'Elke ochtend kijk ik of mijn benen al dikker zijn'

In het laatste weekeinde van mei kwam de nationale kernploeg van de schaatssters voor de eerste zomertraining bijeen. Bij de elitegroep was ook Yvonne van Gennip, met haar drie gouden medailles de 'koningin' bij de Winterspelen van Calgary in 1988. Vorig jaar nam ze royaal gas terug maar werd bij het WK alround toch nog derde. Daarna leek de nu 26-jarige Haarlemse het ijs voorgoed de rug toe te keren. Ze trad als pr-medewerkster in dienst van Equity en Law. Drie weken geleden liet Van Gennip op een persconferentie weten dat ze toch weer op topniveau wil schaatsen.

Na het seizoen 1988-1989 begon Yvonne van Gennip aan een pauze, waarvan ze de lengte niet kende. 'Het schaatsen hoeft nu even niet', zei ze tegen zichzelf. De Haarlemse kon niet meer naar de pijngrens toe en de lol en het fanatisme ontbraken. Haar zaakwaarnemer Ron Mulder wilde meteen een mooi afscheid voor haar regelen, maar dat wilde de vedette niet. Want ze voelde dat haar terugtreden niet definitief hoefde te zijn.

Van Gennip: 'Afgelopen winter ging ik lekker beppen op het ijs in plaats van buffelen met oogkleppen op. Toch kwamen op een gegeven moment de kriebels. Bij de nationale kampioenschappen ben ik bewust weg gebleven en vriendinnen hebben me moeten pressen om naar het EK in Heerenveen te gaan. Daar kwam ik weer in de mood: ik voelde vlinders in mijn buik, ik liep meer dan eens naar de wc en ik had pijn in mijn nek: het leek wel of ik zelf moest rijden. Het vuur was terug in me, voor het eerst sinds de Winterspelen. Ik had er eigenlijk altijd op gehoopt dat dat fijne gevoel zou terugkomen. Want alleen met die prikkel zou ik weer bij de kernploeg kunnen aansluiten.' Hoe stond je werkgever Equity en Law tegenover je terugkeer? 'Vanaf het begin, vorige lente, heeft mijn baas gezegd: Yvonne, ga toch weer lekker schaatsen.

Ik ben die sport zat, was steeds mijn antwoord. Daarbij dacht ik ook aan mijn maatschappelijke carriere. Er komt nog een leven na het schaatsen, dat geen rooie stuiver oplevert. Ik wilde bovendien rondneuzen in het bedrijfsleven. Ik heb er veel geleerd. Toch kies ik weer voor het ijs. Ik ben wel gek als ik het niet doe. Straks ben ik 32 of 33 jaar en kan ik niet meer meekomen.

Dan had ik er spijt van gehad. Werken kan altijd nog. Maar een ding betekent veel: ik blijf op de loonlijst van mijn fantastische baas en ik kan inspringen als ik wil. Ik word vrijgelaten. Dat is bijzonder belangrijk voor me. Vroeger kon ik het ouderlijk huis niet uit. Had ik het geld niet voor een eigen flat. Nu wel.' Wat houden je pr-werkzaamheden in en is je baas tevreden over je?

'Ik begeleid de belangrijke relaties van de onderneming. Een paar voorbeeldjes? Voor een groep zakenlieden organiseerde ik een dag voor de Amstel Goldrace een mountain bike-bijeenkomst, waar ik uiteraard ook aanwezig was. En laatst bracht ik met een andere groep een bezoek aan het vertrek van de slotetappe van de Whitbread-zeilrace in Florida. Op 25 juni vliegen we naar Wimbledon om de VIP-tent te bezoeken en uiteraard de wedstrijden. In die functie kreeg ik veel te maken met het bureau Referee Sportsmarketing van Ron Mulder en Hein Vergeer. Ik heb aandelen van dat bedrijf gekocht en ben nu zelfs mede-direkteur. Halen we winst, dan levert me dat geld op. Of mijn werkgever tevreden is? Dat moet je aan hem zelf vragen. Wel is het zo dat zo lang het schaatsen telt het moeilijk is je voor honderd procent voor iets anders in te zetten.'

Hoe staat het met je conditie? 'Nog slecht. Vorig jaar was het nog erger. Tussen februari en oktober heb ik welgeteld drie keer hard gelopen, dat was alles. Ik zat daardoor ten slotte niet lekker meer in mijn lijf. Nee, ik was niet te zwaar, juist lichter dan vroeger. De spiermassa was verminderd. Ik voelde me of heel lam of heel nerveus. En ik had overal jeuk. Dat was ook het gevolg van de stilstand. Ik was, met mijn twee a drie trainingen per dag, altijd gewend veel te zweten. Mijn leven was een tijdje heel anders geworden: lekker uit eten, op stap en het klinkt misschien ongelofelijk nooit voor drie uur naar bed. Op dat moment vond ik het plezierig. Toen de baan van Heerenveen in oktober open ging, ben ik gaan aftrainen. De eerste keer kon ik nog geen rondje rijden, zo veel pijn had ik in mijn benen. Hallo, dacht ik bij mezelf, jij mag echt wel weer wat meer gaan doen. Later kreeg ik nu en dan de geest. Zo van, gut, er zit nog wel iets in.

Je leert jezelf dan beter kennen. Wat voor een type mens ik ben? Eentje die 's avonds het gevoel moet hebben dat ik overdag goed bezig ben geweest. Anders baal ik.' Hoe groot is je achterstand op de concurrentie? 'Ik heb mijn trainingen onderbroken, ik ben niet doorgegaan, vandaar dat er een geweldige achterstand is. Ik wanhoop niet, want ik ben nog jong. Hanneke de Vries is 30 jaar en zit nog bij de top. En ik ben weer fris onder de pet, dat is heel belangrijk, want sport zit voor het grootste deel in het hoofd. Dat was in mijn glorietijd al zo: was 't koppie niet lekker dan reed ik niet goed. Hoeveel tijd heb ik nodig om het verlies weg te werken? Ik weet het niet, ik denk nog niet medailles bij welk toernooi dan ook. Intussen besef ik wel dat ik vroeger een bereconditie had. Toch ben ik niet somber, er is vooruitgang door stevige training. Elke ochtend sta ik voor de spiegel om te kijken of mijn benen al dikker zijn geworden.' Is het een ramp als je de top niet meer haalt?

'O nee. Ik kan relativeren. Er zijn mensen die in zak en as zitten wanneer het Nederlands elftal bij het komende WK verliest. Sport wordt overgewaardeerd, er lopen ook bij het schaatsen te veel mensen met oogkleppen op. Voor mijn werk bij het Rode Kruis ben ik in de Derde Wereld geweest. Toen ik die ellende zag heb ik tegen mezelf gezegd: onthoud deze beelden goed als je terug bent in het snelle veilige beschermde westerse wereldje. Tegen die achtergrond is sport een luxe. Het maakt geen hol uit of je in een bepaalde wedstrijd nu eerste, zevende, achtste of negende wordt.' De supporters hebben dus weinig van je te verwachten? 'Tja, de supporters. Ik heb veel brieven gehad van mensen, die me vroegen weer met schaatsen te beginnen. En een enkeling zei me, als een soort grap: 'weet waar je aan begint. Zo van, wat heb jij nog in die sport te zoeken'. Zo iemand meent dat het schaatsen een kwelling voor me is, want hij denkt alleen aan de prestaties. Daar word ik dus schijtziek van. Ik weet dat ik dergelijke teksten nu gemakkelijker naast me neerleg dan vroeger. Ik doe wat ik zelf wil, ik kan niet iedereen te vriend houden. Als ik het nou zo leuk vind om te schaatsen, mag ik dan misschien?

Ik doe er toch niemand kwaad mee? En haal ik de top niet, dan heb ik pech gehad.' Al was je succes nog zo fantastisch, altijd maakte je op het erepodium een nuchtere indruk. 'Het vervelende van een kampioenschap is dat je het niet kunt delen. Als ik de bloemen kreeg was ik altijd in gedachten bij de verliezers. Als de een wint hebben er anderen verdriet, want ze vallen buiten de prijzen. Ik kreeg daardoor altijd een soort schuldgevoel. Ik kan geen supervrolijk gezicht opzetten als er droevige mensen in mijn omgeving zijn. Trouwens, ik ben altijd bang geweest om te winnen. Juist omdat ik dan de volgende keer kon verliezen. Dat gevoel had ik mijn beginjaren in heel sterke mate en dat ging wel eens ten koste van de resultaten.' In de kernploeg ontbreekt je vriendin Marieke Stam. Vind je dat erg? 'Ja, want dat is een toffe meid. En bovendien een topper, die zich best nog in de selectie kan rijden. Ik train veel met haar en ik ben ervan overtuigd dat dat er in de wedstrijden veel meer uit kan komen. Als maatje is ze belangrijk voor me, want je hebt niet zo veel vrienden in het schaatsen. Je ziet nooit meer iemand als je bent gestopt. Als Marieke wint ben ik blij. En omgekeerd. We delen verdriet en vreugde en dat komt in onze sport weinig voor.' Hoe staat het schaatsen er internationaal voor? 'Als ik mijn goede niveau haal verwacht ik meer concurrentie van de Nederlandse rijdsters dan van de internationale top.

In de kernploeg rijdt Lia van Schie, ze heeft dezelfde sterke punten als ik. Maar ze is een stuk jonger. En op de sprint steken Sandra Voetelink en Herma Meyer er bovenuit. De Oostduitsen? Dat is afwachten. De toppers van daar ruiken de vrijheid. Moser weet nog niet of ze doorgaat. Veel zal afhangen van de faciliteiten. Als die trainster, Fuchs, aanblijft, zal dat een remmende factor zijn. Want die wil alles bij het oude laten, zo van: weinig mogen en alles laten. Daar zijn de meiden tegenwoordig niet meer van gediend. En de sfeer binnen een ploeg, o, die is zo verschrikkelijk belangrijk voor de prestaties.'