Spreken en schrijven

Dan komt-ie dus binnen, hij weet niet zeker wat er van hem gevonden wordt door die vrouw, dat is zo'n gesprekje, hoe zal ik het zeggen.- Aftastend.- Nee. Erger. De camera gaat onder tafel en daar zie je z'n voet trillen.- Ja. Dat is meesterlijk. Maar nou haal je er twee door elkaar. Dat trillen is in hoe heet die andere ook weer.- Jij denkt zeker aan Manhattan. Die is het niet.- Nee. Het is in A Midsummernights Sexcomedy.- Nee. Die heb ik niet eens gezien. 't Is in die andere, hoe heet-ie nou. Crimes and misdemeaners.- Weet jij het verschil daartussen?- Ik weet het! Het is helemaal geen film van Woody Allen! Dat is met Monica Vitti in l'Eclisse.- Dat is juist boven tafel. Niet onder. En het is geen voet, het zijn twee handen.- Ja prachtig is dat, maar ik bedoel toch Woody Allen. Dat weet ik zeker.

Enzovoort. Hierboven zijn twee, drie of vier intelligente volwassenen in gesprek over films. Het gaat er geestdriftig toe en geen buitenstaander kan er een touw aan vastknopen. Zij zelf weten ook niet precies waar het over gaat maar ze zijn verenigd in het zoeken naar een passage die een poosje geleden voor ieder afzonderlijk een kleine openbaring is geweest. Die ervaring willen ze met z'n allen nog eens ondergaan, niet helemaal dezelfde natuurlijk, maar het is eraan verwant. Het ogenblik van opgetogenheid wordt opgeroepen en als dat is gelukt, veroorzaakt dat nieuwe opgetogenheid. Vandaar dat het praten over films zoveel plezier geeft.

Dit stukje gaat over iets anders. Vorige week schreef Karel van het Reve in zijn Parool-column over het verschil tussen het gesproken en het geschreven Nederlands. De gesproken taal wordt hier niet geschreven, stelde hij vast. De geschreven taal wordt wel gesproken, voeg ik eraan toe, en daarvan zijn de gebroeders Reve Van het Reve een gelukkig voorbeeld. Als je ze hoort denk je vaak dat je ze leest. Gelukkig denk je dat niet bij iedereen. Er zijn heel wat Nederlandse schrijvers die beter kunnen praten dan schrijven. Ik noem geen namen.

Karel van het Reve vindt het jammer dat er geen boeken in spreektaal zijn. Hij zou zelf wel met een bandrecordertje in de trein naar Groningen willen gaan zitten om de coupegesprekken op te nemen, honderd pagina's heen en honderd terug en dan zou hij het boek dat op die manier was ontstaan, graag willen lezen.

Verheugt hij zich niet voorbarig? Ik ben als gebruiker van het openbaar vervoer een toegewijd en ervaren afluisteraar. Het komt voor dat ik dingen hoor waarvan ik denk: die moet ik onthouden. Het is, ook als het om iets alledaags gaat, zo bizar of gewoon onverwacht dat geen schrijver het zal kunnen verzinnen. Ik maak zelfs een aantekening, schrijf een sleutelwoord op dat mij over een kwartier achter het toetsenbord uit de nood moet helpen, en telkens merk ik dat hetgeen ik heb gehoord letterlijk onopschrijfbaar is.

Vroeger bofte je ook weleens bij het telefoneren. Als je een gedeelte van een nummer had gedraaid, kwam je plotseling terecht in een gesprek dat in volle gang was. Het was zaak, snel de hoorn zo te draaien dat het luidsprekertje aan het oor bleef maar het microfoonje ergens boven je hoofd was, zodat je zelfs door je ademhaling niet werd verraden, en dan kon je merkwaardige dingen horen. Zo ben ik eens 'in het gesprek gevallen' van twee nonnen. De ene vertelde tegen de andere hoe ze op het station in Utrecht op een pastoor had gewacht. De ene trein na de andere kwam binnen; geen pastoor. Het werd donker, bovendien begon het te regenen, de pastoor liet op zich wachten. Terwijl ik luisterde ontstond voor mijn ogen het tafreel van een peilloze triestheid die nog werd versterkt doordat ik het Utrechtse station beschouw als een van onze naargeestigste.

Een andere keer kwam ik terecht in een ruzie tussen een moeder en haar dochter of misschien was ze een stiefdochter. Het meisje wilde uit de klerenkast van haar zusje of stiefzusje een jurk lenen om naar het bal te gaan. Eerst vroeg ze het, maar de andere kant van de lijn zei onverbiddelijk nee. Het vragen werd smeken en het nee werd steeds hardvochtiger. Zou ik er met een goed woordje tussen komen? Voor ik tot een besluit was gekomen klonk het rrrrrr in het apparaat dat destijds het einde van dit pleziertje aankondigde.

Waarom vergeet je die dingen niet? Ten eerste omdat ze het resultaat zijn van iets dat niet mag en ten tweede omdat ze de spanning hebben van het directe, nooit gerepeteerde. Wat geschreven wordt, in welke taal dan ook, is altijd beinvloed door zelfberaad. Het geschreven woord wordt voorafgegaan door een overweging en kan ook door een overweging worden gevolgd die er dan toe leidt dat het wordt geschrapt of gehandhaafd. Het gesproken woord kan niet meer in de strot worden teruggezogen, en zelfs al was dat mogelijk, dan zou het nog niet helpen want het is verstaan.

Betekent dit ook dat gesproken taal altijd interessanter, meeslepender is dan de geschreven? Ik denk het niet. Het meeste is onnoemelijk gezeur, alleen van belang voor degenen die er op dat ogenblik met oor en mond bij zijn betrokken. Dat leert zo'n converstatie tussen vier volwassenen over een film die ze zich niet goed meer kunnen herinneren.