FNV wil deel van de loonruimte gebruiken voor dewerkgelegenheid

ROTTERDAM, 6 juni De vakcentrale FNV zal in het voorjaarsoverleg tussen kabinet en sociale partners op 22 juni voorstellen om een deel van de beschikbare loonruimte in de bedrijven te gebruiken voor werkgelegenheid en 'maatschappelijk nuttige' zaken. 'We gaan straks aan tafel met het aanbod om op voorhand een deel van de beschikbare loonruimte te reserveren voor werkgelegenheid, in de eigen sectoren of ondernemingen, maar ook door geld over te hevelen naar overheidssectoren waar knelpunten zitten. Van de marktsector naar de verpleging bijvoorbeeld', aldus FNV-voorzitter J. Stekelenburg.

De FNV speelt ook met de gedachte om 'iets extra's' te doen voor de uitkeringsgerechtigden. Stekelenburg: 'Ik zeg niet hoeveel; maar als rekenvoorbeeld: een procent loonruimte reserveren levert 2,5 miljard gulden op.' Het reserveren van een deel van de loonruimte biedt volgens Stekelenburg alle partijen voordeel: de koppeling tussen lonen en uitkeringen blijft betaalbaar, de overheid hoeft minder uitkeringen te betalen en de werknemers minder premie. De werkgevers krijgen op termijn te maken met een lagere bruto loonontwikkeling.

De vakcentrale wil op centraal niveau kwantitatieve afspraken maken over werkgelegenheid, maar de werkgevers blijven die suggestie afwijzen. Volgens de werkgeversorganisatie VNO is het onmogelijk om centraal vast te stellen hoeveel mensen het bedrijfsleven kan opnemen. 'We moeten ervoor waken het klaverjassen in de huiskamer te verplaatsen naar de kantine. Bedrijven die echt mensen nodig hebben, werven heus wel', aldus een VNO-woordvoerder.

Volgens een woordvoerder van de christelijke ondernemersorganisatie NCW gaat Stekelenburgs voorstel voorbij aan de werkelijke problemen op de arbeidsmarkt. 'Moeilijke groepen vragen een eigen benadering.'

De nieuwe opzet van de arbeidsvoorziening (onder gezamenlijk bestuur van overheid en sociale partners) biedt volgens VNO en NCW veel betere mogelijkheden voor maatwerk en persoonlijke aanpak. Het Voorjaarsoverleg zal wat de werkgevers betreft niet meer kunnen zijn dan een evaluatie van het gemeenschappelijk beleidskader van december 1989.