Gelijke monniken

SNELLER DAN verwacht heeft het kabinet beslissingen genomen over de komende begrotingen. De kritiek op de geringe daadkracht van de coalitie is niet op een stenen bodem gevallen. Het duo Lubbers-Kok heeft zelfs een behoorlijke kans van slagen om al jaren slepende kwesties op het terrein van de investeringspremies (WIR) en detekorten op de onderwijsbegroting voorgoed uit dewereld te helpen.

Blijkens het akkoord over het onderwijs is het Ritzen ernst met het streven om de problemen zoveel mogelijk binnen de eigen begroting op te lossen. Hoewel dat voor 1990 nog niet helemaal lukt, lijken de tekorten voor latere jaren, althans op papier, te kunnen worden gecompenseerd. Nadere analyse zal moeten leren of de voorgestelde maatregelen de toegankelijkheid van het onderwijs niet aantasten. Gunstig voor de minister is de positieve reactie van de PvdA, die juist voor dat laatste aspect meestal een grote gevoeligheid aan de dag legt.

OVER DE financiering van de WIR-uitgaven was de afgelopen weken politiek het meest te doen. De gekozen financiering is niet helemaal solide, maar dat zal wel de prijs zijn voor het bij elkaar houden van het kabinet. Premier Lubbers moest zowel CDA-minister Andriessen (economische zaken) als PvdA-minister Kok (financien), die alle WIR-uitgaven door het bedrijfsleven had willen laten bekostigen, tevredenstellen. Zodoende wordt nu voor een bedrag van 700 miljoen gulden gerekend op eventuele meevallers in de opbrengsten van winstbelasting en aardgasverkoop.

Deze meevallers kunnen beter worden gebruikt voor verlaging van het financieringstekort. Want ook al wordt het nu overeengekomen compromis als politiek noodzakelijk geaccepteerd, dan nog blijft het op dit onderdeel zwak. Immers, het is nog niet zeker dat deze meevallers ook werkelijk optreden. Wat er dan moet gebeuren is niet geheel duidelijk. Beter heeft Kok de financiering geregeld van eventuele extra WIR-claims. Blijken de WIR-uitgaven straks hoger te zijn dan nu wordt verwacht, dan zullen er extra maatregelen volgen om de bedrijven de rekening te presenteren. Doordat het vorige kabinet naliet zo'n afspraak te maken, rolde de afgelopen maanden het WIR-skelet weer uit de kast. Dat risico is nu in ieder geval afgedekt.

WAT DE VORM van een deel van de WIR-maatregelen betreft heeft het kabinet aansluiting gevonden bij de voorkeur van het bedrijfsleven: geen verhoging van de vennootschapsbelasting, wel een belasting op uit te keren investeringspremies. Omdat dit laatste lijkt op een belasten met terugwerkende kracht van reeds toegekende rechten, zouden de Raad van State en de Eerste Kamer zich er wel eens tegen kunnen verzetten. Het siert Kok dat hij ook voor dat geval een alternatieve financiering toch verhoging van winstbelasting heeft weten vast te leggen.

Zowel Andriessen als het bedrijfsleven had aanzienlijk minder willen bijdragen aan de WIR dan nu is overeengekomen. Maar het zou heel wat verbale acrobatiek hebben gevergd om uit te leggen waarom het tekort op de begroting van onderwijs door het overwacht hoge aantal studerenden structureel wel geheel op de studerenden zou moeten worden afgewenteld en de onverwacht hogere uitgaven aan investeringspremies maar ten dele op het bedrijfsleven zouden moeten worden verhaald.