Dreigend perspectief

Wie over het begrip 'sociale vernieuwing' aanvankelijk gevoelens koesterde in de trant van 'het hapt zo heerlijk weg' een ietwat distracte politieke lekkernij heeft inmiddels wel enige jsmaakjes aan deze materie ontdekt. Het gisteren in de Tweede Kamer begonnen debat over sociale vernieuwing leerde dat er in de praktijk wellicht nog heel wat zal moeten gebeuren alvorens dit 'paradepaardje' van het op CDA en PvdA berustende kabinet enigerlei concrete betekenis krijgt. De fracties van VVD, D66 en Groen Links zagen gisteren een mooie gelegenheid te wijzen op de maatschappijvisies van CDA en PvdA, die nogal uiteenlopen, en ja, het kwam gisteren zowaar tot enige verschillen van inzicht tussen de parlementaire coalitiegenoten.

De discussie werd interessant toen het lid Buurmeijer (PvdA) onder meer door de VVD'er Dijkstal aan de tand werd gevoeld over de rol van de gemeentebesturen op het gebied van de sociale vernieuwing en over de visie van de PvdA op de door het CDA beleden denkbeelden, die gaan in de richting van een 'verantwoordelijke samenleving' waarbij veel wordt overgelaten aan het 'maatschappelijke middenveld'. (Is hier geen sprake van corporatisme?) Buurmeijer had het er nogal moeilijk mee, temeer daar hier een klassiek thema van de Nederlandse politiek om de hoek kwam kijken, namelijk de in de grondwet opgenomen vrijheid van onderwijs, waarnaar vooral van confessionele zijde graag wordt verwezen.

Natuurlijk wilde ook Buurmeijer niet tornen aan de vrijheid van het bijzonder onderwijs, maar mocht het bijzonder onderwijs onverhoopt niet op grote schaal willen meedoen aan de sociale vernieuwing dan zou volgens hem het CDA als coalitiepartner daaraan door de PvdA moeten worden herinnerd. Het was nogal voorzichtig geformuleerd, maar toch schoot het CDA-lid Hermes naar voren met de geagiteerde vraag of de PvdA soms het regeerakkoord wilde openbreken. De PvdA-woordvoerder leek dit 'dreigend perspectief' te willen relativeren. Het is dus nog maar zeer de vraag of de positie van de gemeentelijke overheden werkelijk zal worden verstevigd.

Reeds eerder had het CDA-lid Wolters zich uitgesproken voor een uitsluitend vrijwillige medewerking van het bijzonder onderwijs bij de sociale vernieuwing en bezwaar gemaakt tegen een verbrede doeluitkering van het rijk aan de gemeenten en dus tegen 'doorsluizing' van bepaalde gelden naar de gemeenten in plaats van rechtstreeks naar de scholen. Lijdt het CDA aan koudwatervrees voor de invloed van de gemeenten, vroeg de VVD'er Dijkstal.

De uitvoerige debatten over de beoogde sociale vernieuwing in het algemeen leverden gisteren vaak een woordenbrij van al dan niet hoog ideologisch gehalte op. Afgezien van de onderwijskwestie noemen we nog de door Wiebenga (VVD) geuite vrees voor een vloedgolf van 'convenanten', beleidsafspraken waarvan de politieke en staatsrechtelijke betekenis onduidelijk is. Aardig was verder de verwijzing door Schutte (GPV) naar het in 1891 gehouden eerste christelijk-sociaal congres, waar de antirevolutionaire leider Kuyper het opnam voor de misdeelden in de samenleving. (Overigens kwam van een christelijk-sociale politiek ten tijde van het kabinet-Kuyper in de jaren 1901-1905 niet veel terecht.) De nu voorgenomen sociale vernieuwing zou volgens Schutte moeten worden toegespitst op de directe levensomstandigheden van hen die thans aan de kant staan. Ja, maar hoe? Mevrouw Beckers (Groen Links) had het over het ronddraaien in een cirkel.

    • Mr. B. C. L. Waanders