Cultuurgoed in ijzeroxyde

Een spectaculaire vondst heeft Richard Harinck, manager van het film- en beeldbandarchief van de NOB nog niet gedaan. Toch is hij al over de helft. Ruim een jaar geleden kreeg de NOB 35 miljoen gulden van minister Brinkman om 12.000 oude 2 inch videobanden in het archief over te spelen op het modernere 1 inch formaat. Ze beslaan een flink stuk omroepgeschiedenis, ongeveer van het eind van de jaren zestig tot 1976. Wat er op de banden staat is vaak een complete verrassing, want aan administratie is in het verleden bijzonder weinig gedaan. Het blijken veel studioprodukties te zijn, maar ook losse leaders (titels), aankondigingen en andere niet geheel ten onrechte vergeten cultuuruitingen.

Voor de entree van de videorecorder werden televisieuitzendingen op film vastgelegd: telerecording. Er werd dan een filmcamera met een 16 mm zwart-wit film op een televisiescherm gericht. De brand in de St. Vitusstudio in Bussum (21 maart 1971) maakte en eind aan dit tijdperk. Alle telerecorder-apparatuur ging verloren. Een ramp, maar ook de gelegenheid om weer aansluiting te krijgen bij de moderne tijd. Een flink aantal zware Ampexrecorders werd de studio's binnengereden en vanaf dat moment werd alles op de ruim vijf centimeter brede videoband opgetekend. Niet voor eeuwig, zoals een jaar of twee geleden bleek. Terwijl de telerecordings tot op de dag van vandaag een prima beeld te zien geven, was op sommige 2 inch banden nauwelijks nog iets te zien. Met Brinkmans miljoenen zijn nu vier man met vier bejaarde Ampex-recorders in de weer. Er zijn 8000 banden gekopieerd en er is nog een jaar te gaan. Van elke band wordt een nieuwe bewaarkopie op 1 inch ('BCN'-formaat) gemaakt en een zichtkopie op gewone VHS-tape. Vervolgens wordt de inhoud gecatalogiseerd.

Wil Vervaart, belast met de beeldbandcontrole bij de NOB: 'Eigenlijk valt het nog wel mee. Soms doet een band het niet op de ene, maar wel op de andere machine. Verpoederde banden geven de grootste problemen. De band komt vast te zitten of de luchtspleet van de opnamekop slaat dicht. We kunnen die banden soms redelijk opknappen door ze eerst zachtjes af te schuren en ze dan 48 uur bij een temperatuur van 52 C op te slaan. Dan zijn ze weer een tijdje afspeelbaar, lang genoeg om een kopie te maken.' En als de kopie gemaakt is gooit de NOB de 2 inch banden zeker met een zucht van verlichting weg? Richard Harinck: 'Nee, want ook de 1 inch band heeft niet het eeuwige leven, daar moet je na een jaar of zeven toch weer een kopie van trekken. We bewaren die 2 inch band dus maar. Als er nog eens een opslagmedium komt dat echt goed blijft, kunnen we de definitieve kopie maken en dat doe je bij voorkeur van het originele materiaal.'Harinck en Vervaart waren twee van de zeventig deelnemers aan een studiedag over de houdbaarheid van magneetband en andere moderne informatiedragers, afgelopen donderdag in Amsterdam. De dag was georganiseerd door de pas opgerichte Nederlandse Vereniging van Audiovisuele Archieven. Archivarissen, documentalisten en technici braken zich het hoofd over de vraag hoe we onze audio-visuele erfenis tegen de tand des tijds kunnen beschermen.

Steeds meer mensen leggen hun geschiedenis vast in gemagnetiseerde ijzer- en chroomoxyden en de vraag wat daar over vijftig jaar van over is wordt met steeds meer bezorgdheid gesteld. De film en de grammofoonplaat houden het al een eeuw vol en wat er in de begintijd is opgetekend kan nog steeds met eenvoudige middelen hoor- of zichtbaar worden gemaakt. Bij de videoband is dat anders. Dat de wereldsystemen elkaar in snel tempo afwisselen, is nog maar het geringste probleem. Voor elk videoformaat een paar recorders bewaren, of alles kopieren naar het tamelijk stabiele 1 inch BCN-formaat is een dure oplossing maar hij werkt. De ernstigste bedreiging is de videoband zelf.

Dr. Andreas Merkel, videoband-expert van Agfa-Gevaert, gaf de archivarissen een openhartig college over de sluipende gevaren waar videobeelden aan bloot staan. De magnetische informatie zelf is het minst kwetsbaar. Hoewel het geen aanbeveling verdient videobanden te bewaren in de buurt van luidsprekers of andere apparaten die met magneten zijn uitgerust, blijkt dat de banden daar betrekkelijk weinig last van ondervinden.

Dat komt aan de ene kant doordat die apparaten tegenwoordig zo efficient worden ontworpen dat het magnetisch veld alleen daar krachtig is waar het ook moet, aan de andere kant laten de ijzer- of chroomoxydedeeltjes op de band zich pas bij een sterk magneetveld magnetiseren. De veldsterkte van magneten neemt met het kwadraat van de afstand af en de magneet moet heel krachtig en de afstand heel kort zijn willen de deeltjes op de band zich laten remagnetiseren. Veel schadelijker is de magnetische werking van de band zelf: het zogeheten doordruk-effect. De magnetisering van de opgespoelde band beinvloedt de winding die er vlak tegenaan ligt en een zwakke beeld- of geluidsecho is het gevolg. Mechanische veranderingen in de band zijn gevaarlijker. De drager van de band, een dunne polyester film, is elastisch maar kan in ongunstige omstandigheden blijvend rekken. Voor een videoband is zo'n vervorming veel schadelijker dan voor een geluidsband, omdat de informatie op de videoband in schuine sporen wordt opgetekend (helical scan). Bij flink rekken van de drager verandert de hoek waarmee de sporen op de band staan en dat kan tot gevolg hebben dat de opnamekop het spoor bijster raakt. Verder maakt de nog steeds toenemende informatiedichtheid van de videobanden het afspeelmechanisme zeer gevoelig voor verontreinigingen. Die dichtheid bereikt men onder meer door de spleet in de opnamekop de plek waar de magnetische informatie aan de band wordt meegedeeld zo smal mogelijk te maken, maar de keerzijde is dat stof, vet, zelfs rookdeeltjes de luchtspleet kunnen verstoppen.

Het meest tot de verbeelding spreken de chemische bedreigingen van de videoband. De ergste is hydrolyse, een chemische ziekte waar vooral banden waarin polyurethaan is verwerkt aan kunnen lijden. Polyurethaan is vaak verwerkt in de binder, de emulsie waarin de magneetdeeltjes zijn opgenomen en die in een dunne film aan de drager is gehecht. Waterdamp in de lucht kan een verbinding met het polyurethaan aangaan en dat kan tot desintegratie van de magneetlaag leiden. Met een droge bewaarruimte kan veel leed worden voorkomen.

Spectaculair, maar minder rampzalig is de verpulvering van het glijmiddel dat in elke band is verwerkt. Het is vooral deze kwaal waaraan de NOB-banden lijden. Onder nog niet geheel opgehelderde omstandigheden kan het voorkomen dat het glijmiddel aan de oppervlakte van de band komt en daar als een wit poeder kristalliseert.

Vervaart en Harinck happen na het college van Merkel wat mistroostig in hun broodjes. De oplossing voor de problemen is er nog lang niet. Beschrijfbare optische schijven? Klinkt mooi, maar de opslagcapaciteit is voor bewegende televisiebeelden bij lange na niet voldoende. Bovendien is de houdbaarheid zeer problematisch. Beschrijfbare optische schijven werken met exotische metalen die in tegenstelling tot het aluminium in de CD een slechte reputatie hebben. De DAT-recorder? Vervaart: 'Op een digitale tape kun je wel veel wegschrijven, maar voor archivering is het ongeschikt. De DAT-recorder werkt met metal-tape, met zuivere metaaldeeltjes. Ik vertrouw dat helemaal niet. Als je dat na drie jaar uit de la haalt en het blijkt een bonk roest te zijn. Wat dan?'