Reinwater: bedrijven lozen dioxinen

ARNHEM, 7 juni De stichting Reinwater beschuldigt vier bedrijven ervan dat zij dioxinen in de Rijn lozen. Het gaat om de twee Duitse chemische industrieen Solvay in Rheinberg en Hoechst bij Frankfurt, de Franse papierfabriek Cellulose de Strassbourg en Shell Nederland Chemie in Pernis.

Reinwater maakte dit vanmorgen in Arnhem bekend. De stichting heeft het afvalwater van een groot aantal bedrijven langs de Rijn onderzocht op micro-verontreinigingen.

De concentratie dioxinen was het hoogst bij Solvay: 6,47 nanogram (miljardste gram) per liter water. Daarna volgden Hoechst met 6,18 nanogram, Cellulose de Strassbourg met 2,4 en Shell Chemie met 0,89 nanogram per liter. Bij alle vier ondernemingen zegt Reinwater ook furanen aan dioxinen verwante verbindingen in het afvalwater te hebben gevonden. Volgens de stichting wordt in de lozingsvergunningen van deze bedrijven niet van dergelijke, uiterst giftige stoffen gerept.

Alvorens tot publikatie over te gaan, heeft de stichting Reinwater de betrokken bedrijven om een reactie gevraagd. Hoechst heeft er op gewezen dat dioxinen en furanen overal aanwezig zijn. Ze zullen in afvalwater te vinden zijn, omdat ze ook voorkomen in het rivierwater dat voor koeling en produktieprocessen wordt gebruikt, aldus Hoechst. Solvay in Rheinberg is ervan overtuigd dat het de stichting niet gelukt kan zijn een monster te nemen uit een pijp die diep op de bodem van de Rijn ligt. De conclusie is daarom dat de gepresenteerde cijfers geen betrekking hebben op het afvalwater van het bedrijf. Shell Chemie opperde de mogelijkheid dat andere in de monsters aanwezige stoffen de analyse van dioxinen en furanen gestoord hebben.

Reinwater voerde haar onderzoek uit vanaf een schip, met behulp van een zogeheten meetvis, een torpedo-achtig apparaat dat regelmatig aan het eind van de afvalpijp onder het wateroppervlak werd neergelaten.