Bedrijven betalen voor huis verslaafden

DEN HAAG, 13 juni De Haagse Emiliehoeve, een therapeutische gemeenschap voor drugsverslaafden, heeft zich tot het bedrijfsleven gewend voor sponsoring van een nieuw gebouw. Het gaat om een nieuw zogeheten 're-entryhuis', waar ex-verslaafden de laatste periode van hun behandeling doorbrengen voordat ze terugkeren in de maatschappij. Vijf grote bouwbedrijven hebben samen inmiddels 50.000 gulden geschonken, terwijl de sponsoractie pas op 21 juni begint. De Vereniging Vrienden van de Emiliehoeve, die het initiatief heeft genomen met de actie 'Steigers', ziet zich gedwongen een beroep te doen op het bedrijfsleven en particuliere fondsen, omdat de gemeente Den Haag niet bereid is de kosten van een nieuw re-entryhuis te dragen. De vereniging heeft van de de gemeente een bijdrage van 25.000 gulden toegezegd, terwijl om 120.000 gulden was gevraagd. De sponsoractie omvat een groot aantal activiteiten, waaraan ook buitenlandse therapeutische gemeenschappen meedoen. De vereniging hoopt dat bij elkaar 350.000 gulden sponsorgeld bijeen wordt gebracht. Een geschikt pand, waarin ongeveer tien ex-verslaafden kunnen worden gehuisvest, kost naar schatting vijf ton. Het geschikt maken voor bewoning door tien mensen vergt nog eens een ton. De hypotheeklasten van de te lenen 250.000 gulden zouden kunnen worden opgebracht uit de huur van de bewoners.

De afgelopen zes jaar heeft de Emiliehoeve een van de eerste drugvrije therapeutische centra in Europa voor de 'terugkeerfase' een etage van een paviljoen van het psychiatrisch centrum Bloemendaal in gebruik. Psychiater M. Kooyman, in 1972 initiatiefnemer van de Emiliehoeve en nu voorzitter van de vriendenvereniging, noemt die situatie onhoudbaar. 'Normaal gesproken worden de verslaafden een jaar in de therapeutische gemeenschap van de Emiliehoeve behandeld en gaan daarna zes tot acht maanden naar het re-entryhuis, alvorens onder begeleiding zelfstandig op kamers te gaan wonen. In die periode is het de bedoeling, dat ze een nieuwe vriendenkring opbouwen buiten de drugsscene waar ze vroeger in zaten. Bovendien is het de bedoeling dat ze ook iets aan hun opleiding gaan doen of gaan solliciteren. Daar komt in de regel niet veel van als ze de buitenwereld melden dat ze op het terrein van Bloemendaal wonen. Sommigen willen daarom al na vier maanden zelfstandig gaan wonen. Dat kan niet. Voor een goede terugkeer naar de maatschappij is het dus noodzakelijk dat ze in de stad wonen', zegt Kooyman.

Tot half 1984 de gemeentelijke subsidie werd beeindigd had de Emiliehoeve een pand, Maretak, in de Haagse binnenstad in gebruik. Als vervangende huisvesting kreeg de Emiliehoeve daarna een verdieping in Bloemendaal, buiten Den Haag. In hetzelfde paviljoen wonen tevens psychisch gestoorde bejaarden. Die noodoplossing duurt nu al zes jaar en de gemeente kan geen uitzicht bieden op huisvesting in de stad. Bloemendaal heeft inmiddels voor een nieuwe noodoplossing gezorgd. Het gaat daarbij om een pand aan de rand van het terrein, dat aan hooguit acht mensen onderdak kan bieden voor een termijn van maximaal twee jaar.

Nico Boersen, coordinator van het nazorg-programma van de Emiliehoeve, zegt dat de bewoners van het re-entryhuis ook bereid zijn voor de sponsoring een tegenprestatie te leveren. 'Als we bij wijze van reclame voor een bepaald bedrijf op een vlot de Rijn af moeten, doen we dat. Wat mij reeler lijkt is dat bewoners op 'arbeidstherapeutische basis' stage lopen bij bedrijven, zonder dat daar een salaris tegenover staat. Dat gebeurt trouwens nu ook al in het kader van de behandeling. Maar in principe is alles mogelijk.'