v.d. Klugt en Ruding: twee verliezers in het offensief

SANKT GALLEN, 31 mei 'Bewust provocerend; nadrukkelijk briljant; tot het laatst in het offensief.'

Vol bewondering voor zijn lef typeerden toehoorders de toespraak van Cor van der Klugt, de Philips-topman die per 1 juli vervroegd aftreedt. Hij was gisteren op het jaarlijkse International Management Symposium in het Zwitserse Sankt Gallen een van twee Nederlandse coryfeeen die kampen met tegenspoed. De ander was dr. Onno Ruding, voormalig minister van financien, en tot twee maal toe zonder succes kandidaat voor invloedrijke internationale posities.

Van der Klugt en Ruding, mannen met een verleden en mogelijk een veelbelovende toekomst achter zich. Van der Klugt, die hardnekkig zijn beleid rechtvaardigde om vooral door te gaan met de verliesgevende produktie van chips en met de kostbare ontwikkeling van High Definition Televisie (HDTV). En Onno Ruding, die, net zo provocerend, het tekort op de Amerikaanse betalingsbalans kritiseerde en genadeloos generaliserend de vinger legde op Latijns-Amerikaanse wonden. Nee, corrigeerde hij zijn Peruaanse panelgenoot Pedro-Pablo Kuczynski tijdens een debat over monetair beleid, denk maar niet dat de Latino's uit angst voor een toenemende concurrentie uit een verenigd Europa straks harder of efficienter gaan produceren. 'Zo werkt dat niet in die landen.' Behalve een voor Nederlanders karakteristieke directheid, die buitenlanders afwisselend opvatten als verfrissend open, eerlijk, danwel als bot of onbehouwen, hebben beide topmanagers nog iets gemeen: een overmatig vertrouwen in eigen kennis of beleid.

Van der Klugt, lintje op de revers, gaf een lezing recente geschiedenis: de oorlog, het Marshallplan, Amerikaanse hulp aan Japan en de economische opkomst van dit land. Een greep uit de vele opmerkelijke citaten: 'We dachten ons te kunnen veroorloven de VS te verachten, daar zijn we gelukkig op teruggekomen. We beseffen nu dat Amerika de wieg is van onze eigen beschaving' ; 'Het is niet nodig Philips te introduceren en nog minder mijzelf' ; 'We hebben enkele divisies aan de vergetelheid onttrokken die waren afgeschreven na de Japanse economische aanval'.

Hij noemde het Japans-Amerikaanse chip-akkoord 'onwijs en stupide', wees op de Japanse verovering van de Amerikaanse audio-markt en hamerde verbeten op het recht van de sterkste in de internationale concurrentiestrijd.

Hij haalde Luns aan (de uitspraak over Nederlands grote buitenland) en parafraseerde Bomans ('Reizen is een ingewikkelde manier om thuis te komen'). Kreeg de lachers op zijn hand met kwinkslagen over zijn eigentriomf geslaagde onderhandelingen met de Japanners over internationale normen voor de compact-discspeler en over het belang van dialoog tussen ondernemers: 'Te veel, dan draai je de bak in; te weinig maakt je bankroet.'

Aangevallen op de lage omzet per werknemer bij Philips (100.000 dollar) in vergelijking met General Electric (186.000 dollar) en Sony (206.000 dollar), goochelde Van der Klugt behendig met statistieken om het succes aan te tonen van een door hem geiniteerde herstructurering: 'De laatste vier jaar hebben we meer overhoopgehaald dan in de dertig jaar ervoor.' Door de reorganisatie heeft de onderneming de kosten nu al met 300 miljoen dollar teruggedrongen; de lichtdivisie beheerst 40 procent van de wereldmarkt; de divisie kleine huishoudelijke apparaten is zeer winstgevend; en Polygram behoort tot de drie grootste muziekmaatschappijen ter wereld. Van der Klugt zei er alle vertrouwen in te hebben dat de gunstige gevolgen van de reorganisatie binnen een jaar, twee jaar meer zichtbaar zullen worden.

De vraag of de ingreep te laat is gekomen en mogelijk te weinig omvangrijk is geweest, was de enige waarmee een zelfverzekerde Van der Klugt niet goed raad wist: 'Het is best mogelijk dat we te laat zijn begonnen', gaf hij toe. Hij weet dit aan een hardnekkig vasthouden aan gevestigde waarden: 'Why change a winning team ?' en 'Iedereen boven de veertig haat verandering.' Een meer persoonlijke vraag, in hoeverre het beleid van Philips gelieerd is aan de persoon van Van der Klugt, en of zijn opvolger Jan Timmer deze koers zal loslaten, kaatste Van der Klugt terug met: 'Ik weet niet waar u vandaan komt, maar zo te zien bent u een Nederlander. Net als voor u is het voor mij onmogelijk te voorspellen wat er na mij gebeurt. Maar ik hoop dat men de structuur zal blijven wijzigen zolang dat noodzakelijk is.' Een advies over de aanschaf van Philips-aandelen wilde hij best geven: 'In de toekomst krijg ik daar tijd genoeg voor. Maar dan stuur ik u wel een dikke rekening.' Tot slot gaf hij zijn toekomstvisie: 'Over vijf jaar verkopen we produkten die we nu nog niet in ontwikkeling hebben; de automatisering en de informatie-technologie zullen een hoge vlucht nemen; dat zal nog altijd gebeuren binnen de muren van fabrieken en we zullen nog altijd dezelfde moeite hebben om winst te maken.' Teleurgesteld over 'dit evidente gebrek aan visie' op personeelsbeleid en op andere sociale aspecten van een grote onderneming', concludeerde een directeur van een middelgroot Westduits bedrijf: 'De aankoop van Philips-aandelen stel ik toch maar even uit. Het enige waar die man over kan praten is winst maken. Er is meer voor nodig om een bedrijf goed te leiden.' Eenzelfde commentaar was te horen na afloop van het optreden van Ruding, lintje in de revers: 'Een goed doortimmerd verhaal, zonder franje gepresenteerd, maar ook zonder een woord over de gevolgen van expansie en van duurzame groei.' Ruding bereed zijn stokpaardje over een te hoge rentevoet in de wereld, hij wees op de speciale verantwoordelijkheden van de VS en pleitte voor grotere coordinatie van monetair beleid, grotere controle van financiele organen en grotere harmonisatie. Hij waarschuwde voor een verzwakking van IMF en Wereldbank en wreef de leiding een te passieve houding aan. Verder pleitte hij voor nauwere samenwerking tussen middelgrote Europese landen: Nederland, Belgie, Zwitserland en mogelijk Zweden.

Ruding maakte hier in de wandelgangen een kanttekening bij: 'Journalisten betrekken onmiddellijk mijn kritiek op het werelddirectoraat van de grote industrielanden op het incident'.

Hij doelde hiermee op de autoritaire besluitvorming binnen de G-7, waarvan hijzelf het slachtoffer werd. Begin mei werd een binnen de G-7 voorgekookt besluit bekrachtigd over de benoeming van de Fransman Jaques Attali als president van de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa.

Ruding, zuur: 'Journalisten bellen me nog steeds elke dag om commentaar hierover en vragen als altijd naar de bekende weg. Ze trekken als altijd de verkeerde conclusies, en rukken mijn woorden uit hun verband'.