VVD'er Bolkestein verlangt terug naar een 'fel-rode' PvdA

DEN HAAG, 31 mei Aan de term 'rechts' heeft hij naar eigen zeggen een hekel en van triomfalisme wil hij zich ver houden. Maar de nieuwe politiek leider van de VVD, mr. drs. F. Bolkestein kon het gistermiddag toch niet laten de lof van de 'ideele superioriteit van het liberalisme' te bezingen. In de Mata Hari-salon van het Haagse Hotel des Indes ontving hij uit handen van de Leidse wetenschapper dr. P. B. Cliteur het eerste exemplaar van het boekje 'Filosofen van het hedendaagse liberalisme'.

De bijeenkomst leek bedoeld om te demonstreren dat er in de VVD over meer wordt gesproken dan over de werfkracht van de partijleider. Ook werd er een poging gedaan aan te tonen dat er in Den Haag nog wel degelijk politieke tegenstellingen waar te nemen zijn. Daarvoor waren drs. P. Kalma, directeur van de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid, en dr. H. Woldring, hoogleraar politieke en sociale filosofie aan de VU, uitgenodigd. Als onvermijdelijk uitgangspunt nam Cliteur het essay van Francis Fukuyama waarin deze de zegetocht van de liberale Westerse democratie beschrijft er zou een ideologische evolutie hebben plaatsgehad die het liberalisme als regeringsvorm heeft opgeleverd. Fascisme en communisme zijn definitief verslagen. Hierna wacht ons slechts post-historische verveling 'de' geschiedenis is ten einde. Het conservatisme is als concurrerende ideologie niet serieus te nemen, meent Cliteur.

Dat is meer een verzetsbeweging tegen bepaalde tendenzen uit het liberalisme dan dat het een zelfstandig 'wenkend perspectief' biedt. Socialisten zijn eigenlijk hetzelfde als sociaal-liberalen, die toevallig een vrij groot vertrouwen hebben in regulerend overheidsoptreden. In de praktijk gedragen ze zich als vertegenwoordigers van minderheidsgroepen. Liberalen staan intussen in de hoofdstroom van de heersende leer: vrijzinnigheid, democratie, individualisme, marktgerichtheid. Woldring begon poeslief. Natuurlijk, de Westerse wereld 'heeft veel te danken' aan het liberalisme, dat hij hardnekkig als 'culturele traditie' aanduidde. Maar om het liberalisme tot kampioen-ideologie uit te roepen 'bij gebrek aan beter', zoals Fukuyama doet, was voor hem gelijk aan het tentoonspreiden van armoede. Dat zo geprezen liberalisme komt neer op een modieuze Westerse consumptie-ideologie, zonder verbeeldingskracht en politieke moed. Woldring vond dat een politieke filosofie 'geprofileerd' moest zijn vrijblijvende termen als vrijheid en het ividualisme waren daarvoor onvoldoende. Volgens hem bestaat 'de mens als individu' niet.

De mens bestaat 'uitsluitend' in relaties, maatschappelijke verbanden, groepen. Bolkestein wilde uiteraard niet als de boeman van het maatschappelijke middenveld worden afgeschilderd. Zolang er maar geen herzuiling van zou komen waren maatschappelijke verbanden hartelijk welkom in de liberale ideologie. In eigen organisaties kan het individu zich immers prima beschermen tegen de Staat. Mits die organisaties vrij toegankelijk zijn en geen conformisme opleggen, is er niets aan de hand, vond hij. Kalma vond dat het juist de sociaal-democratie was die samenhang verschafte aan die liberale samenleving. Vrijheid-in-gelijkheid mag op het conto van de socialisten worden geschreven. Socialisme is volgens Kalma 'gerealiseerd liberalisme'.

De toekomst is volgens hem aan de sociaal-democratie, niet aan het 'politieke liberalisme' dat 'alweer op de terugtocht' is. De roep om minder overheid uit de jaren tachtig is nauwelijks in de praktijk gebracht, en waar dat wel gebeurde, omstreden. Als sociaal-democraten duidelijk kunnen maken dat een doelmatige overheid onmisbaar is en bovendien het 'concurrentievermogen van de economie' op het terrein van milieu, onderwijs, sociale zekerheid, en infrastructuur versterkt dan gaat de PvdA gouden tijden tegemoet. De wens van Bolkestein dat de PvdA 'weer fel-rood' moest worden, was volgens Kalma een achterhaald vijandbeeld. De Nederlandse politiek is opgescheept met het CDA als middenpartij. PvdA en VVD hebben volgens hem een soort correctie-rol; de macht is van het CDA, maar de richting waarin die wordt aangewend hangt af van de coalitiepartner. 'Dat schept een verantwoordelijkheid in het ideologisch debat.'

Hij beval een polemiek in 'pasteltinten' aan, zonder vijandbeelden. En dat werd het precies: een liberaal-sociale 'polemiek' die niet zo mag heten, met etiketten die gemakkelijk uitwisselbaar bleken.