Links Nederland op de bres voor de Navo

Progressieve politieke partijen hebben lange tijd een wisselende relatie met en soms zelfs een afwijzende houding ten opzichte van de NAVO. Door de Duitse vereniging en de val van de Oosteuropese regimes grijpen ook zij terug naar een van de weinige stabiliserende structuren die Europa rijk is. Het Atlantisch bondgenootschap mag blijven.

DEN HAAG, 31 mei Mag je een oude schoen (de NAVO) weggooien, voordat er een nieuwe (een Europese veiligheidsstructuur) hebt? Absoluut niet, zegt een zware PvdA-commissie onder voorzitterschap van oud-minister Van der Stoel: 'De NAVO is anno 1990 de enige functionerende veiligheidsorganisatie in Europa.'

De commissie is zelfs bereid meer Amerikaanse troepen in Nederland te stationeren. Bij D66 waarschuwt het Tweede Kamerlid D. Eisma tegen een 'al te futuristische' denkwijze. Zonder de NAVO gaat het beslist nog niet, vindt hij. Zelfs bij Groen Links is men teruggekomen van een krachtig anti-NAVO standpunt. De organisatie mag blijven van het Kamerlid Van Es, mits de voornaamste doelstelling ontwapening is.

Progressief Nederland staat medio 1990 op de bres voor het Atlantisch bondgenootschap. Voor een deel gebeurt dat nog wat onwennig. De organisatie werd tot voor kort bij veel Nederlanders die zichzelf als progressief beschouwen vereenzelvigd met verstokt militaristisch denken. De ineenstorting van de Warschaupact-regimes en de naderende Duitse hereniging hebben dat beeld ineens veranderd: alleen de NAVO is overgebleven om orde in deze chaos van politieke onzekerheden te scheppen.

In een eerste reflex na de opening van Muur en IJzeren Gordijn hebben progressieve partijen in zowel Nederland als de Bondsrepubliek de CVSE de Conferentie over Veiligheid en samenwerking in Europa aangewezen als ordenend orgaan. Inmiddels realiseren de politici zich dat de CVSE weliswaar drieendertig Europese landen (alle minus Albanie) plus de VS en Canada omvat, maar dat, zoals de PvdA-commissie/rapport dat schrijft, deze 'slechts een conferentie is en geen veiligheidsregime'. De CVSE-communique's sommen afspraken en voornemens op, zij hebben niet het niveau van internationale verdragen. En het zal ook minstens tien jaar duren voordat vijfendertig staten op die basis met elkaar kunnen samenwerken. Het deze week verschenen rapport 'Een verenigd Duitsland en de toekomst van Europa' van de PvdA-commissie formuleert op dat terrein een standpunt dat niets aan duidelijkheid te wensen over laat: voor het eerst in de geschiedenis is een vorm van militaire samenwerking verwezenlijkt, waarin de traditionele rol van nationale strijdkrachten bij het bepalen van de onderlinge verhouding is uitgespeeld.

'Deze verworvenheid van gemeenschappelijke veiligheid mag niet op het spel worden gezet.' De NAVO moet dus blijven, zo blijkt uit dit PvdA-rapport dat morgen in Utrecht wordt gepresenteerd op een conferentie van de Alfred Mozer Stichting, de door de PvdA onlangs in het leven geroepen organisatie die adviseert over de gevolgen van de ontwikkelingen in Oost-Europa. In de commissie zaten naast Van der Stoel buitenlandspecialisten als F. Wielenga, P. Scheffer, A. Gerrits, M. Krop en J. M. Wiersma. Amerikaanse troepen moeten op het continent blijven, vindt het rapport: zeker 80.000 tot 100.000 man, zodanig verdeeld over een aantal Westeuropese landen dat de Duitsers niet het gevoel houden een bezet land te zijn. In de praktijk betekent dit dat Nederland meer Amerikaanse soldaten moet herbergen en dat ook Frankrijk er een aantal moet opnemen.

De NAVO dient wel, vinden de opstellers, in de eerste plaats haar politieke functie verder ontwikkelen. Zij zou zelfs 'in crisissituaties in Midden- en Oost-Europa een constructieve rol kunnen spelen door zich aan te bieden voor consultatie of bemiddeling'.

De tijden zijn veranderd; hier wordt de NAVO aangeprezen als pacificatie-instrument voor nationalisme- en minderhedenproblemen in Oost-Europa.

Van Es moest deze week tijdens een Groen Links conferentie in de Haagse Pulchri Studio over de Duitse eenwording weliswaar even slikken toen haar dit perspectief werd voorgelegd. Maar echt afwijzend was ze opmerkelijk genoeg niet. 'Nou ja, als zo'n bemiddeling werkelijk vredesbevorderend is', zei ze aarzelend. Het idee is trouwens in overeenstemming met haar opvatting dat de NAVO een 'NAVOO' moet worden, een Noordatlantische Ontwapenings Organisatie, 'waarvan ieder land lid mag worden dat de ontwapeningsdoelstellingen onderschrijft'.

Dus ook Polen, Roemenie, Hongarije en andere Oost-Europese landen. En dus kan de NAVO(O) daar dan ook bemiddelend optreden.

Ook een NAVO-lidmaatschap van het herenigde Duitsland is iets dat binnen Groen Links niet wordt afgewezen. Van Es zei dit deze week in Pulchri niet zo keihard, maar haar woorden lieten die conclusie toe: 'Inbedding van een verenigd Duitsland in internationale structuren is gewenst, mits democratisch en niet op militaire leest geschoeid.' Op dit punt is het rapport van de PvdA-commissie opnieuw in het geheel niet mis te verstaan. Zo lang een beter collectief veiligheidssysteem nog niet voorhanden is, zo staat er, 'is een volwaardig NAVO-lidmaatschap van het verenigde Duitsland een voorwaarde van Europese stabiliteit'.

En er wordt aan toegevoegd: 'Iedere andere oplossing bijvoorbeeld uittreding van Duitsland uit de geintegreerde militaire structuur betekent we opschuiven in de richting van ongewenste neutraliteit.'

Die uittreding uit de militaire en niet uit de politieke NAVO-structuur heeft Sovjet-leider Gorbatsjov voorgesteld. De PvdA-commissie is het niet met hem eens.

Een neutraal Duitsland is zo ongeveer het ergste dat de sociaal-democraten zich kunnen voorstellen. Duitsland zou zich onvermijdelijk als macht tussen Oost en West gaan profileren, herleving van nationalistische structuren wordt bevorderd, westelijke samenwerkingsverbanden verliezen snel hun samenhang. Kortom: Europese desintegratie en instabiliteit, internationale spanningen.

Sovjet-troepen op het grondgebied van de huidige DDR zijn volgens de PvdA-commissie slechts voor een overgangsperiode aanvaardbaar. Anders zou er een 'veiligheidspolitiek vacuum' in het oostelijk deel van Duitsland ontstaan, telkens opnieuw zou de discussie over een Duitse neutraliteit oplaaien.

Binnen de PvdA is op dit moment het verst doorgedacht, maar de opvattingen bij D66 wijken niet ver af van de conclusies van dat denken. De D66-woordvoerder op dit terrein in de Tweede Kamer, D. Eisma, vindt dat de NAVO vooral moet blijven bestaan, omdat de Sovjet-Unie voorlopig een uiterst onzekere partner blijft. Duitsland moet lid zijn van de Navo. 'Niemand die even nadenkt kan een neutraal Duitsland accepteren.'

Maar daar moet het bij blijven: andere Warschaupact-landen die zich afsplitsen, moeten maar neutraal blijven en met de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie, met inbegrip van die in de Baltische staten, heeft het Westen niets te maken. Een grotere prijs dan het verlies van de DDR kan men Moskou voorlopig niet laten betalen, vindt het D66-Kamerlid.

Het spectrum waarbinnen zich de meningen bewegen van de drie progressieve partijen is op het terrein van veiligheidspolitiek en de plaats van het herenigde Duitsland in een Europese veiligheidsstructuur niet erg breed. In feite staan ook de opvattingen binnen CDA, VVD en de kleine confessionele partijen er heel dicht bij.