Kamerlid Middel: in de PvdA wordt veel te weinig gelachen

Dit weekeinde zitten partijbestuur en Tweede-Kamerfractie van de PvdA bij elkaar in Doorn. In de peilingen staat de partij op zeven zetels verlies. De fractie zoekt naar haar rol als coalitiepartner, de partij bezint zich op de eigen organisatie. DEN HAAG, 8 juni 'Die analyse geldt nog onverkort.' Sinds het Kamerlid L. P. Middel in het najaar van 1987 in opdracht van het PvdA-partijbestuur 'Politiek a la Carte' schreef, hoort hij bij de kleine groep critici die de malaise in zijn partij hebben verwoord.

Het stuk bevatte zeer scherpe kritiek op de partijorganisatie en -cultuur: de PvdA was saai, somber, verstard en gesloten. Een in zichzelf gekeerde organisatie van vergadertijgers en reglementenkenners die elkaar op het scherp van het partijprogramma met spijkerharde minimumeisen bestookten. Geen club waar je lid van zou willen worden of die stimuleert tot spontane initiatieven.

Het rapport belandde destijds in de onderste la; het partijbestuur voelde zich persoonlijk aangevallen. De afdelingen waren beleefd geinteresseerd, maar deden er evenmin iets mee. Nu heeft Middel het idee dat zijn aanbevelingen meer kans maken. De verkiezingsnederlaag in maart heeft ontnuchterend gewerkt. Partijvoorzitter Sint heeft in de pers gezegd het rapport nu 'met andere ogen' te lezen. Wat is er mis met de partij? 'Onze tekortkoming is dat veel van wat zich buiten de partij afspeelt door ons niet wordt gezien. Het trieste is dat een aantal zeer loyale en hardwerkende partijgenoten noodgedwongen hun tijd en energie moeten besteden aan interne activiteiten.'

Middel hekelt de 'doorgeschoten democratisering' die van de plaatselijke afdeling het absolute centrum van de partij heeft gemaakt. 'Alles wat je wilt doen of zeggen in de partij moet via de afdeling lopen.'

De politieke besluitvorming is zo verfijnd dat het partijbestuur gedevalueerd is tot 'een veredeld administratief apparaat' dat enorme boekhoudingen van 'amendementen, subamendementen en supersubamendementen' moet bijhouden. Er is een 'extreme vorm van congresvoorbereiding' met vier of vijf schijven ontstaan, waarin menige partijvrijwilliger het spoor bijster raakt. 'Een heel groot deel van de nieuwe leden haakt snel af. In het kader zie je heel weinig nieuwe mensen. Als je binnen de partij wat wilt is vaak de enige mogelijkheid om in het afdelingsbestuur te gaan zitten en daarna in de raadsfractie. Heel veel mensen hebben daar geen mogelijkheid voor. Toen ik voorzitter van de afdeling Groningen was zeiden we tegen nieuwe kandidaten dat ze voor de partij drie avonden vrij moesten maken. Dat vonden we eigenlijk nog het minimum. Drie avonden! Ik heb daar zelf van harte aan meegedaan. Maar zo krijg je wel alleen de echte freaks. Je kunt niet hebben dat de partij door steeds dezelfde freaks gedragen wordt. Dus trek die zaak open.'

Hoe? 'Beslis over een partijprogramma alleen over hoofdlijnen en geef het partijbestuur het vertrouwen om dat redactioneel uit te werken. Daar zijn ze voor gekozen. Dat vertrouwen ontbreekt nu. Probeer buiten de afdelingen om binnen de partij tot inhoudelijke discussies te komen. Betrek daarbij mensen van buiten. Binnen de PvdA vinden we vaak dat we al gelijk hebben en dat het alleen de vraag is hoe we gelijk kunnen krijgen. Terwijl we beter tot een uitwisseling van argumenten kunnen komen. En dan niet alleen met mensen die al met ons sympathiseren. Dat verrijkt het debat.' Uw fractiegenoot Melkert zwengelde vorige week de discussie over de partij weer aan in een scherp artikel dat op onderdelen overeenkwam met uw kritiek. Wat vond u daarvan? 'Dat was geen officieel stuk voor de fractie. Het was een particulier initiatief van meneer Melkert. Ik ga niet net als meneer Melkert via de kranten discussieren met fractiegenoten.' U beveelt een 'doelgroepbenadering' aan. Wat is dat? 'We moeten af van het idee dat iedereen die achter de PvdA staat dat om dezelfde reden doet. We moeten analyseren wat de mensen in de PvdA aantrekt en dan die punten versterken. Als je als partij constateert dat een op de drie werknemers in de WAO terechtkomt, dan kan de partij de discussie daarover aanzwengelen. Betrek dan niet alleen de traditionele vakbeweging erbij, maar ook de WAO-platforms in allerlei plaatsen. Je moet als PvdA laten weten aan belangengroepen dat we willen discussieren. En dan niet alleen vrijblijvend, maar ook om tot een oplossing te komen. Niet over hun hoofden heen.' De partij is nu te geisoleerd?

'Exact. De partij moet midden in de wereld staan. Je moet een soort meld- en regelkamer kunnen zijn van plaatselijke discussies.' Zoals in de Beurs van Berlage waar op uitnodiging van mevrouw Sint zestig intellectuelen komen discussieren over de PvdA? 'Ik heb geen enkele moeite met die bijeenkomst met de intellectuelen van de Amsterdamse grachtengordel. Maar beweer niet dat het dat helemaal is. Het overgrote gedeelte van onze achterban interesseert het werkelijk geen fluit wat daar gebeurt. Het zijn de Freek-de-Jonge-types die daar zitten. Maar er is nog een veel groter spraakmakend deel dat niet in de krant staat, maar dagelijks in bedrijven en organisaties een vergelijkbare opinie-vormende functie heeft. Daar wordt wel degelijk gesproken over wat de PvdA nog voor ons soort mensen doet. Dat is wezenlijker voor tal van mensen dan wat een paar culturele hotemetoten op een spitsvondige manier denken te kunnen zeggen over de PvdA.' Is die doelgroepenbenadering hetzelfde als de oproep van Sint aan de PvdA-vertegenwoordigers om 'de wijken in' te gaan? 'Dat is te simpel. Als je in de wijk aanbelt loop je de kans dat ze zeggen: moet jij niet werken? Ik sta wel achter het idee om ons isolement te doorbreken. Als je alleen de wijk ingaat om te vertellen hoe goed je bent komt er niemand. Je moet de mensen serieus nemen.'

U lijkt vooral organisatorische veranderingen te willen, terwijl het toch gaat om de cultuur in de partij. 'Dat is een wisselwerking. Onze manier van omgaan met elkaar wordt beinvloed door de organisatie en omgekeerd. Wij zijn zwaar op de hand, dragen de ellende van de hele wereld op onze schouders, voor relativering is geen plaats. Er wordt weinig gelachen. Maar als een afdeling op 1 mei een cabaret organiseert, of een feestje houdt, dan komen er ineens mensen die je anders nooit ziet. Die gaan nooit naar een ledenvergadering omdat het te moeilijk is, of te lang duurt, of allebei. Je kunt de mensen aanspreken als je bij zo'n gelegenheid nog eens helder de politieke boodschap brengt, zonder een gezelligheidsvereniging te worden.' Vindt u dat de houding van het partijbestuur waar u zo'n kritiek op heeft inmiddels al is veranderd? 'Nee.'