Goede uitzichten op goud voor Nederlandse vierspanrijders

AKEN, 11 juni Hoe paradoxaal het ook mag klinken, de Nederlandse paardensporters die hun sport vanaf de bok beoefenen zitten moment het meest vast in het zadel. Het vermaarde Concours Hippique in Aken heeft de Nederlandse vierspanrijders weer een stap dichter naar een gouden medaille op de komende wereldspelen voor de paardensport in Stockholm gebracht. Nederlandheeft in deze tak van sport van koningen en prinsen wereldkampioen Chardon niet eens als kartrekker nodig om te zegevieren. Met een sterk sturende Ad Aarts aan de kop wonnen de vaderlandse vierspanrijders de landenwedstrijd en het individueel klassement tijdens de goedbezette vierspanwedstrijd.

IJsbrand Chardon eindigde individueel op een zevende plaats, maar daar is het laatste woord nog niet over gezegd. In het belangrijkste en zwaarste onderdeel van de wedstrijd, de ongeveer 25 kilometer lange marathon door het Akense woud, werden Chardon in een van de hindernissen strafpunten aangerekend omdat een van zijn grooms met een voet de grond geraakt zou hebben. Hoewel gemaakte videobeelden anders toonden was de jury van appel niet van zins zich door camera's te laten beivloeden. Chef d'equipe Arie Korrel diende vervolgens een officieel protest in tegen de uitslag, een protest waar de internationale paardensportbond FEI over zal beslissen. Korrel: 'De jury d'appel vond dat zij te allen tijde een menselijke beslissing boven de techniek moet laten prevaleren. Zij wilden de dienstdoende juryleden niet afvallen en waren bang precedenten te scheppen voor toekomstige wedstrijden.'

Uitputting

De Akense vierspanwedstrijd is de tweede maar meteen laatste belangrijke internationale krachtmeting voor Stockholm. Daarmee is aangegeven waarmee de vierspansport zich van de spring- en dressuursport onderscheidt: het aantal echt belangrijke toernooien is niet groot, waardoor het gevaar op overvragen en uitputting van de paarden eigenlijk nihil is in de selectiestrijd om een belangrijk kampioenschap. Hoe anders ligt dat bij de paardensport en de collega's in het spring- of dressuurzadel. In het imponerende ruiterstadion in Aken, gistermiddag gevuld met 45.000 toeschouwers, een uitverkocht huis, maakten de Nederlandse springpaarden op een enkele uitzondering na een matte indruk. De Nederlandse dressuurruiters deden het met een vijfde plaats van de tien landen iets beter dan de springruiters. In de dressuursport verongeluk je niet onmiddellijk wanneer een paard oververmoeid is of niet net rijp voor een topprestatie. Dat is de reden waarom het hierbij minder opvalt dat de druk die het WK in Stockholm uitoefent op de prestaties van Nederlandse dressuurruiters groot is. 'Ik doe niet meer mee aan de race', sprak achtvoudig Nederlands kampioene Annemarie Sanders-Keyzer in Aken. 'Mijn ene paard, Olympic Vincent, is geblesseerd en mijn andere paard, Olympic Vanitas, gun ik nog een jaar trainingsarbeid voor ik hem inzet op het allerhoogste niveau.'

Nu is de stellingname van Sanders-Keyzer in zekere zin een luxestandpunt. Zij heeft al zoveel internationale kampioenschappen waaronder twee Olympische Spelen gereden dat het logisch is dat winnen voor haar zo langzamerhand belangrijker is dan deelnemen. Voor nieuwbakken mogelijke teamleden Van der Velde, Haazen en Laarakkers ligt dat anders. Toch doen ook zij er verstandig aan zich met het WK in zicht niet te laten verblinden door het korte-termijnpolitiek.