Verdeelde top produceert woorden

ROTTERDAM, 31 mei 'Arabische topconferenties hebben een irritante neiging te degenereren tot twistzieke praatfeesten over procedurele zaken en onbelangrijke kwesties. In hun speurtocht naar ongrijpbare eenheid ten aanzien van dringende politieke kwesties van het Midden-Oosten, verzuren dergelijke ontmoetingen vaak tot impasses', schrijft de Jordaanse kroonprins Hassan in het jongste nummer van News week.

Maar kan het ook anders? De Arabische wereld lijdt natuurlijk, zij het op kleinere schaal, aan hetzelfde probleem als waaraan de Niet-gebonden beweging stervende is, namelijk een te grote verscheidenheid aan belangen. Een land als het volkrijke Egypte, dat drijvende wordt gehouden door grootscheepse Amerikaanse steun, heeft heel andere belangen dan het spaarzaam bevolkte olieland Libie of Irak, met 15 miljoen inwoners en de op een na grootste oliereserves ter wereld. En dan zijn er de onderlinge grensconflicten en persoonlijke vijandschappen: het is geen wonder dat Arabische topconferenties altijd moeten worden verlengd om tenminste nog een slotverklaring te produceren en dat Arabische eenheid een droombeeld zal blijven.

De topconferentie van Bagdad vormt geen uitzondering op de regel, al werd zij dan aangekondigd als de 'top der toppen (...) potentieel de top van verandering in het Arabische politieke leven, een kans voor de Arabieren en de volkeren van de Derde wereld om hun identiteit te laten gelden' (de krant Al-Iraq). Hoewel de Arabische wereld door het wegvallen van de Sovjet-Unie als steunpilaar en de resulterende Sovjet-immigratie in Israel met een ernstige crisis wordt geconfronteerd, had de columnist van Al-Iraq beter moeten weten. Op dat moment was immers al duidelijk dat twee belangrijke landen (Syrie en Algerije) niet eens zouden komen, wat de conferentie bij voorbaat al ontkrachtte. De schuldige was de organisator, de Iraakse president Saddam Hussein, zelf. Zijn naakte streven naar regionale oppermacht valt bij meer Arabische regeringsleiders in verkeerde aarde, al kon niet iedereen het zich veroorloven ook weg te blijven.

Van tegenzin in de top getuigde bij voorbeeld, heel openhartig, de Soedanese minister van buitenlandse zaken Ali Sahlul, wiens militaire leiders niet eens tot Saddams tegenstanders behoren. Hij zei in Bagdad tegen verslaggevers dat het de conferentie aan 'initiatief en strategie ontbrak'.

'Als de top in staat zou zijn een actieplan op te stellen, zouden we er veel beter aan toe zijn. Maar in de praktijk inventariseren we verspreide incidenten zonder dat we in staat zijn een strategie te concipieren. Ik zou zeggen dat Syrie een vooruitziende blik heeft door te besluiten niet te komen.' Saddam Hussein, in de Amerikaanse media nieuw ontdekt als gevaarlijkste man ter wereld, maakte die reputatie waar met een scherpe uitval naar de Verenigde Staten en een herhaling van zijn dreigement Israel totaal te vernietigen als de joodse staat Irak aanvalt. Zeker even radicaal toonde zich PLO-leider Yasser Arafat, die te maken heeft met een radicalisering in eigen gelederen en tegelijk met de groeiende concurrentie van de radicale, fundamentalistische beweging Hamas in bezet gebied. Voor hem waren de Amerikanen de schuld van alles, en in het bijzonder van de wassende stroom Sovjet-emigranten naar Israel, die 'bedreiging van de Arabische nationale veiligheid' (de feitelijke aanleiding tot deze top, hoewel Saddam een grote Arabische steunbetuiging aan Irak van probeerde te maken). En de Egyptische president Mubarak drong voortdurend aan op gematigdheid.

Saddam en Arafat eisten een harde veroordeling van de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten als bedreiging voor de Arabieren en sancties tegen alle instellingen en staten die bij de Sovjet-emigratie een rol spelen. Het uiteindelijke resultaat: inderdaad scherpe kritiek op Washington, dat met zijn steun aan Israel 'een fundamentele verantwoordelijkheid draagt' voor de voortduring van de Israelische bezetting van Arabisch gebied, maar niet zo scherp als Bagdad wel had gewenst. En wel een veroordeling van de joodse immigratie naar Israel als 'schandelijke schending van mensenrechten en een gevaarlijke bedreiging van de Arabische nationale veiligheid' maar geen sancties. Woorden kortom, harde woorden zelfs, waarvan Israel, dat alleen al dit jaar rekent op 250.000 immigranten uit de Sovjet-Unie, echter niet ernstig onder de indruk zal zijn. Woorden immers, die het moeizame compromis tussen radicaal en gematigd, dus de verdeeldheid onder de Arabieren verraden.

Niet veel meer dan woorden heeft de top ook opgeleverd voor de Jordaanse koning Hussein, die een dramatisch beroep deed op de verzamelde leiders zijn land steun te leveren: 'nu, niet morgen of in de toekomst'.

'Onze vijanden maken geen onderscheid tussen dezen met lege geldkisten en grote schulden aan de ene kant, en genen met enorme overschotten aan de andere kant.'

'We zitten allemaal op een kruitvat, dat niemand zal ontzien als het eenmaal tot ontploffing wordt gebracht.'

Jordanie lijdt onder een rampzalige economische toestand: een buitenlandse schuld van 8,3 miljard dollar, hoge inflatie en grote werkloosheid. Hussein heeft vorig jaar al zijn voedselrellen gehad, waarna hij een zekere democratisering doorvoerde. Die heeft echter een ander probleem aan het licht gebracht: hoe groot de aanhang van het fundamentalisme wel is, zij het tot nog toe een monarchistisch fundamentalisme.

De recente moord op zeven Palestijnen door een gestoorde Israelier gaven vorige week aanleiding tot naar Jordaanse maatstaven ongebruikelijke ernstige onlusten. Hoe serieus de toestand in dit overwegend Palestijnse land wordt beschouwd, blijkt uit dringende oproepen van PLO en fundamentalisten aan actievoerders zelfbeheersing te betrachten en de eenheid te bewaren. Van verdergaande onrust in Jordanie zou immers een mogelijke rechtse regering in Israel kunnen profiteren om de Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever op de Oostelijke oever te dumpen. 'De Arabische leiders moeten erkennen dat economische kwesties even centraal staan in het vredesproces als politieke zaken', schrijft de Jordaanse kroonprins Hassan ook. 'De hulp die door gelukkiger Arabische broeders is beloofd, is niet in zo grote mate als verwacht gekomen', klaagt hij. Maar de Arabische leiders toonden zich niet onder de indruk: Jordanie moet in bilaterale besprekingen zijn hulp zien los te krijgen, bepaalden zij.