Ten grave in vlas en aardappelmeel..'

zong Joop Visser toen hij nog Jaap Fischer was. En zijn even jonge als progressievebewonderaars zongen het hem na. Maar de wens, te worden begraven in eenhouten kist getuigt in deze dagen van milieuzorg niet bepaald meer vanvooruitstrevendheid. De 'koperen' handvatten van de kist zijn meestalvan kunststof, evenals de binnenbekleding, de 'eiken' print, de lakken en deversierselen. Het spaanplaat, waarvan de grafkist meestal wordt gemaakt, ishouthoudend; hele bossen gaan zo jaarlijks de grond of de crematoriain.

Aanvankelijk dacht industrieel ontwerper Huibert Groenendijk aan papier-mache, op zoek naar vervangend en milieuvriendelijk materiaal voor een grafkist: het leek hem een aardig idee om de jurist in zijn gerecycelde rechtsboeken, de journalist in geperste kranten en de industrieel ontwerper in een kist van hergebruikte tekeningen ten grave te dragen. Het materiaal bleek echter te zwak te zijn en vereiste een zeer lange droogtijd. Toen hij zijn ecologische grafkist uitwerkte voor de prijsvraag 'Nieuwe Materiaaltoepassingen 1988-1990' van het ministerie van economische zaken vond hij een industrieel gemakkelijker te verwerken materiaal: een licht en enigszins luchtdoorlatend composiet van goedkope landbouwprodukten als vlas en aardappelzetmeel.

Groenendijk won met zijn Sarcofaag de hoofdprijs in de competitie ten behoeve van de 'bedrijfsgerichte technologie-stimulering' en nam het prijzengeld van fl.25.000 gulden afgelopen dinsdag in ontvangst. De ontwerper, die deel uitmaakt van de associatie Proforma in Rotterdam, denkt dat het vooral de toepassing van landbouwprodukten in zijn grafkist is geweest, die bij de jury de doorslag gaf. In het kader van recente EG-bepalingen is het verbouwen van graan immers steeds minder lucratief geworden. En klonk bij het jongste boerenprotest vanuit de politiek niet steeds de roep om voor het landbouwoverschot te zoeken naar industriele toepassingen? Eenjaars 'non-food-'gewassen, gemakkelijk te verbouwen en zonder investering in nieuwe landbouwmachines op de kleigronden van Groningen en Zeeland, moeten de basis gaan vormen van de Sarcofaag. De kist kent een korte verbrandingscyclus; de grondstoffen groeien het ene jaar op het land en vergaan het volgende jaar weer tot stof.

Jaarlijks overlijden in Nederland ruim 120 duizend mensen, legt Groenendijk uit, waarvan iets minder dan de helft wordt gecremeerd. Of men nu gecremeerd of begraven wordt, de kunststof bekkens, vullingen van kiezen, kunstgebitten, pruiken, kleding en brillen die men de overledene meegeeft vormen toch al vaak een behoorlijke belasting van het milieu. Voegt men daarbij de kunststoffen van de kist, dan betekent iedere crematie een acute en een begrafenis een uitgestelde aanslag op het milieu. Bij produktie en bij verbranding van de kist komen schadelijke verbindingen vrij, bij de teraardebestelling wordt het natuurlijke afbraakproces van de stoffelijke resten verstoord en belanden er giftige materialen in de grond. Aangezien de crematoria geconfronteerd worden met steeds strenger richtlijnen op het gebied van de luchtuitstoot, worden zij gedwongen tot de aanschaf van peperdure filterinstallaties. Bij het begraven van kisten met kunststof wordt het 'rottingsproces' bovendien ongunstig beinvloed door het gebruik van kunststof materialen.

Kortom, vervolgt de ontwerper, een 'natuurlijke' doodskist is in alle opzichten te prefereren.

De sarcofaag weegt ongeveer een kwart van de spaanplaatkist en bevat ook relatief veel minder kunststoffen. Zowel de fabricage als de verbranding geschieden volgens een niet-milieu-belastend procede. De sobere en organische, niet hoekige vormgeving heeft iets van een rups-cocon, is 'nestbaar' (stapelbaar) en moet volgens Groenendijk zijn 'bewuste levensstijl' weerspiegelen van de overledene, voor wie een goede imborst belangrijker is dan uiterlijk vertoon: hij ligt tenminste in een kist die de nabestaanden niet met een probleem opzadelt. De ontwerper heeft er vertrouwen in dat een fabrikant wellicht gesteund door een uitvaartverzekeraar de investering aandurft en een matrijs van de kist laat maken. Het ontwerp kan in verschillende grondkleuren worden geleverd, al of niet met in het deksel verwerkte droogbloemen.

De Sarcofaag van Huibert Groenendijk is te zien op de tentoonstelling 'Nieuwe Materiaaltoepassingen' bij Stichting ioN, Weena 745, Rotterdam. T/m 28 juli. Ma. t/m vr. 10-16u.

    • Tom Rooduijn