ZENDMIDDELEN

H. K.de Zwart (58) adviseur Nederlandse Omroep-Zender Maatschappij en ing. P. Kramp (55) afdelingshoofd PTT-telecom: ' Dit jaar is de honderdste zender gebouwd in Philipine in Zeeuws-Vlaanderen. De gemiddelde levensduur van een zender is vijftien jaar. Wij moeten zorgen dat een zender overeind blijft en aan alle eisen voldoet en dat alle ontvangstantennes in Nederland voldoende signaal krijgen. Je hebt vaak dat mensen zeggen: 'die storing duurde lang'. Dan weet je dat er niets onderbroken is geweest en vraag je dan wat er was dan blijkt dat ze 'storing, even geduld a.u.b.' bedoelen. Maar dat komt gewoon uit de studio, en dan zeggen we, dan hebben we tenminste dat signaal goed kunnen doorgeven.'

Nederland is een van de weinige landen waar alle zenders ... 'onbemensd' zijn, zouden we willen zeggen, maar jammer genoeg hebben we geen vrouwen in deze techniek. Op een centraal punt, in Lopik, hebben we een bewakingscentrum, dat 24 uur per dag en 7 dagen in de week, bemand is. Twee mensen overdag en 'snachts een. Dat is het zenuwcentrum van ons werk.

Daarnaast hebben we een vijftal regionale onderhoudsgroepen, die verdeeld zijn over Nederland en vaak als huisvesting een van die torens hebben.' We hebben bijvoorbeeld in Smilde een zender, vroeger was dat een bemande zender, maar nu zitten er drie technici en een chef en wat huishoudelijk personeel die heel regio noord hebben, dus Wieringermeer, Hoogezand, Irnsum. Ze doen gewoon dagdienst en volgens rooster doen ze onderhoud. Een van hun heeft 24 uur per dag waakdienst, als hij thuis is kan hij onmiddellijk opgeroepen worden. Bij een storing moet hij binnen een half uur op een station kunnen zijn.

Overigens wordt 95% van de storingen door de apparatuur automatisch overgeschakeld. Daarnaast hebben we voor het onderhoud nog een groep van echte apparatuurspecialisten. Zij hebben de beschikking over meetapparatuur die tot 150.000 gulden per stuk kan kosten. Soms als er een complexe storing is komen zij ook in actie. Maar hun voornaamste werk is het jaarlijkse grote onderhoud van een zender. ' Als een storing kort heeft geduurd dan weten wij wat voor inzet je daarvoor nodig hebt. Soms moeten er ingewikkelde kunsten uitgehaald worden om te zorgen dat het bedrijf door gaat. Gevaarlijke dingen, zo zelfs dat we de jongens moeten afremmen. Zenders werken met hoogspanning en in hun enthousiasme bij een storing - het publiek heeft er last van, dus moet er zo snel moglijk iets gebeuren - moet je ervoor zorgen dat ze rekening houden met de veiligheidsvoorschriften. Ze hebben iets van dat is mijn zender en als die kapot is moet ik zorgen dat hij weer in orde komt. Maar als iemand opeens de mast in wil klimmen, kan dat natuurlijk niet.' Vanuit een studio ligt een verbindingslijn die een programma naar een zender brengt. Aan de zender zit een antenne. Wat je wegstuurt wil je uit de luidspreker horen of op het scherm zien.

Je hebt drie verschillende takken van onderhoud; de verbinding, de zender en de antenne. Honderd procent lukt niet, dus streven we ernaar dat wij 99,95% van de signalen uitzenden. Dat kunnen we niet halen met enkele apparatuur. Bijna al onze zenders zijn daarom dubbel uitgevoerd en er zit altijd een automatiek in die die zenders bewaakt. Zo gauw die automatiek merkt dat er iets fout gaat schakelt hij onmiddellijk de reservezender in. Dat noemen we een 'klein alarm situatie'. Je hoeft nog niet te rennen want die apparatuur is vrij betrouwbaar. Er is nauwelijks programma-onderbreking, de apparatuur moet even warm lopen, en eigenlijk zegt het alarm alleen: hou er rekening mee dat er nu geen reserve meer is.' Je kan de zender waar wat mee is op een 'kunst antenne' zetten, meestal een water gekoelde belastingsweerstand, om zijn energie kwijt te kunnen en dan kan je hem gaan meten terwijl het programma rustig doorloopt. Als hij gerepareerd is gaat er een seintje naar de automatiek en naar het centrale punt, zender is in orde, dus kan je weer normaal bedrijf maken.' We doen niet alleen correctief, maar ook preventief onderhoud. Om de zoveel tijd moet een zender nagekeken worden, luchtfilters vervangen etc. Doordat ze dubbel uitgevoerd zijn kan ik dat doen, ook zonder bedrijfsonderbreking. Dus van het werk wat al die groepen dagelijks doen, merkt het publiek in principe niets. Maar nu komt het.'

Bij FM bijvoorbeeld, heb je radio 2, 3 en 4. Dubbelzenders, dat wel, maar soms zitten ze aan een antennenetwerk. Daarvoor zit een antenne-koppelfilter en die leidt het signaal naar een antenne. De energie van een zender moet dus via de antenne-koppelfilter naar de antenne. Die filter kan je zien als een soort ventiel, de energie mag alleen naar de antenne. Gaat die energie terug, dan krijg je allerlei stoorprodukten.' De waakdienstman moet een storing snel kunnen overbruggen. Daarna krijg je de volgende fase, ik moet het ding repareren en controleren, en dan kan het zijn dat je in overleg met de omroep zegt 'sorry, morgen moeten we echt twee minuten uit bedrijf'. In sommige landen hebben ze afgesproken om een zender een dag in de maand niet te gebruiken zodat er onderhoud gepleegd kan worden.

Het probleem is altijd dat een programmamaker nijdig wordt als hij hoort dat hij voor niks een programma gemaakt heeft.' Als er meer uitzendigen komen, komen we in de problemen. De antenne is onze zwakke schakel, niet technisch zwak, maar onderhoud moet overdag gebeuren. De antenne-koppelfilter staat in het gebouw, dus daar kunnen we 'snachts iets aan doen. Een paar masten die we hebben, zitten boven de driehonderd meter en de mensen die erin moeten klimmen willen graag weten waar ze hun voeten moeten zetten. Waar we naartoe hopen te gaan is een afspraak met programmamakers, dat zij op een afgesproken tijdstip geen programma maken, want dan kunnen wij het ook niet onderbreken.'