'Bezoek aan zwembad kan niet zonder vrijwilliger'

Familieleden en andere vrijwilligers spelen een belangrijke rol bij het geestelijk actief houden van demente bewoners in een verpleeghuis. De echtgenote en de zoon van een 70-jarige bewoner van een verpleeghuis in Rotterdam vertellen over hun ervaringen. Dit is het tweede deel; het eerste verscheen gisteren.

ROTTERDAM, 12 juni De zoon: 'Als we bij mijn vader op bezoek zijn zitten we bij hem, babbelen we met hem, gaan we met hem wandelen. Als het mooi weer is gaan we even de tuin rond. Nu kan mijn vader niet veel meer, maar vroeger wel. Dan gingen we het huis uit, echt een wandeling maken of een ritje met de auto. We nemen hem ook wel eens mee naar huis. Met vaderdag hebben we hem hier gehad, en met Kerst. Dat was heel leuk. Hij had het wel naar zijn zin, geloof ik'. De vrouw: 'Maar hij ging drie keer naar de gang om zijn jas aan te trekken.' De zoon: 'Dat was frappant. Hij is hier toch niet thuis. Hij wil terug.' De vrouw: 'Bij mij thuis ook hoor.' De zoon: 'Hij weet kennelijk: ik ben niet waar ik hoor. Dat vind ik een goed teken: hij heeft het daar dan toch niet slecht.' De vrouw: 'Hij loopt soms te zingen en hij maakt grapjes.'

De zoon: ' Ze hebben vaak muziek aan in het huis. Er is ook zo'n vrijwilliger die op bezoek komt bij vreemde mensen. Dat heb je ook, die nemen ook een deel van het werk van het personeel over. Die man speelt piano. Hij speelde Fur Elise. Mijn vader is altijd gek geweest op licht klassiek. Die herkende dat en reageerde. Als ik een oud liedje zing komt hij ook wel eens mee. 'Vorig jaar zaten we eens aan tafel en gooiden we een balletje naar elkaar. Dat deed hij keurig mee. 'Hoppa', zei hij. Je zag aan zijn ogen wat een lol hij daarin had. Ik vond dat zelf ook ontzettend leuk, want dan heb je iets met elkaar. Het probleem is dat bewoners soms bijna niet te bereiken zijn. Elke keer als je dat lukt is dat heerlijk. 'Hij heeft ook plezier in het zien van bepaalde mensen. Hij reageert erg op mijn vrouw. Als die zegt 'ga je mee', dan gaat hij gelijk mee, meestal lachend. En op de kinderen: vorig jaar hebben ze Sinterklaas gevierd in het verpleeghuis en daarbij allemaal kinderen uitgenodigd. Die waren vooral met zichzelf bezig en letten amper op die oudjes. Maar die oudjes vinden het geweldig. Dat kun je aan mijn vader ook goed merken. 'Hij is nu motorisch heel slecht. Hij loopt slecht, hij kan met zijn handen niet veel meer. Gekke bekken trekken doet hij wel. Dat deed hij vroeger ook al.' De vrouw: 'Pas dronk hij appelsap. Dat was nogal wrang, dus toen trok hij een heel zuur gezicht. Dat deed hij bewust. ' De zoon: 'Mijn zoontje zag dat, dus die begon gelijk te schateren. Dan heeft mijn vader lol.

Dat deed hij vroeger ook: gekheid maken, iemand in de maling nemen. 'Zwemmen vond mijn vader heel leuk. Eens in de week gaan ze met een aantal bewoners die dat willen en kunnen met een busje naar het zwembad. Er gaan ook vrijwilligers mee, want je kunt er geen personeel genoeg voor krijgen. Van dat water worden ze vrolijk, dat kun je merken. Dat stimuleert echt.' De vrouw: 'Ik ging ook altijd mee. Ik vond het wel jammer dat mijn man niet meer wilde.' De zoon: 'Hij is zelf op een gegeven moment gaan weigeren. Nu zou hij het niet meer kunnen. 'Vorige zomer zijn ze een keer naar het Kralingse Bos geweest. Toen hebben ze aan de Kralingse Plas gezeten, en daar zag hij bootjes.' De vrouw: 'Toen zag ik net zo'n bootje als wij hadden. Ik zei: kijk eens, daar ligt je boot. 'Ja', zegt hij, 'laten we er eens heen gaan'. Even is hij helder, maar dan is hij het weer kwijt'. De zoon: 'Je merkt wel dat het een positieve invloed heeft. Vrijwilligers en verplegers die erbij waren zeggen dat ze nog dagenlang actiever en helderder zijn dan normaal, ook al zijn ze maar een dagje weggeweest. Dat is duidelijk een factor in die dementie: hoe actiever je de mensen houdt, hoe beter ze blijven functioneren. Dus dat soort dingen moeten ze eigenlijk veel doen, maar daar komen ze natuurlijk niet aan toe.'