Wallage botst met bonden over kortere werktijd

DEN HAAG, 12 juni De onderhandelingen tussen staatssecretaris Wallage (onderwijs) en de vakbonden over een nieuwe regeling voor de arbeidsduurverkorting in het onderwijs zijn mislukt.

Wallage maakte dat gisteravond bekend. Beide partijen hebben afgesproken de commissie-Albeda die arbitreert in arbeidsgeschillen advies te laten uitbrengen over het conflict. De bonden vonden het te ver gaan om een bindende uitspraak van de commissie te vragen. Het advies zullen ze echter 'zwaar laten wegen'. De staatssecretaris, de onderwijsbonden ABOP, KOV, PCO en de centrale CMHF hebben vier maanden onderhandeld over een kortere werktijd, als eerste maatregel in een reeks van verbeteringen in de arbeidsvoorwaarden voor leraren. Een andere maatregel is een verhoging van de salarissen. De maatregelen zouden moeten worden vastgelegd in een 'convenant' met meerjarenafspraken. Daardoor zou het beroep van leraar aantrekkelijker gemaakt moeten worden. Wallage ontkende gisteren dat het mislukken van de onderhandelingen de kansen op een convenant nadelig zal beinvloeden. De bonden hebben het totstandkomen van een convenant echter afhankelijk gesteld van een akkoord over de arbeidsduur.

Volgens Wallage hebben de bonden niet 'open en reeel' deelgenomen aan de onderhandelingen, die het oogmerk hadden een overschrijding van 78 miljoen gulden bij de uitgaven voor arbeidsduurverkorting op te vangen. Deze overschrijding loopt op tot 95 miljoen volgend jaar en tot 140 miljoen in 1992. De bonden zijn volgens Wallage harde keuzes uit de weg gegaan door zowel een algemene arbeidsduurverkorting met 5,25 procent (een 38-urige werkweek) te eisen als de bestaande voorzieningen voor oudere leraren zoveel mogelijk te willen handhaven. De staatssecretaris meent dat er daardoor van de 155 miljoen gulden die beschikbaar is voor het convenant niet genoeg overblijft om ook de aanvangssalarissen van leraren te verhogen.

Wallage wilde niet verder gaan dan 3,57 procent (een werkweek van 38,6 uur) voor alle leerkrachten. De omvang van de arbeidsduurverkorting is nu nog afhankelijk van hun leeftijd en van de omvang van hun taak. Nieuwe leraren zouden de 3,57 procent pas na drie jaar kunnen krijgen. Leerkrachten ouder dan 51 jaar zouden hun oude rechten op arbeidsduurverkorting houden.

De onderwijsbonden vinden een verlenging van de 38-urige werkweek die sinds enkele jaren in het basisonderwijs bestaat onaanvaardbaar, gezien het streven om de taak van de leraar te verlichten.