Duitse economie expandeert

BONN, 7 juni Boven alle verwachting is de economische groei in West-Duitsland in het eerste kwartaal van dit jaar uitgekomen op 4,4 procent vergeleken met het eerste kwartaal van het vorige jaar. Ook de werkgelegenheid stijgt in versneld tempo.

Daarentegen houdt in de DDR, ruim drie weken voor de Duitse monetaire unie, de minister van sociale zaken Regine Hildebrandt rekening met een vertienvoudiging van de werkloosheid in haar land in de komende maanden (tot een miljoen). De gemiddelde werknemersinkomens in West-Duitsland stegen in het eerste kwartaal met zes, die van ondernemers en kapitaalverschaffers met 11,5 procent. Aan deze groei hebben vooral toegenomen bedrijfsinvesteringen en stijgende particuliere consumptie bijgedragen, aldus het Westduitse bureau voor statistiek te Wiesbaden.

De koersen op de beurs van Frankfurt daalden gisteren in reactie op het nieuws fors. Beleggers zijn bang dat de hogere dan verwachte economische groei de inflatie zal doen aanwakkeren en dat de Bundesbank, de Westduitse centrale bank, de rente zal verhogen. De beursindex DAX zakte bijna 28 punten tot 1.849,02 punten. Uit vandaag bekend geworden cijfers blijkt dat het Westduitse handelsoverschot in april is gehalveerd vergeleken met de uitkomst in maart van dit jaar. Toen bedroeg het nog 13,4 miljard mark, in april was het teruggelopen tot 7,6 miljard mark.

De werkloosheid in de Bondsrepubliek is in mei met ruim 91.000 personen gedaald tot 1.823 miljoen, d.w.z. in een maand van 7,3 (april) tot 7 procent van de beroepsbevolking. Daarmee is de laagste stand in acht jaar bereikt, zo meldde gisteren de president van het Westduitse centrale bureau voor arbeid, Franke. Volgens hem begint de al acht jaar durende economische hoogconjunctuur in de Bondsrepubliek nu pas echt ook op de arbeidsmarkt goed merkbaar te worden. Hij zei in de komende maanden een verdere daling van de werkloosheid en een stijging van het aantal vacatures (nu met 10.000 toegenomen tot 334.698) te verwachten. In West-Duitsland werken nu 550.000 mensen meer dan een jaar geleden, namelijk 28,1 miljoen.

De daling van de werkloosheid en de economische groeicijfers zijn temeer opmerkelijk gezien de komst in 1989 van 750.000 mensen uit de DDR en Oost-Europa naar de Bondsrepubliek. Tussen januari en mei van dit jaar is het aantal Ubersiedler uit de DDR maandelijks gestaag verminderd, vooral sinds Bonn in februari de Duitse monetaire unie per 1 juli aanstaande aanbood en de Oostduitse kiezers met hun stemgedrag bij de parlementsverkiezingen op 18 maart ja hadden gezegd tegen dat aanbod. Het totale aantal Oostduitsers dat sinds januari naar West-Duitsland kwam beliep tot eind mei niettemin 184.361. Uit Oosteuropese landen (vooral uit Polen, de Sovjet-Unie en Roemenie) zijn sinds januari bovendien 179.721 zogenoemde Aussiedler gekomen. Als de monetaire unie 1 juli van kracht wordt, beeindigt Bonn de geldende bijzondere opvangregelingen voor Oostduitsers. De toelatingscriteria voor de zogeheten Volksduitsers uit Oost-Europa worden dan verscherpt.

In de DDR zou de werkloosheid na de invoering van de D-mark in de komende maanden wel eens kunnen stijgen van 100.000 nu tot ruim een miljoen, vreest minister Regine Hildebrandt (sociale zaken, Ost-SPD). Zij werkt daarom met haar Westduitse collega Norbert Blum (CDU) aan programma's voor massale om- en bijscholing en deeltijdwerk. Voor speculaties over komende grote 'sociale onrust' in de DDR ziet zij echter geen reden. De minister kondigde de opzet aan van een nieuwe dienst voor arbeidsmarktvraagstukken en de inrichting van regionale arbeidsbureaus naar Westduits model. De vroegere Westduitse minister van sociale zaken Ehrenberg zal daarbij adviseren.

Volgens Blum zal het dadelijk in een aanloopfase werkgevers in de DDR via een stelsel van suppleties gemakkelijker worden gemaakt om werknemers niet te ontslaan maar korter te laten werken dan wel ermee akkoord te gaan dat zij tijdelijk in het bedrijf worden 'geparkeerd' en herschoold. Oostduitse werkgevers die, bijvoorbeeld, een werknemer voor de halve werkweek in dienst nemen of houden, betalen dan ook maar een half salaris. De werknemer krijgt dan 63 procent van de andere helft uit een speciaal fonds. Ook wordt gewerkt aan een systeem van (tijdelijke) verlaging van premies en belastingen voor bedrijven die afzien van ontslagen.

Minister Hildebrandt kondigde aan dat, voordat de monetaire unie ingaat, pensioenen en privileges van vroegere leden van de Oostduitse staatsveiligheidsdienst (Stasi) door een regeringscommissie op hun rechtmatigheid zullen worden getoetst en zonodig ingetrokken. Het heeft in de Bondsrepubliek en de DDR veel kwaad bloed gezet dat het kabinet-Modrow (het Oostduitse overgangskabinet dat regeerde van december '89 tot april '90) op de valreep via speciale wetgeving allerlei Stasi-functionarissen dergelijke voordelen bezorgde. Oud-Stasichef Mielke en zijn gewezen plaatsvervanger Markus Wolf, bijvoorbeeld, zouden dank zij deze wetgeving zijn voorzien van riante pensioenen van circa 4.000 Ostmark per maand. Zoals het aanhangige Duitse ontwerp-staatsverdrag al aangeeft wil het nieuwe DDR-kabinet voorkomen dat dergelijke pensioentrekkers dadelijk bij de invoering van de D-mark ook gaan profiteren van de aantrekkelijke wisselkoersen (1 op 1).

Volgens de Oost- en Westduitse ministers van milieu, Steinberg (Ost-CDU) en Topfer (CDU) komt er per 1 juli met de monetaire unie ook een wettelijke milieu-unie tusen beide Duitse staten tot stand. Dat zal gebeuren via een milieu-kaderwet waarin de DDR op hoofdzaken de Westduitse milieuregels overneemt. Ook heeft een gemeenschappelijke commissie van de beide ministers wetsvoorstellen voorbereid voor behandeling in de Volkskammer ten aanzien van de ecologische sanering en natuurbescherming in de DDR. Intussen zijn deze week in de Bondsrepubliek pogingen mislukt om het milieu grondwettelijk vast te leggen als voorwerp van staatszorg. Aan die voor veel Westduitsers gevoelige kwestie werd in Bonn al sinds twee jaar gewerkt. Alle fracties in de Bondsdag waren het inmiddels na veel passen en meten eens geworden over een grondwettelijke formulering dat 'de staat de natuurlijke levensvoorwaarden van de mens beschermt'.

Nu de regeringsfracties voor de uitwerking daarvan uitdrukkelijk naar de ('gewone') milieuwetgeving willen verwijzen, weigert de oppositionele SPD-fractie akkoord te gaan. Volgens haar zou zo'n verwijzing 'een staatstaak der tweede klasse' maken van de grondwettelijke milieuplicht. 'Een nieuwe grondwettelijke norm, waarvan de betekenis door de formulering praktisch wordt uitgehold, zou de slechtste oplossing zijn', meent de SPD-fractie.