Nieuwe meetmethode wijst op minder gas in grensgebied

ROTTERDAM, 6 juni Vorige week werd bekend dat Deutsche Shell, een volle dochter van Koninklijke Shell, over 1989 een verlies van bijna 100 miljoen D-mark had geleden, omdat men rekening had moeten houden met een nog in te dienen Nederlandse nota voor teveel geleverd gas uit het Eems-Dollard gebied. Er was voor een miljard gulden aardgas te veel geleverd.

Zonder het abuis had Deutsche Shell zeker een substantiele winst gemaakt, wist het bestuur. De zaak zat zo gecompliceerd in elkaar dat het ministerie van EZ er een brief over naar de Tweede Kamer stuurde.

Zo zit het: Nederland en West-Duitsland hebben een grensconflict. Het grootste deel van de Nederlandse oostgrens ligt al vast sinds de middeleeuwen maar in het Eems-Dollard-gebied bestaat nog steeds onduidelijkheid.

Men kwam er niet uit en koos in 1960 voor een praktische oplossing in het 'Eems-Dollard Verdrag'. Die laat de grens de grens maar regelt scheepvaart- en visserijrechten in de zogeheten Common Area. In 1962 kwam er de Aanvullende Overeenkomst die de samenwerking regelt op het gebied van delfstofwinning. Bepaald is dat beide landen in de Common Area naar olie en gas mogen boren en dat elk recht heeft op 50 procent van hetgeen er aanwezig blijkt te zijn. Van belang is dat zich onder de Area een uitloper bevindt van het Groningenveld, beter bekend als 'de bel van Slochteren'. Concessiehouders voor de gaswinning in het betwiste gebied zijn voor Nederland de NAM (Shell Nederland en Esso) en voor West-Duitsland Brigitta (Deutsche Shell en Esso). In 1966 hebben NAM en Brigitta (onder goedkeuring van hun overheden) een Overeenkomst van Samenwerking en een Bedrijfsvoeringsovereenkomst gesloten waarin bepaald is hoe de omvang van de gasvoorraad onder de Common Area zal worden berekend en wie het gas omhoog zal halen. Omdat de NAM al het aardgas uit het Groningenveld onder Nederland omhooghaalt, had Brigitta er vrede mee dat de NAM ook maar tegelijkertijd het gas ophaalde waar West-Duitsland voor de helft recht op had. Kortom: de NAM treedt op als operator in de Common Area.

De partijen kwamen in 1984 overeen dat de allernieuwste seismologische techiek zou worden ingeschakeld om de omvang van de gasvoorraad onder het betwiste gebied te schatten. Er kwam 3D-seismiek (in 1985) met vier aanvullende boringen in 1988 en 1989. De partijen hebben de verzamelde gegevens uitgewisseld en zijn nog volop aan het 'verwerken' maar nu al staat vast dat er veel minder gas onder de Area zit dan was aangenomen. Het blijkt, en daar gaat het om, dat Brigitta (dus Deutsche Shell en Esso) meer gas omhoog heeft gehaald dan er aanwezig is. Een fysisch mirakel!De lezer die denkt dat Duitsland met een lange pijp onze bel van Slochteren aan het leegzuigen is vergist zich. Er wordt helemaal geen gas gewonnen in de Area, niet door Brigitta, niet door de NAM. Er is slechts administratieve gaswinning in de Eems-Dollard. West-Duitsland is Nederlands belangrijkste aardgasafnemer en in de afrekening van de gasleveringen wordt de, alleen op papier plaats vindende, winning in het Eems-Dollard-gebied simpelweg verrekend.

Intrigerend in het geheel is die nieuwe seismologische techiek die zo ongunstig uitpakt voor de Bondsrepubliek (maar, zegt EZ, gelukkig de schatting van de omvang van het totale Groningenveld niet aantast). De 3D-seismiek, het driedimensionale onderzoek, wordt door de NAM sinds 1982 gebruikt en werd door de onderneming gedeeltelijk zelf ontwikkeld uit de klassieke 2D-techniek. Hij verschilt daarvan niet wezenlijk.

De essentie van seismisch bodem-onderzoek is dat een krachtig geluid (een explosie of een trilling) wordt opgewekt en dat de weerkaatsing van dat geluid tegen de verschillende aardlagen wordt geregistreerd en geanalyseerd. Bij de klassieke 2D-techniek op land werd het effect van explosie of trilling geregistreerd door een hondertal opnemers die in een lijn (de ontvangstlijn) achter elkaar waren geplaatst. De geluidsbron bevond zich op die lijn en werd daar na elk experiment over verplaatst. Schietlijn en ontvangstlijn vielen dus samen. In de 3D-techniek gebruikt men meerdere ontvangstlijnen (meestal vier, met in totaal wel 500 opnemers) die evenwijdig aan de schietlijn lopen. Per explosie komen dus 500 signalen binnen op een 500-kanaalsrecorder worden vastgelegd. Men begrijpt dat de computerverwerking van de signalen de crux van de 3D-techniek is.

Voor het werk in de Common Area is de 3D-techniek aan het water aangepast. De NAM gebruikt twee schepen die elk vier lange lijnen met watervaste drukopnemers (hydrophones) achter zich aanslepen. Daartussen bevinden zich de lijnen met de airguns die op vaste momenten bij wijze van explosie een luchtbel naar de diepte jagen. Echt dynamiet inzetten was op het wad niet toegestaan.