Harry de Wit verbouwt de Vondelkerk met mini-muziek

Vocale muziek op zijn best: de tien zangers van Tamam aangevuld door een koor van tachtig vocalisten in een muzikaal gevecht met de ruimte gewikkeld in de Amsterdamse Vondelkerk op het thema 'Bouwen in Klank'. Zonder concrete gegevens, of het zou de fel belichte wenteltrap moeten zijn van het soort waarop bouwvakkers vroeger stenen naar boven droegen. De klank wordt opgebouwd met minimaal materiaal, te weten een aantal grondtonen, in een aftasten vooral van een lage G, de grondtoon van de Vondelkerk. In een andere ruimte opgevoerd zou dit muziektheater absoluut niet mogelijk zijn. En het heeft ook geen pretenties, want originaliteit telt bij Harry de Wit, de huiscomponist van Tamam, veel minder dan de amusementswaarde. Met allerlei ingredienten, varierend van boeddhistische gezangen tot Glass-achtige minimal music, worden door middel van herhalingsformules ruimtes geschapen voor jazzy improvisaties die de vocalisten dankbaar benutten. Soms zijn er kleinere groepen als een mannenkwintet, maar het aardigste klinken natuurlijk de zoemende dichte clusters die de hele ruimte in trilling brengen.

Vooral het begin is veelbelovend en sterk: een boventonenzang in de gewelven, helaas in mijn omgeving aangevuld met troebel gekwaak. Het is hetzelfde verhaal als bij Stockhausen's Stimmung, door ongewilde publieksparticipatie (miauwen) verknald, jaren geleden in het Holland Festival. Publieksparticipatie speelt gewild wel degelijk een rol in de regie, want eenmaal op de vloer van de kerk aanbeland worden de bezoekers op galante wijze naar boven gemanoeuvreerd, een van de vier stellages op. De apotheose bekijkt men van grote hoogte, terwijl men luistert naar weer de Indiase melodie uit het begin, want India speelt in de partituur van De Wit de hoofdrol, ook in een kleurige klankscene die sterk herinnert aan David Porcelijn's Sound Poem, a-capella-zang met zingend slaghout. De finale is te voorspelbaar en er zijn popgroepen die met rook heel wat meer intentie tonen, maar in enkele paardansen wist Shusaku Takeuchi zeker oorspronkelijke bewegingen te vinden, zoals het in zwemmende houding op de vloer met de kin voortduwen van de partner. Dat ziet er van boven heel amusant uit.

Innoverend is de voorstelling niet, onderhoudend wel degelijk, in de eerste plaats door de steeds wisselende gezichtshoeken en bovendien door het grote enthousiasme van het jonge koor en de juist bijtijds gedoseerde kwinkslagen. Bezoekers met hoogtevrees zijn overigens welkom, men kan Architectonaal ook parterre bezichtigen: vrijheid blijheid is typerend voor deze jaren zestig-happening.

Voorstelling: Architectonaal door Tamam. Muziek: Harry de Wit, regie: Shusaku Takeuchi, muzikale leiding: Winanda van Vliet. Gehoord: 5/6 Vondelkerk Amsterdam. Herhalingen t/m 23/6 uitgezonderd de maandagen.