wegtrekken van ondernemingen wel degelijk de belangrijkste oorzaak vormt van de recente koerswijzigingen.

‘Dat lijkt mij een hele boude bewering die op geen enkele wijze kan worden bewezen. Ik moet u zeggen dat de druk op de Zuidafrikaanse regering om tot veranderingen, tot inkeer te komen, in sterke mate is veroorzaakt door de Zuidafrikaanse samenleving zelf. En daarmee doel ik zowel op de zwarte leiders van allerlei achtergronden als op een groot deel van de blanke bevolking. In zo’n samenleving hebben natuurlijk niet alleen kerkleiders, vakbonden, politieke partijen en financiele experts een belangrijke bijdrage, maar ondernemingen ook. En de gronden waarop ze die druk hebben uitgeoefend, kunnen heel verschillend zijn.

‘Ik geloof veel meer dat het wegebben van vertrouwen in de toekomst van Zuid-Afrika, zowel in binnen- als in buitenland, uiteindelijk geleid heeft tot het inzicht waaraan de huidige Zuidafrikaanse regering nu probeeert gestalte te geven. De gedachte dat desinvestering daaraan een bijdrage heeft geleverd, acht ik hoogst onwaarschijnlijk. Ik vond het typerend dat bij voorbeeld een Zuidafrikaanse vakbondsleider op de aandeelhoudersvergadering in feite zelf zei dat desinvesteringen in negen van de tien gevallen ‘non-events’ zijn gebleken.’

U denkt wel dat de sancties een bijdrage hebben geleverd?

‘Daar kun je verschillend over oordelen. Het valt niet mee om te bepalen welke invloed er uit gaat van een bepaalde sanctie. Ongetwijfeld zal de EG willen stellen dat wat zij geintroduceerd heeft aan sancties, geweldig heeft bijgedragen. Misschien is dat ook zo, dat weet ik niet. Ik denk eerder dat het het wegebben van het vertrouwen is geweest, en dat de financiele wereld daarin een beslissende rol heeft gespeeld. Zuid-Afrika is een zich ontwikkelend land dat het vertrouwen van de financiele wereld nodig heeft om aan kapitaal te komen voor de uitbouw van zijn economie. En als het vertrouwen wegebt, ook van de eigen bevolking, dan ziet u wat er gebeurt, bij voorbeeld ook in Latijnsamerikaanse landen. Het kapitaal gaat dan nog sneller het land uit dan dat je het erin kan pompen door middel van leningen. Vertrouwen, ook van de eigen bevolking, in de toekomst van het land op lange termijn, is absoluut essentieel om tot economische ontwikkeling te komen.

‘Maar of de formele wegtrekking van Coca-Cola nou zo’n geweldige bijdrage aan deze bewustwording heeft geleverd, meen ik toch te mogen betwijfelen. Wellicht heeft het zelfs averechts gewerkt.’