Schaatsen op bomijs

Nee, dat leek gisteren niet meer op schaatsen in yoghurt, zoals de nieuwe liberale fractieleider Bolkestein onlangs de regeringsplannen voor 'sociale vernieuwing' typeerde. Veeleer was er sprake van schaatsen op bomijs. De wijze waarop de coordinerende minister voor de sociale vernieuwing, mevrouw Dales, de desbetreffende regeringsnota gisteren in de Tweede Kamer verdedigde gaf aanleiding tot een zodanige verwarring dat het debat werd geschorst tot volgende week. Op het gevoelige terrein van het onderwijs tekende zich een meningsverschil af tussen de fractie van het CDA en de minister, die vasthield aan de mede door haar geestverwanten van de PvdA in de Kamer gesteunde regeringsnota, waardoor meer invloed aan de gemeentebesturen lijkt toe te vallen dan het CDA als pleitbezorger van het bijzonder onderwijs lief is.

Voor de fracties van VVD, D66 en Groen Links was het gisteren ongetwijfeld een leuke dag: er was een wig tussen de coalitiepartners (CDA en PvdA) gedreven, of om met mevrouw Groenman (D66) te spreken er was 'iets gevoeligs' tussen de coalitiegenoten ontstaan. De nogal losse, rommelige manier waarop minister Dales vragen uit de Kamer beantwoordde wekte nogal wat onvrede, maar misschien kon de bewindsvrouwe als lid van een gemengd kabinet ook moeilijk veel anders dan in- en uitpraten. Het kostte haar in elk geval moeite duidelijk te antwoorden op een pertinente vraag van de VVD'er Dijkstal of zij inderdaad de suggesties van de CDA-fractie afwees, maar de door haar gebezigde nonchalante uitdrukking 'o.k.' was toch blijkbaar negatief genoeg voor christendemocratische fractieleden met hun bezorgdheid voor de grondwettelijk vastgelegde vrijheid van onderwijs, ofschoon de minister strijdigheid van de regeringsnota met de grondwet ontkende.

Hier en daar is inmiddels weer het woord 'schoolstrijd' opgedoken. Het gaat evenwel te ver de parlementaire klok van Nederland terug te draaien tot 1878, toen anti-revolutionairen en roomskatholieken (de geestelijke voorouders van ons tegenwoordige CDA) fel, maar tevergeefs, protesteerden tegen de schoolwet van het liberale kabinet-Kappeijne van de Coppello, die verbeteringen bracht voor het openbaar onderwijs maar die de bijzondere scholen in de kou liet staan. Toch, of beter gezegd: juist door deze schoolwet groeiden de confessionele partijen, weldra verenigd in de toenmalige rechtse coalitie met als belangrijkste doelstelling de strijd ten gunste van het bijzonder onderwijs. Het uitvoerige 'pacificatie'-artikel in de grondwet van 1917 bracht (financiele) gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs; de schoolstrijd werd toen formeel beeindigd al zijn er ook later nog wel eens moeilijkheden geweest.

Dat was bij voorbeeld het geval in december 1935, toen een kabinetscrisis slechts op het nippertje kon worden afgewend nadat de confessionele partijen onoverkomelijke bezwaren hadden getoond tegen een wetsvoorstel van het kabinet-Colijn tot concentratie van bijzondere scholen uit bezuinigingsoogpunt, nadat reeds eerder talrijke openbare scholen om bezuinigingsredenen het loodje hadden moeten leggen. De redenering van de confessionele partijen was: concentratie van bijzondere scholen mag wel, maar alleen op vrijwillige basis, dus niet door overheidsmaatregelen. Een analoge redenering is ook nu van CDA-zijde te horen: samenwerking tussen gemeentebesturen en bijzondere onderwijsinstellingen ten behoeve van de sociale vernieuwing is goed, maar alleen uit vrije wil. En wat het zware geschut van de grondwet betreft: hier is sprake van financiele gelijkstelling, maar alleen voor bijzondere scholen die aan bij de wet te stellen voorwaarden voldoen. Bekostiging geschiedt 'uit de openbare kas' uit de rijkskas, of zou het misschien uit de gemeentekas kunnen zijn?