Historisch weerzien van oude vijanden in Brest-Litovsk

BREST-LITOVSK, 12 juni Voor de minister-vertegenwoordiger van dat economisch zo succesvolle burgerlijke land was het gisteren een doodgewoon reisdagje. Even op en neer naar de Sovjet-Unie, niets bijzonders voor de minister-recordreiziger, die zijn habituele overuren de laatste negen maanden vooral maakt voor de Duitse eenheid. Zeven uur weg dus. Van het militaire vliegveld Keulen, op de minuut. Als beloofd om negen uur aan, op de minuut, op het vliegveld van Brest-Litovsk. De glimmend-nieuwe Luftwaffe-Boeing taxiet langs een lange rij oude eenmotorige dubbeldekkers van het Rode Leger. Minister Hans-Dietrich Genscher en de tros journalisten die hij als te doen gebruikelijk meevoert weten dat het een bijzondere dag zal worden.

Brest-Litovsk. Aan de Boeg, pal aan de Poolse grens, 1065 kilometer van Moskou, 385 van Minsk, 195 van Warschau en 810 van Berlijn, zeggen even later de borden langs een modderige asfaltstrook. Een stad in het hart van het Europese huis van Gorbatsjov dus. Een onwelvarende, gelige, grijzige, bruinige en vaak ook bouwvallige stad, die onmiddellijk afrekent met elke bezoeker die van plan was te gaan romantiseren. Veel kuchende middelbare vrachtwagens met stompe neuzen.

Al sinds het jaar 1017 staat de stad in de boeken, sindsdien is ze via allerlei Poolse delingen een aantal keren Pools, Litouws, Russisch geweest, nu grensstad in de Sovjet-Unie. Maar zeker op een dag als deze is zij dank zij de jaren 1918 en 1941 vooral bekend als een historische stad voor Duitsers en Russen. Het eerste jaar staat voor een Duits-Russisch vredesverdrag, het tweede voor de Duitse overval, die er van een contingent van 900 grenssoldaten maar eentiende overliet.

Onder de dappere slachtoffers was in juni 1941 de Georgische onderofficier Arkady Sjevardnadze, een oudere broer van de huidige minister van buitenlandse zaken Edoeard. Die heeft juist hier de vroegere Flak-Helfer Genscher uit Halle, net als hij een zestiger, uitgenodigd om in Brest-Litovsk over de 'externe aspecten' van de Duitse eenheid te komen praten. Om te herinneren aan wat geweest is en om een nieuwe bladzijde in de geschiedenis op te slaan, zoals hij nog zal zeggen. En misschien ook wel, maar dat zegt Sjevardnadze niet, omdat Genscher van alle Westelijke ministers van buitenlandse zaken het meest enthousiast is over de mogelijkheden van de Europese Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking (CVSE). En sinds het Warschaupact tekenen van zelfontbinding vertoont en de NAVO dat niet doet, wordt zulk enthousiasme in Moskou begrijpelijkerwijs nog meer op prijs gesteld.

Die waardering kent enige regie. De Westduitse minister is vorige week vrijdag in de Pravda zeer uitvoerig geinterviewd. De tekst is deze maandag na het vertrek uit Keulen rondgedeeld. Kop: Energie en continuiteit. Citaat: 'In de Duitsland-politiek van Bonn, waarin kanselier Kohl massief de toon aangeeft, speelt ook Genscher een van de eerste violen.' Duitsers en Russen. Wat hebben ze al niet met elkaar. De Sovjet-Unie, ze zou er zonder de Duitsers, van Marx tot Kaiser Wilhelm II, niet eens zijn geweest. Volgens Marx en Engels en hun volgelingen had die revolutie van 1917 natuurlijk eigenlijk in Duitsland moeten beginnen. Maar ze begon in Rusland, mede dank zij het Duitse keizerrijk, dat van zijn twee-frontenoorlog afwilde en zodoende ene Lenin in het voorlaatste oorlogsjaar hielp van Zurich naar zijn moederland te komen.

Lenins bolsjevieken maakten en wonnen hun revolutie. En omdat in afwachting van die immers onvermijdelijke Duitse revolutie in elk geval dan toch de Russische moest worden gered, wist Lenin zijn weerspannige vriend Trotzki en andere kritische revolutionairen te bewegen om in het Witte Paleis van Brest-Litovsk akkoord te gaan met het vernederende vredesverdrag van maart 1918. Dat was een Teufelspakt, zoals Sebastian Haffner het later zou noemen, waarbij de wankelende Sovjet-Unie in Finland, Polen, de Oekraine, de Baltische staten en de Kaukasus grote gebieden moest prijsgeven. Om vervolgens te merken dat de Duitsers, die graag een Russische revolutie als militair bevrijdingsmiddel in het oosten zagen, plotseling koloniale trek kregen. En, hun eerdere krijgslist vergetend, met hun laatste kracht alsnog ten strijde wilden tegen het bolsjevisme.

Daar kwam de geschiedenis tussen. Het Duitse westelijke front werd doorbroken, het keizerrijk stortte ineen en even later kwam, maar zonder de oorlogsdynamiek, de Duitse arbeiders- en radenrevolutie toch nog. Maar zij werd neergeslagen door de sociaal-democraten van president Ebert. Lenin en de zijnen moesten hun min of meer voortijdige en verdwaalde revolutie dan toch maar bewaren, doorzetten en tot centrum van het wereldcommunisme maken. Zoals, tot voor kort, geschiedde.

Drieentwintig jaar later, in 1941, moest de 45ste Duitse infanteriedivisie in een half etmaal de stad Brest-Litovsk nemen. Dat mislukte dank zij het langdurige verzet van de aanwezige grenstroepen (900 man), aan wier uiteindelijke massale dood een gigantisch monumenten-complex in het midden van de stad herinnert. Een derde van hen kon worden geidentificeerd, onder wie de oudere broer van minister Sjevardnadze.

Het complex beloopt honderden meters; de ruines van het Witte Paleis waar in 1918 vrede werd gesloten maken er deel van uit. Alles is even kolossaal, zowel de tientallen meters grijs-granieten grafplaten als de tien meter lange stenen Sovjet-soldaat; zowel de dikke, honderd meter hoge gedenknaald als het grootste monument dat achter een eeuwige vlam 28 maal 52 meter ijzerbeton groot is. Het bestaat uit een ernstige, soldateske kop op een immense betonnen sokkel, leden van de jeugdorganisatie Komsomol wisselen voor de vlam om het kwartier de wacht. Meisjes met bloemen in het haar, jongens met spagin-pistoolmitrailleur voor de borst. Sjevardnadze en Genscher ontmoeten elkaar 's morgens in het gastenhuis van de Witrussische Sovjet-republiek, in Brest. Meegereisde journalisten moeten daar in een zijzaal wachten. Meegereisde Westduitse technici hebben voor de zekerheid twee eigen satelliet-verbindingen aangelegd. Maar er is nog geen nieuws omdat de beide ministers urenlang onder vier ogen zaken doen. Het wordt dus een dagje wachten. Tot de persconferentie en het bezoek van de twee ministers aan het monumenten-complex zal er weinig gebeuren. Middelmatige vertalers en twee gereserveerde ministers zorgen er tijdens de persconferentie voor dat de verwarring stevig is.'s Middags gaan de ministers naar het monumenten-complex voor het leggen van een krans op het graf van de gesneuvelde oudere broer van de Sovjet-minister. Daar ontstaat, het kan haast niet anders, een wedstrijd tussen georganiseerde pieteit en georganiseerde publiciteit. De publiciteit wint, de emoties moeten worden verbeeld. Microfoons en camera's, in draf vervoerd tussen de monumenten, beheersen het beeld.

Het is 1990, Genscher in Brest-Litovsk. Verder naar het oosten, in Moskou, klinkt al tijden de noodklok. Lenins revolutie is, ruim zeventig jaar na de tactisch geboden en tactisch aanvaarde hulp van haar kapitalistische erfvijand, op een dood spoor geraakt. In Oost-Europa is het opgelegde avontuur wegens mislukking afgelopen. De Duitsers moeten weer helpen, maar anders, en tegelijkertijd moeten zij proberen tactisch te zijn. Zij moeten op weg naar hun eenheid vragen en geven, een nieuwigheid.