Tenten, hallen, huizen van het Noorden

Boven de shed-daken van de Frieslandhal uit ('Elke vrijdag veemarkt'), tussen de urban sprawl rondom de Leeuwardense binnenstad, steekt dezer dagen het frivole puntdakje van Aldo Rossi's Russische toren. Het kleurrijke torentje markeert de ingang van een internationale manifestatie waarop beeldende kunst en bouwkunst worden samengevoegd en met elkaar geconfronteerd. Nu is de gemene deler een geografisch gegeven: de deelnemers zijn allen afkomstig uit gebieden die, zoals Leeuwarden, op of omstreeks de 53ste breedtegraad liggen.

Pretenties tot het blootleggen van 'een noordelijke identiteit in de (bouw)kunst' heeft de manifestatie niet, zeiden de organisatoren enige tijd geleden bij de aankondiging. In de catalogus echter, van formaat een volwassen boek, maar met een chaotische typografie en veel tikfouten waagt de schrijver J. Bernlef zich in de autobiografische schets 'Op het Noorden!' aan enige bespiegelingen hierover. 'Mijn omgeving leek duidelijk te maken dat alle retoriek hier overboord gezet diende te worden, dat het enkel om essenties ging, de bovenkant van een onverteld verhaal. (...) Het was zaak jezelf niet serieuzer te nemen dan strikt noodzakelijk was. Dat beviel me wel. Het licht was er niet voor jou, jij was er voor het licht.' Twee teams hebben het paviljoen geinterpreteerd als een heus huis. De Ieren Sheila O'Donnell en John Tuomey hebben er een twee verdiepingen hoog bouwwerk van gemaakt. Met zijn rode golfplaat aan de buitenkant en zijn houten vloeren en wanden voelt het bijna knus aan. Des te wranger is het contrast met de schilderijen van Brian Maguire, vooral taferelen van gevangenissen die lijken per ongeluk in de verkeerde galerie terecht te zijn gekomen.

Evenmin schuwt de Zweedse architect Alexis Pontvik verwijzingen naar het volkse element. Zijn oranje houten huis rust op een soort wielen van doorgezaagde boomstammen. 'Ik was geinteresseerd in het vinden van een architectonische oplossing die de tijdelijke en mobiele aspecten kon weergeven', zegt hij in de catalogus. 'Uiteindelijk kwam er een tent-achtig gebouw uit. In Stockholm zijn nog enkele achttiende-eeuwse koperen tenten. Deze hebben als inspiratiebron gediend.'

Gesteente

Anderen hebben van de paviljoen niet een huis gemaakt, met de bijbehorende associaties van gastvrijheid en geborgenheid, maar een geheime plaats waar bezoek hoogstens getolereerd wordt. De Noren voeren de bezoeker over een smalle, steile brug tussen een rechte en een gebogen wand met daarop een felgekleurde video-schilderij van gesteente door Marianne Heske. Voorbijgaan mag, verblijven niet. De Schotse architecten Nicholas Groves-Raines en Allan Murray 'een reis om ons verleden te achterhalen' maakten in een hoge, gesloten modernistische witte doos. De ingang is een donkere spleet met daarachter een hoge koker van textiel, waarin een kleine opening is uitgespaard. Daarbinnen gaat het licht in een gestaag ritme, zoals de adem van een slapende geliefde, van geel naar violet en terug. Op de wanden van hout en stof legt Alan Johnston met krassige houtskooltekeningen zijn eigen structuren.

In het project van de Nederlandse architect Gunnar Daan en kunstenaar Rob Nypels, een van de intrigerendste van de elf, wordt de passant gegrepen, naar binnen gezogen en weggeduwd tegelijk. De kubus met wanden van lichtgroen nylongaas straalt groen in de donkere hal; vanaf de steile, taps toelopende trap is het onduidelijk of je verder kan, of mag. Wie toch doorloopt, komt op een doorzichtig plastic platform 'een soort ballonvaardersmandje', aldus de architect en kijkt naar de binnenste kubus waarin Nypels' fotokunst wordt geexposeerd. Onder het 'mandje' staat een opgezette zwaan, wellicht dezelfde als op Nypels' foto; buiten heeft zich in het weeige groene schijnsel tussen een van de driepoten ook zwaan verschansd.

Het licht is er in het Noorden niet voor jou, schrijft Bernlef, jij bent er voor het licht. Maar deze poetische waarheid wordt betwist door de inzending uit IJsland die moeiteloos boven alle andere uittorent. Daar is het licht er wel degelijk voor jou, sterker nog, jij maakt het licht. Het paviljoen van architecten Margret Hardardottir en Steve Christer is ontastbaar, het bestaat uitsluitend uit licht en geluid. Zodra de bezoeker een onzichtbare cirkel betreedt constateert een radarsysteem beweging. Als betrof het een ondervraging, wordt Kristjan Gudmundssons 'altaar' met hel wit licht beschenen, daaromheen licht in helder blauw een mystieke kring op, uit acht luidsprekers zwelt een onbestemd geraas aan. Hier, om met Bernlef te spreken, is alle retoriek overboord gezet.

Hierarchie

Minstens even interessant als de vraag naar een noordelijke identiteit is de samenwerking tussen kunstenaar en architect. Zij hebben elkaar immers niet uitgezocht, maar zijn 'gekoppeld' door hoofdconservator Dries Wiecherink. Het verzoek aan de architecten was 'een milieu te ontwerpen waarin een persoonlijke architectuur een optimale ambiance schept voor een persoonlijke beeldende kunst'.

Bij sommigen is een onmiskenbare hierarchie ontstaan. Zo mogen de Duitse en Poolse kunstenaars plaats nemen in de eregalerij die hun architecten voor ze hebben ingericht. Terwijl Gunnar Daan onomwonden zegt Rob Nypels als zijn opdrachtgever te beschouwen, willen de Noren kunst en architectuur tot een universum laten smelten.

Een noordelijke identiteit? Zo die zou bestaan, zit het vooral in de manier waarop de deelnemers de opdracht zelf hebben opgevat. De Schotten spreken onverbloemd over het achterhalen van hun eigen verleden, de Zweedse architect verwijst naar structuren van twee eeuwen oud. De Estlander Vilen Kunnapu graaft nog dieper: 'Een Est heeft een Christen en een heiden in zich wonen. Zijn ziel is in tweeen gespleten, de een droomt van christelijke harmonie, en de andere het heidense segment ziedt, sputtert en raaskalt.' In het Finse paviljoen, een ingetogen ruimte begrensd door staalplaat en -gaas, heeft beeldhouwer Martti Aiha een grote houten plaat met uitsnedes bewerkt en aan alle vier kanten open boeken neergelegd met als motto 'Dream North', 'Dream South', 'Dream East', 'Dream West'. Maar de bladzijden zijn leeg.

    • Tracy Metz
    • M 30
    • in de Boekhandel
    • Dag. 10-22 Uur. Toegang
    • Elf Landen
    • Heliconweg 42
    • Elf Steden
    • Hedendaagse Noordeuropese Kunst