Ideologische verschillen domineren debat socialevernieuwing

DEN HAAG, 31 mei Mag een gemeente bijzondere scholen uitnodigen om tafel te komen zitten om samen plannen op te stellen voor sociale vernieuwing? Of is zelfs het nemen van zo'n initiatief al een bedreiging voor de vrijheid van onderwijs? De PvdA vindt dat een vriendelijke uitnodiging moet kunnen. Maar voor het CDA gaat zo'n gebaar te ver. Sociale vernieuwing mag de vrijheid van onderwijs niet aantasten. Het is in een notedop het verschil in opvatting tussen de twee regeringsfracties over de rol van de gemeenten en maatschappelijke organisaties en instellingen bij sociale vernieuwing. Het meningsverschil bleek gisteren toen de Tweede Kamer debatteerde over de hoofdlijnen van de kabinetsplannen met sociale vernieuwing. Het CDA wil, geheel getrouw aan de christendemocratische traditie, het maatschappelijk middenveld nauw betrekken bij sociale vernieuwing. 'Sociale vernieuwing moet iets van mensen, groepen van mensen en hun organisaties worden, of het wordt niets', zei CDA-woordvoerder Wolters. De PvdA ontkent de betrokkenheid van 'mensen' niet, maar ziet een cruciale rol voor de gemeenten weggelegd.

Het begrip sociale vernieuwing is, zoals het SGP-Kamerlid Van der Vlies het eerder uitdrukte, de specie tussen de nieuwe coalitieblokken CDA en PvdA. Het motto waar het kabinet zich bij zijn aantreden mee tooide, moet aangeven dat na acht jaar economisch herstelbeleid van twee CDA/VVD-kabinetten er meer aandacht komt voor het sociale vraagstuk. Het kabinet wil daartoe gemeenten meer bevoegdheden geven in de hoop dat burgers die in een achterstandssituatie verkeren hulp op maat krijgen aangeboden.

Toen het kabinet nog worstelde met de concrete uitwerking van sociale vernieuwing en de vaagheid rondom het begrip voor veel hilariteit zorgde, trokken CDA en PvdA het onderwerp in het eigen kamp. Het CDA noemde het met een christendemocratische term 'de verantwoordelijke samenleving'. De PvdA greep terug op een slogan uit de jaren zeventig: eerlijk delen van kennis, macht en inkomen. Om aan te geven dat de verschillen niet zo groot zijn, haalde CDA-woordvoerder Wolters in het begin van zijn bijdrage aan het Kamerdebat woorden aan van PvdA-burgemeester Van Kemenade van Eindhoven. Die heeft sociale vernieuwing het streven genoemd 'om te komen tot een samenleving waarin zelfstandigheid en betrokkenheid, eigenbelang en rechtvaardigheid opnieuw met elkaar in verband worden gebracht'. 'Ja, in deze sociale vernieuwing kan het CDA zich vinden', zei Wolters. Ook het PvdA-Kamerlid Buurmeijer had iets bedacht om de ideologische verschillen tussen de coalitiepartners te maskeren. Hij kwam met de sociaaldemocratische variant op de verantwoordelijke samenleving: de solidaire samenleving. Tussen die twee termen bestaat volgens hem niet zo'n groot verschil. Deze mate van begrip tussen de regeringsfracties ging het VVD-Kamerlid Dijkstal te ver. 'Zo eenvoudig is het leven niet', meende hij, 'wat het CDA voorstaat betekent in wezen dat er geen democratische controle meer mogelijk is door de overheid. Dat kan de PvdA niet ontlopen.'

Buurmeijer verweet Dijkstal een karikatuur te maken van CDA en PvdA. 'Ik beluister hierin helemaal niks over het onttrekken aan de democratische controle. Niemand wil dat', reageerde de PvdA'er. 'Als het CDA anderen medeverantwoordelijk wil maken bij het proces van sociale vernieuwing zodat ook zij de handen uit de mouwen gaan steken, dan zou de PvdA toch wel heel raar in elkaar zitten als ze dat niet wil.'

De eensgezindheid tussen de coalitieblokken werd minder toen Wolters het hoofdstukje onderwijs aansneed. Het CDA-Kamerlid vindt dat een gemeente een bijzondere school niet mag dwingen mee te werken aan programma's voor kinderen van etnische minderheden of drop-outs. Alleen als sprake is van vrijwilligheid wordt volgens Wolters recht gedaan aan het regeerakkoord: 'Ten aanzien van het bijzonder onderwijs worden, behoudens het reeds in wetgeving bepaalde, aan lagere overheden geen beleidsbepalende c.q. bestuurlijke bevoegdheden toegekend.' PvdA-woordvoerder Buurmeijer wilde niet aan deze afspraak tornen. Hij erkende dat scholen het recht hebben niet mee te werken. Maar Buurmeijer wil niet dat gemeenten lijdzaam moeten zitten wachten tot de schoolbesturen zich melden. Op zijn vraag of gemeenten dan toch ten minste de besturen van christelijke scholen mogen uitnodigen om plannen te maken, durfde Wolters geen volmondig ja of nee te zeggen. 'Ik stel het mij heel anders voor. De scholen zullen zelf het initiatief nemen', was het antwoord. 'Ik zou het een slechte zaak vinden als bijzondere scholen zeggen: sociale vernieuwing, dat doen we niet.' Buurmeijer denkt dat het verschil in opvatting in de praktijk niet van betekenis hoeft te zijn. Hij heeft signalen uit de onderwijswereld die hem het vertrouwen geven dat het bijzonder onderwijs mee zal werken. 'Maar ik voeg er wel in alle oprechtheid aan toe dat ook duidelijk is op wiens schouders de hypotheek rust. Mocht onverhoopt blijken dat langs deze weg het bijzonder onderwijs zich terzijde stelt, dan zullen wij het kabinet en de coalitiepartner aanspreken over de aflossing van de schuld.' Dit ging CDA-onderwijsspecialist Hermes te ver. Hij snelde naar de interruptiemicrofoon om Buurmeijer ervan te beschuldigen het regeerakkoord te willen openbreken. 'Collega, wat een dreigend perspectief', suste Buurmeijer. Met zijn opmerking over hypotheek had hij alleen bedoeld dat opnieuw moet worden gepraat als sociale vernieuwing in het onderwijs op een mislukking uitloopt. Dat stelde Hermes gerust. Maar het gedrag van de CDA-Kamerleden ontlokte de VVD'er Dijkstal de opmerking dat de christendemocraten 'koudwatervrees' hebben nu ze macht in het onderwijsbolwerk moeten gaan afstaan.

Voor de PvdA bleek nog een addertje onder het gras te zitten. Het CDA wil morrelen aan de idee achter de nieuwe zogenoemde brede doeluitkering die het rijk aan de gemeenten gaat geven en die in de plaats komt van een aantal uitkeringen voor specifieke doeleinden. Het CDA-Kamerlid Wolters vindt dat de vrijheid van onderwijs eist dat de onderwijsgelden binnen die brede doeluitkering in elk geval aan het onderwijs ten goede komen. Dat spoort niet met de opvatting van de PvdA en het kabinet. In hun ogen moet de brede doeluitkering in een aantal jaren toegroeien naar een geldpot die de gemeenten met meer vrijheid dan nu het geval is kunnen inzetten voor onderwijsbeleid dan wel de opvang van werklozen of het uitbreiden van de thuiszorg. 'Zegt u daarmee dat u eenderde deel van het geld voor de brede doeluitkering daaraan wilt onttrekken', wilde de VVD'er Wiebenga weten. 'Dat klopt', was het antwoord van het CDA-Kamerlid. 'Dat is leuk voor uw coalitiegenoot', merkte Wiebenga op, die meent dat het CDA daarmee een aanzienlijk deel van de sociale vernieuwing onderuit haalt. Die conclusie ging het PvdA-Kamerlid Buurmeijer net iets te ver, maar hij vond wel dat Wolters nu erg hard loopt. 'Vertrouwt u de gemeenten niet bij het verdelen van het geld', wilde hij weten. Wolters was onvermurwbaar. Hij ziet het apart houden van het onderwijsgeld als garantie om 'de gelijkwaardige positie van de onderwijsinstellingen tot zijn recht te laten komen'.