Honderd vliegende schilderijen

Een van de grootste genoegens van het leven is geheel onverwachts in iets opwindends verzeild te raken. Dit overkwam me onlangs op een mooie zondagmiddag in park La Vilette aan de noordoostelijke buitenrand van Parijs (metro: Porte de la Vilette, of Porte de Pantin). Een van de vele architectonische attracties in dit wetenschapspark is La Grande Halle, een voormalige, uit 1867 daterende vleeshal die door de architecten Bernard Reichen en Philippe Robert met vele kleine, maar verrassend trefzekere ingrepen is omgetoverd in een elegante evenementenhal. Hier wordt de tentoonstelling 'L' Art prend l'air' gehouden.

Een verzameling vliegers van de hand van honderd wereldberoemde kunstenaars hangt, als betrapt in volle vlucht, in hoge, met brede, witte papierbanen ijl ingerichte ruimten, waarde bezoekers op zwevende vlonders doorheen worden gevoerd. Een vrolijker tentoonstelling is bijna niet denkbaar. Iedereen die in de internationale wereld van de beeldende kunst een beetje meetelt, heeft aan de verleidelijke uitnodiging om een vliegend schilderij te maken (in 1988 nam de directeur van het Goethe Instituut in Osakahet initiatief voor deze verzameling) kennelijk met veel plezier gevolg gegeven. Niemand heeft er zich met een Jantje van Lei- den vanaf gemaakt en daardoor is deze vliegercollectie niet alleen vrolijk en opwindend, maar ook waardevol en interessant. Van de eerste presentatie van de collectie, tijdens een vliegerfestival in Japan vorig jaar, is een film gemaakt die ook in La Grand Halle is te zien. Het is aan te raden eerst de film te gaan bekijken en daarna de tentoonstelling, want de vliegers krijgen een extra, soms bijna dramatische lading wanneer je ze eerst in de lucht aan het werk hebt gezien. Met behulp van een schilderachtig uitgedoste equipe Japanse vliegermonteurs lukte het Robert Rauschenberg pas na veel technische rituelen om het reusachtig, rechthoekige gevaarte heel statig te laten opstijgen. Maar hoog in de lucht kantelde de rechthoek even statig om zijn as om met ijzingwekkende vaart terug te storten naar de aarde. De vlieger van Tom Wesselmann bestaat natuurlijk uit het portret van een verlijdelijke vrouw met lange blonde haren en volle felrode lippen. Deze sensuele kop door de lucht te zien suizen is een adembenemend feest vol levensgevaarlijke duikvluchten en een bijna fatale apotheose. Zie je haar daarna in het echt op de tentoonstelling, dan heb je het gevoel al veel met haar te hebben meegemaakt waardoor ze nog een stuk spannender wordt. De Nederlandse vliegers zijn van Karel Appel, Jan Dibbets en Toon Verhoef. 'L'Art prend l'air' is een wonderlijk sensationele expositie, en een prachtige gelegenheid om kinderen met moderne, in veel gevallen abstracte kunst te laten kennis maken. Met de film leven ze mee als met een spannend sprookje (volwassenen slaken ook wel kreten van afschuw) en naar de echte vliegers kijken ze kraaiend van plezier of met stomheid geslagen. Tot 1 juli.

    • Max van Rooy