Ik hoefde niet eens binnen te komen, als ik voor het raam ging staan werd het al stil

De Johanna Westermanschool in Den Haag is de enige meisjes-MAVO in Nederland. Meneer Bakker (56) is er al 25 jaar concierge. Hij regeert de school als een vorst. ' Deze MAVO is altijd een meisjesschool geweest. De eerste zeven jaar was ik hier de enige man, daarna kwamen de eerste leraren en de nieuwe directeur is een man. Ik moest er in het begin wel aan wennen. Het moeilijkste was de vrouwen van je af te houden. Viola van Emmenes zat ook op deze school en als ik over de speelplaats liep, zat zij op de tweede etage met haar benen buiten het raam om aandacht te trekken. Dat zijn dingen waar je iets aan moest doen, want dat kon natuurlijk niet. Je moest er afstand van nemen.

Toen ik aangenomen werd, ben ik al gewaarschuwd: zorg dat je nooit met een meisje alleen in een lokaal bent. Dat was toen zo, het was een ouderwetse school, de meisjes mochten geen lippenstift dragen en geen lange broeken.'

Zijn meisjes heel anders dan jongens? ' Ik weet het niet, ik heb nooit anders meegemaakt. Ik heb altijd tussen de meisjes gezeten. Ik ben met vier zusters opgegroeid, daar begon het al mee. Ik doe veel in het verenigingsleven en daar heb ik ook steeds met meisjes te maken. Ik heb een majoretteband opgeleid en ik had een fluitistengroep. Ik heb altijd werk gehad waarin ik veel met geld omging en met meisjes.' Was u altijd al concierge? ' Ik heb een opleiding gehad als banketbakker. Dat was slecht werk en ik ben meer een doe-mens, dus ben ik voor een incassodienst gaan werken. Op een dag vroeg iemand me: zou concierge niks voor jou zijn? Ik zei: ik prakkizeer er niet over. Ik ga niet met een dweil lopen! Dat had je vroeger op de lagere school, een concierge die de boel moest schoonhouden. Niet dat ik daar op neerkijk, maar dat wilde ik niet. Maar het bleek heel ander werk en ik ben blij dat ik het gedaan heb. Dit is een heel gezellige school, de gezelligheid van meisjes onder elkaar. Er wordt wel eens een doodenkele keer gevochten of er is iets aan de hand, maar meestal is het gezellig. Toen de oude directrice er nog was, hebben we een keer een staking van de leerlingen gehad. Ze wilden niet meer naar hun klas. Wat de leraren ook tegen ze zeiden, ze gingen niet.

Iedereen probeerde het, maar ze vertikten het gewoon. Maar ik had het zootje allang door, daar groei je in mee. Ik ben de aula ingelopen en ik heb nogal een vrij harde stem. Ik zei: EN NU IS HET AFGELOPEN! Het is leuk geweest en nu gaan jullie weer naar je klas. Aan het werk jullie. En daar gingen ze.' Bent u de baas? ' Ik ben de enige naar wie ze luisteren. Onze oude directrice had een enorm overwicht en van haar heb ik veel opgestoken. Zij liet mij altijd de vrije hand. Later kregen we de nieuwe directeur, die hebben we nog niet zo lang. Het is een hele goeie vent, maar hij is een beetje te goed.

Voor dit werk is hij niet zo geschikt, hij is te lief voor de meiden. Ze krijgen het allemaal bij hem voor elkaar en ik kan zien dat ze hem staan te beduvelen.' Wat is uw werk? ' Alles wat er in de school gebeurt, behalve de lessen natuurlijk. Hoe langer je ergens werkt, hoe meer je naar je toe gaat trekken. Op de administratie hadden ze een stencilapparaat waar ze niet mee overweg konden. In het verenigingsleven maken we een clubblad, dus ik dacht: dat apparaat kan beter bij mij staan, want ik kan er mee omgaan en dan kan ik ook nog wat werk voor de vereniging doen. Van lieverlee ben ik steeds meer taken gaan verrichten. Later kwam er een kopieerapparaat, dus dat kreeg ik ook. Ik doe hier ook alle inkopen, ik koop de boeken en de schriften, ik doe het onderhoud van de school en ik bepaal de regels: je mag niet roken in de school en niet hardlopen. Want als ze van de trap donderen hebben ze een gat in hun kop. We hebben een prachtige aula in het gebouw, dus wil ik niet dat ze met hun voeten op de stoelen zitten. En als ze op het toneel aan het rommelen zijn, stuur ik ze eraf. Dan zeggen ze: 'Ja maar het mocht van die en die!' 'Niks mee te maken, ' zeg ik, 'Eraf!' En dan ga ik naar die betreffende docent van wie ze zeggen dat het van hem mocht en zeg: 'Als je er zelf bij bent, mogen ze op het toneel, maar dan ben jij verantwoordelijk voor al die dure apparatuur die daar staat.' Kan dat allemaal maar zo? ' Er zijn docenten die zeggen: jij had directeur moeten worden! Er zullen er ook best zijn die zich afvragen: waar bemoei je je mee! Ik zet 's morgens koffie.

Als de eerste bel gaat, moeten de kinderen naar de klas. Ouderwets als ik ben, vind ik, dat de docenten er dan ook horen te zijn, anders kun je de kinderen niet op hun kop geven als ze te laat zijn. Als ze na de eerste bel nog bij mij koffie staan te drinken, zeg ik: 'He, jongens! De bel is gegaan.' 'Ja directeur, ' zeggen ze dan, maar ze gaan. Jazeker, ze gaan. Ik zeg ook wel eens tegen onze directeur: 'Daar moet jij eigenlijk eens wat van zeggen.' Maar dat doet hij liever niet. Je weet toch hoe het is, zegt hij. Maar hij heeft ongelijk, op die manier krijg je een zootje op school.' Geeft u ook strafmiddagen? ' Nee, dat doe ik niet, want die worden op vrijdagmiddag gehouden en dan ben ik vrij. Ik werk van 's ochtends half acht tot vijf.

Officieel heb ik tussen de middag een uur pauze, maar daar komt niks van terecht, want dan moet ik de kantine doen en daarna beginnen de lessen alweer en moet ik beneden zijn. De een heeft een boek nodig, de ander een schrift en de hele dag zijn er vragen, vragen en nog eens vragen. En nu met de examens, moet ik de formulieren uit de kluis halen. Dat is ook zoiets: ik ben de enige die de combinatie van de kluis kent. Dat is natuurlijk heel raar, maar zo is het.' Zijn ze allemaal doodsbang van u? ' Sommige mensen wel. Ze zijn bang van mijn grote mond. Ik ben iemand die geen blad voor zijn mond neemt, dat heb ik in het verenigingsleven wel geleerd. Ik zeg wat ik vind, maar ik blijf nooit lang boos. Als een kind 's morgens wat heeft uitgehaald, zeg ik: kom je aan het eind van de middag maar melden.' Deelt u zelf straffen uit?

'Jazeker, anders heb je niks te vertellen. Ze mogen bijvoorbeeld in de pauze niet in de school rondhangen. Het is in de aula of buiten, niet in de school. Als ik ze in de gang tegenkom, stuur ik ze naar buiten en als ze commentaar hebben, moeten ze terugkomen. En laat ik het niet merken dat ze zich niet melden, want dan ga ik uit een ander vaatje tappen! Dan moeten ze stoelen schoonmaken of de gang vegen, maar als ze zich keurig melden, zeg ik alleen: 'Luister goed, dat was niet de afspraak, he? We zouden niet in de school rondhangen. Het is in de aula of buiten. Niet in de school.' Wat is uw geheim? 'Als ik mijn stem verhef, is het stil. We hadden vroeger een lerares bij wie het altijd een puinhoop was in het lokaal. Als ze het niet meer aankon, zei ze: 'Henk, kom je even langs?' Ik hoefde niet eens binnen te komen, als ik voor het raam ging staan, werd het al stil. 'Als er nieuwe leraar of lerares komt, zeg ik: pak ze meteen keihard aan, zo hard mogelijk. Van lieverlee laat je de touwtjes vieren en dan heb je halverwege het jaar geen centje last. Sommigen nemen die raad ter harte, anderen doen dat niet. Die komen er dan zelf wel achter.'