Een valse neus

Gerard Depardieu is een fabuleus acteur. Spelen doet hij met zijn hele lichaam, met zijn armen, zijn schouders, zijn profiel, zijn mimiek. En zijn stem, o, die hese, soepele stem, die is tot elke emotie in staat. Stem, lichaam en gezicht stellen hem in staat oneindige teder te zijn (Le dernier metro), hartstochtelijk (Novecento), een ordinair boefje (Le choix des armes), een gevoelige bullebak (Police) of een onweerstaanbaar beest (Loulou). Hij beschikt over het zeldzame talent lange lappen ingewikkelde tekst uit te spreken zonder dat hij een seconde inboet aan bevlogenheid of begrijpelijkheid (Danton), maar even natuurlijk profileert hij zich als de verkoper van kortademige, platte grappen (Le Chevre). Maar Gerard Depardieu is geen wonderdoener. Hij kan een rol nog zo mooi spelen, als de regisseur zich vergist in stijl- of regieopvatting is er geen redden meer aan: de film mislukt.

Zoiets is er gebeurd met Cyrano de Bergerac, de verfilming van het toneelstuk dat Edmond Rostand schreef in 1897. Er werden vij versies gemaakt van het stuk, de (scenario-)schrijver Jean-Claude Carriere heeft zich erover gebogen en regisseur Jean-Paul Rappeneau verklaarde aan het begin van de draaiperiode dat 'ik niet langer weet wat van Rostand is, wat van Carriere en wat van Rappeneau'. Wie de film ziet zal dat ook niet direct kunnen achterhalen, maartoch is niemand in staat geweest Cyrano de Bergerac te doen uitgroeien van toneelstuk tot film. En dat ligt niet aan het handhaven van dialogen in alexandrijnen. Die klinken, zeker tussen Depardieus lippen, niet naturel maar wel volmaakt natuurlijk. Depardieu is adembenemend, maar Rappeneaus opvatting van het verhaal van de lelijkerd die zo veel houdt van een beeldschone vrouw dat hij zich opoffert en juist daardoor haar en zijn ongeluk bewerkstelligt, berust op honderden vergissingen, steeds met hetzelfde thema. Elke scene, elke camera-instelling, elke frase, elke kus, deegsteek, stomp of zucht, alles wat Rappeneau in beeld brengt bevestigt Cyrano als een toneelstuk uitgevoerd met levensechte kostuums en in de open lucht, met echte velden, huizen en straatjes, maar zonder ooit een filmische (quasi-)realiteit te bereiken.

Symbolisch voor die vergissing is de verwerking van het middelpunt van Rostands stuk: de afzichtelijk grote neus van Cyrano zijn grootste frustratie en voornaamste reden dat hij de schone Roxane niet durft te benaderen. Een van Depardieus bijzondere, persoonlijke kenmerken is juist zijn neus: scheef, enorm en in feite veel te lelijk om aan een filmster van Depardieus formaat vast te zitten. In het theater zou Depardieus neus onvoldoende effect hebben, daar is een valse neus noodzakelijk. Een filmmaker zou zich echter gelukkig prijzen met dit uiterlijk kenmerk voor zijn hoofdpersoon, want hier zien we immers op natuurlijke wijze Rostands stuk geillustreerd. De titels van Rappeneaus Cyrano de Bergerac vermelden apart: 'Design for Cyrano's nose... Michele Burke'. Goed voor een progammaboekje in het theater; een denkfout in filmtitels.